Firenze staat op z’n kop. Voorstanders en tegenstanders maken ruzie over de komst van een tramlijn dwars door het historische centrum, een beslissing die overigens al genomen is.Een referendum over de vraag of er trams door het historische centrum van Firenze moeten komen te rijden, heeft maandag slechts 40 procent van de Florentijnen op de been gebracht. Hoewel een krappe meerderheid het plan afkeurde, lieten stadsbestuurders vooraf al weten dat zij het niet-bindende referendum ongeacht de uitslag naast zich neer zouden leggen. De nieuwe tramlijnen, die 700 miljoen euro gaan kosten en in 2010 af moeten zijn, zijn bedoeld om het autoverkeer door de kwetsbare oude binnenstad te verminderen en de stad aangenamer te maken voor het nog altijd groeiende aantal toeristen. De trillingen en vervuiling die auto’s veroorzaken zouden schadelijk zijn voor de architectonische schatten van de stad. Critici van het project menen dat het inzetten van trams de vervuiling slechts marginaal vermindert en dat de rijtuigen de nauwe straten van Firenze alleen maar meer zullen verstoppen. Hun voornaamste argument tegen de komst van de trams is echter dat hun moderne uiterlijk te schril contrasteert met de oude gebouwen.
“Dit is een kleine stad, maar vooral van een dusdanige schoonheid, dat daar geen tram in past. Een mini-metro onder de grond kan eventueel wel. Twee pleinen vol adembenemende symmetrie in wit en groen marmer, bronzen deuren, mozaïeken met boven alles uit de statige koepel van Brunelleschi en daar zou straks een moderne tram langsrijden? Dat kan niet, ” argumenteren de tegenstanders. Kunstschilder Andrea Scarnicci stelt nochtans dat hij straks zonder problemen trams op zijn mooie aquarellen met stadsgezichten zal plaatsen. “We leven niet meer in de Renaissance. Een stad is mooi als die zich blijft ontwikkelen en blijft leven. We kunnen niet alleen een openluchtmuseum zijn” vindt de schilder.
Veel ‘visuele schade’ verwacht hij niet, ook al omdat het stuk tramlijn dat langs de Santa Maria del Fiore (de Duomo) voert, geen bovenleiding zal hebben. De basiliek, de op drie na grootste kathedraal in Europa, is het dominerende symbool van Florence, in het Italiaans Firenze genoemd. De Santa Maria del Fiore staat midden in het historische centrum. Ernaast staat de klokkentoren, de Campanile genaamd, en het Baptisterium. De bewering dat de gebouwen en de mozaïeken schade van de tram zullen ondervinden, wordt door de voorstanders weggewuifd. “Er rijden nu elke dag 2.330 vervuilende bussen rond de Duomo en daar zegt niemand iets van. Straks zijn die bussen weg” klinkt het.
Het lijkt een sterk argument, maar een hele reeks kunstpausen en intellectuelen vindt het onzin. Antonio Paolucci, ex-minister van Cultuur, ex-baas van alle Florentijnse musea en een paar maanden geleden benoemd tot directeur van de Vaticaanse Musea in Rome, kan het absoluut niet verkroppen dat straks twee lange trams elkaar kruisen op vijf meter van de noordelijke deur van de Sint Jan, het symbolische hart van de stad. “Wie daar wil zijn moet maar lopen of fietsen, dat doe ik ook”, zegt de man.
De discussie loopt hoog op, tot groot verdriet van burgemeester Leonardo Domenici, die met de aanleg van drie nieuwe tramlijnen van in totaal 20 kilometer denkt de verkeerschaos en de smog een harde slag toe te kunnen brengen. Hij leidt een centrumlinkse coalitie – Firenze is altijd een rode stad geweest – en liep niet meteen warm voor “dat absurde referendum”. Dat was een idee van de rechtse oppositie. Initiatiefnemer Mario Razzane, raadslid voor de katholiek-conservatieve UDC, noemt de in de periferie al aangelegde tramlijnen een “mechanische verkrachting van de stad” en daarom zeker een referendum waard. Het referendum was niet bindend, maar het legertje critici heeft alvast gezworen het verzet tegen burgemeester Domenici niet op te geven. Hun laatste argumenten zijn dat voor de tram achterhaalde techniek wordt gebruikt.
Dit artikel verscheen oorspronkelijk op 21 februari 2008 op het Romenieuws-archief.

