Een doek van de Italiaanse schilder Amedeo Modigliani (Livorno 12 juli 1884 – Parijs 25 januari 1920), dat zelden werd tentoongesteld, werd gisteren in Londen per opbod verkocht voor 4,9 miljoen euro. Op de schildering is Modigliani’s maîtresse en muze Jeanne Hebuterne afgebeeld. Het schilderij werd nooit eerder op een openbare verkoop aangeboden en werd zeer weinig getoond sinds het 85 jaar geleden geschilderd werd. Dat liet veilinghuis Christie’s weten via een communiqué. De identiteit van de koper werd niet vrijgegeven. De geschiedenis van dit schilderij is tragisch. Het werd kort voor de dood van de schilder gemaakt. Modigliani stierf op 35-jarige leeftijd in 1920. Jeanne Hebuterne, die zwanger was, pleegde kort nadien zelfmoord door uit een raam te springen.
De Italiaanse schilder, beeldhouwer en tekenaar Modigliani, trok in 1906 naar Parijs, waar hij, met onderbreking van enige reizen naar Italië, bleef wonen en een van de vooraanstaande schilders van de École de Paris was. Zijn werk weerspiegelt zijn belangstelling voor de oude Italiaanse, met name de Siënese meesters en voor het Italiaanse maniërisme. In de loop van zijn ontwikkeling ontleende hij voorts elementen aan het werk van Henri Toulouse-Lautrec-Monfa, Pablo Picasso, Paul Cézanne, de Fauves en de Afrikaanse kunst. Van grote betekenis voor zijn ontwikkeling was de kennismaking in 1909 met de beeldhouwer Constantin Brancusi. Van 1910 tot 1914 hield Modigliani zich vooral met beeldhouwen bezig; de hieraan inherente vormproblematiek heeft op zijn schilderwerk daarna een stempel gedrukt.
Vooral de in 1914 en 1915 ontstane schilderijen, en nu citeren we de gespecialiseerde encyclopedie, tonen een rusteloos zoeken naar nieuwe uitdrukkingsmogelijkheden. Dit resulteerde in een specifiek, ‘roestig’ coloriet en vormdeformaties. Modigliani beperkte zich in zijn thema’s tot portret en naakt; zijn favoriete model was Jeanne Hébuterne. Zijn weergaven hebben het langgerekte van het maniërisme: voor het ovale gezicht zijn typerend de vrije plaatsing van de ogen, waarin wel de kleur, maar meestal niet de vorm van de pupillen is aangegeven, en de lange, naar beneden uitlopende vorm van de neus; de achtergrond bestaat veelal uit enige kleurvlakken. Modigliani’s portretten zijn psychologisch niet expressief, maar hebben wel individualiteit. In 1918 verbleef de schilder een paar maanden in Cannes en Nice, waar hij enige landschappen schilderde die qua stijl bij de lyrische, prekubistische landschappen van Braque aanleunen. Vanaf 1919 portretteerde hij weer. De in de laatste twee jaar van zijn leven ontstane werken vormen hoogtepunt en afronding van zijn oeuvre door de feilloze lijnvoering, evenwichtige compositie en het zich nog verdiepende coloriet.
Dit artikel verscheen oorspronkelijk op 23 juni 2005 op het Romenieuws-archief.

