Als het Romeinse keizerrijk vandaag nog had bestaan, was de kans behoorlijk groot geweest dat de keizer de komende maanden gewelddadig om het leven zou komen. Romeinse keizers hadden heel wat dingen te vrezen: oorlog, intriges, jaloezie, maar ook droogte, zo blijkt uit een nieuwe studie die een link legt tussen de hoeveelheid neerslag en moordcijfers. In periodes van hitte en extreme droogte waarvan we recent nog een voorproefje kregen, was de kans groter dat een keizer van kant werd gemaakt.
Een groep economen publiceerden hun onderzoek in het tijdschrift Economics Letters. Ze bouwden voort op een studie uit 2011 waarbij de regenval in het toenmalige Gallië en Germania werd berekend aan de hand van jaarringen van eikenbomen. De onderzoekers koppelden die cijfers aan moorden op Romeinse keizers in de periode tussen 27 v. Chr. en 476 na Chr. en kwamen na een statistische analyse tot de vaststelling dat in periodes van droogte meer leiders van het Romeinse keizerrijk op een gewelddadige manier om het leven kwamen.
Droogte leidde tot slechte oogsten, wat vervolgens zorgde voor uitgehongerde soldaten en het risico op muiterij, verraad en misdaad aanzienlijk deed toenemen, zo luidt de verklaring van de wetenschappers. De gevaarlijkste periode was blijkbaar die van de zogenaamde soldatenkeizers, van 235 na Chr. tot 285 na Chr., toen niet minder dan veertien keizers werden vermoord. Naast magere oogsten en hongersnoden kregen de keizers in deze periode ook te maken met de pest, invasies en economische depressies.
De onderzoekers benadrukken dat een neerslagtekort zeker niet de enige verklaring is voor het hoge aantal keizerlijke liquidaties, maar toch wel een factor is geweest die hierin meespeelde. In de meeste gevallen volgde na een periode van droogte doorgaans een moord op een Romeinse keizer.
Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 21 augustus 2018. Bekijk het origineel.

