Een kijkje in de kunstcollectie van Galleria Doria Pamphilj

Lichte, scherpe silhouet van de Lupa Capitolina, gebruikt als vervangfoto

Gisteren kon je lezen dat het fraaie Ninfeo di Diana, een schelpbekken in wit marmer in het Palazzo Doria Pamphilj in Rome voor het eerst toegankelijk wordt voor het publiek. Het indrukwekkende Palazzo Doria Pamphilj neemt langs de Via del Corso 305 heel wat ruimte in. De Galleria Doria Pamphilj is een privémuseum met buitengewone werken van klassieke schilderkunst en meesterwerken van Caravaggio, Tiziano, Velasquez, Tintoretto, Raffaello, Guercino en vele andere. Vandaag nemen we hier even een kijkje.

De fantastische collectie schilderijen in dit privémuseum zijn soms wat minder goed verlicht. Een zonnige dag geeft daarom een meerwaarde aan een bezoek. Hou er ook rekening mee dat er regelmatig onderhoudswerken gebeuren in de zalen, waardoor het mogelijk is dat een gedeelte van de collectie tijdelijk niet te zien is. Doorgaans worden dergelijke ingrepen aangekondigd via de website van het museum.

Een leuk weetje is dat de audiogids van de privégalerij is ingesproken door de eigenaar zelf, de prins de hier vandaag nog steeds woont. De tak Doria-Pamphilj stierf in 1958 in mannelijke lijn uit. De laatste telg was Filippo Andrea VI Doria Pamphilj (1886-1958), prins van Melfi.

Hij huwde met de Schotse Gesine Mary Dykes, van wie hij zijn dochter Orietta kreeg in 1922. Op 13 augustus 1940 werd de prins als tegenstander van het fascisme op bevel van Mussolini naar de gevangenis gestuurd. Na de bevrijding werd Filippo burgemeester van Rome, van 1944 tot 1946. Hij was de laatste burgemeester van Rome in het koninkrijk Italië.

Dochter Orietta Doria-Pamphilj-Landi (1922-2000) trouwde in 1958 met Frank George Wignall Pogson (1923-1998), een Britse marineofficier. Zij hadden geen kinderen maar adopteerden twee Britse weeskinderen, een meisje en een jongen. Zij erfden naast het prinselijk erfgoed en de eigendommen van de familie ook de adellijke titels.

De oorsprong van het gebouw dateert uit 1505 toen kardinaal Fazio Santoro, eigenaar van de kerk Santa Maria in Via Lata, een deel van het omliggende gronden kocht waar hij een grotere woning wilde optrekken. Het nieuwe complex was nog niet voltooid toen de paus de kardinaal dwong om het gebouw te schenken aan zijn neef Francesco Maria I della Rovere. Nadien heeft de familie della Rovere nog andere aangrenzende huizen gekocht en het oorspronkelijke gebouw nogmaals vergroot en een portiek gebouwd.

De huidige privé-kunstverzameling omvat ruim vierhonderd werken uit de vijftiende tot en met de achttiende eeuw. De familie dankt de collectie vooral aan Camillo Pamphilj die de verzameling Aldobrandini kocht en vervolgens nog uitbreidde.

De talrijke Vlaamse en Zuid-Nederlandse werken werden verzameld door kardinaal Benedetto Pamphilij. Daarbij vinden we naast topstukken van Hans Memling en Pieter Brueghel de Oude, onder meer ook werken van Roelandt Savery, Adriaen Isenbrandt (De Lezende Madonna), Herri met de Bles (De gang naar Golgota), Jan de Momper, Rubens (De Heilige Franciscus), verschillende Jan Brueghels en een Sebastiaan Vranckx.

Het bezoek begint in de ontvangstzalen, waaronder de Sala dei Velluti (de fluwelen zaal). Let daarbij op de adelaar van de familie Doria en de lelie van de familie Pamphilj. In de Sala da Ballo (balzaal) staat rechts, in de ruimte die voor de musici bestemd was, een prachtige harp uit de zeventiende eeuw.

Rechts kom je in de Saletta Gialla (geel) die geheel in rococostijl werd uitgevoerd. In deze zaal hangen wandtapijten met allegorieën van de twaalf maanden. Ze werden vervaardigd in de tijd van Lodewijk XV in de Manifacture Royale des Gobelins bij Parijs. Na de salons volgt het echte museum, bereikbaar langs een galerij die langs de binnentuin loopt. Ooit was dit een open loggia maar ze werd door Camillo Pamphilj afgesloten.

De Galleria Aldobrandini toont werken van Annibale Carracci, waarbij vooral een reeks van zes halfronde doeken met als thema de heilige Maagd opvalt. Let op de ‘Vlucht naar Egypte’ waarbij de religieuze aard van het onderwerp slechts bijzaak blijkt te zijn, terwijl het harmonieuze landschap vrijwel de gehele ruimte beslaat en de voorbode is van een stroming die zich tijdens de zeventiende eeuw verder zou ontwikkelen.

In ‘Hermione en de gewonde Tancred’ van Il Guercino wordt het dramatische geaccentueerd door het contrastrijke gebruik van licht en schaduw. Het bekende werk van Quinten Metsys (1466-1530) ‘De woekeraars’ is kenmerkend voor de meester, het benadrukt de karikaturale trekken van de personages.

Deze eerste zaal komt uit op een kamertje met het wereldberoemde ‘Portret van Innocentius X Pamphilj’, een meesterwerk dat de Spaanse schilder Diego Vélazquez in 1650 van de paus maakte tijdens zijn tweede bezoek aan Rome.

Vélazquez (1599-1660) slaagde erin een realistisch en in het geheel niet geïdealiseerd staatsieportret te maken. Het schilderij past in de traditie van belangrijke pausenportretten van renaissanceschilders als Rafaël en Titiaan. De krachtige penseelvoering en aandacht voor de karakters zijn echter duidelijke kenmerken van de barokschilderkunst.

Zijn beheersing van Titiaans techniek blijkt uit de wijze waarop het penseel van Vélazquez de glans der materialen weergeeft en de zekerheid waarmee hij de uitdrukking van de paus weet te treffen, let bijvoorbeeld op de gefronste blik. De paus zelf vond het portret ‘troppo vero’.

Het is één van de meest biologerende en indringendste afbeeldingen van menselijke macht die ooit op het doek zijn gebracht. Het portret hangt sinds drie eeuwen nog steeds in hetzelfde kamertje. De marmeren buste van dezelfde Innocentius X (1644-1655) in hetzelfde vertrek is een werk van Bernini en geeft de autoriteit van de paus bijzonder expressief weer.

De tweede zaal, de Galleria degli Specchi, heeft een decoratie die dateert uit de achttiende eeuw. Een dergelijke ruimte was in die tijd door de hoge aristocratie zeer gewild, dit in navolging van de spiegelzaal in Versailles.

Spiegels waren toen nog vrij zeldzaam, tot Lodewijk XIV een eigen atelier oprichtte met de hulp van enkele Venetianen die het geheim van de spiegelproductie kenden. Zo was men eindelijk in staat op grote schaal grote spiegels te vervaardigen en vond men als gevolg daarvan al gauw spiegelzalen in alle belangrijke residenties in Europa.

De fresco’s tegen het plafond laten scènes zien met de werken van Hercules, ze zijn van de hand van de Aureliano Milani (1675-1749). De vier kleinere zalen achteraan zijn elk gewijd aan een bepaalde eeuw. In de eerste zaal trekt de ‘Rust na de vlucht naar Egypte’ van Caravaggio (1571-1610) alle aandacht, dit is het enige landschap dat de meester ooit schilderde.

Het tafereel uit 1594-1495 toont het uitzonderlijke gevoel voor schoonheid van de schilder tijdens de periode dat zijn leven nog niet verstoord werd door talrijke problemen. Maria, duidelijk vermoeid, slaapt met het hoofd licht gebogen over haar kind terwijl haar hand op haar schoot rust. Jozef lijkt verrukt te zijn over de muziek van de engel die met de rug naar de toeschouwer staat, een vreemde en weinig orthodoxe houding. Achter de rug van Jozef verschijnt de kop van een ezel, net alsof het dier ook wil meedoen.

Let op de haast onvoorstelbare lichtinval op het haar en op de voeten van de engel. Het gelijkmatige en heldere licht doet denken aan Lorenzo Lotto (1480-1556) en zelfs aan Giorgione (1478-1510). Het schilderij hangt naast de ‘Maria Magdalena’ waarvoor Caravaggio hetzelfde model gebruikte, zijn toenmalige grote liefde.

Beide vrouwelijke personages hebben ook dezelfde houding, maar terwijl Maria van vermoeidheid in slaap is gevallen, wordt Maria Magdalena afgebeeld als een wanhopige jonge vrouw met zinspelingen op aardse genoegens, zoals het flesje reukwater en de sieraden aan haar zijde.

In deze zaal hangen ook de ‘Heilige Sebastiaan’ van Ludovico of Lodovico Carracci (1555-1619, de leermeester van zijn neven Agostino en Annibale) en de ‘Endymion’ van Il Guercino (1591-1666, zijn echte naam was Barbieri, guernico betekent scheel). Endymion was een schone jongeling die bemind werd door de maangodin Selene. Iedere nacht steeg zij van haar wagen om hem te kussen. Daarom vroeg de jonge man de oppergod Zeus dat hij eeuwig mocht slapen en eeuwig jong blijven. En zo gebeurde het.

In de zeventiende-eeuwse verzameling zien we het ‘banchetto campestre’ van David II Teniers (1610-1690) en Jan Baptist Weenix (1621-1663), een Amsterdamse schilder en etser. Hij was de vader van Jan Weenix en een leerling van onder andere Abraham Bloemaert. Jan Baptist Weenix verbleef van 1642 tot 1647 in Rome, waar hij veel opdrachten kreeg van kardinaal Pamphilj, de latere paus Innocentius X. Na zijn terugkeer vestigde hij zich in Utrecht.

Jan Baptist Weenix schilderde Italiaanse landschappen en volksscènes. Zijn coloriet is steeds zeer verfijnd en vertoont grote verscheidenheid. Zijn fraaie havengezichten en Italiaanse landschappen behoren tot het meest geslaagde werk van de Italianisanten die tussen 1640 en 1650 actief werden.

In de zaal van de zestiende eeuw is de ‘Salome’ van Titiaan (1485-1576) te zien. Salome was de achternicht van Herodes Antipas voor wie zij danste. Als beloning kreeg ze het hoofd van Johannes de Doper dat zij op aanstoken van haar moeder gevraagd had (Mattheus 14:3). In de bijbel wordt haar naam niet vermeld, wel bij de Joodse geschiedschrijver Josephus Flavius (37-95).

Opvallend is het vluchtige spel van de blikken. De slaaf kijkt, vervuld van mededogen en verwijt, naar Salome die pas in het voorbijgaan en vol afschuw naar het hoofd van Johannes de Doper kijkt, van wie de haren de hand lijken te strelen van de vrouw die hem heeft gedood.

In deze zaal hangen ook het ‘Portret van een jongeman’, een werk van Tintoretto (1518-1594), en een ‘Dubbelportret’ van Rafaël. Onze aandacht gaat echter vooral naar een prachtig ‘Winterlandschap’ van Pieter Brueghel de Oude.

In de zaal van de vijftiende eeuw hangt een meesterwerk van Hans Memling (1433-1494), namelijk ‘De bewening van Christus’ waarin de dramatiek door de harde trekken en de hoekige houding van Christus wordt versterkt.

Aan het einde van de voorgaande reeks vertrekken bevindt zich een achthoekig kabinet dat een aantal landschapjes bevat waaronder eentje van het Forum Romanum. Hier vinden we bovendien Vlaamse schilders uit de zestiende en de zeventiende eeuw (waaronder Paul Bril) die een grote invloed hebben uitgeoefend op het ontstaan van de Romeinse landschapschool.

Let ook op de vijf sublieme werken van Claude Lorrain (1600-1682) en zeven werken van Gaspard Dughet (1615-1675), beter gekend als Gaspard Poussin, de schoonbroer van Nicolas Poussin.

In de derde zaal wordt de ongewone ‘Slag in de Golf van Napels’ getoond, een minder gekend werk van Pieter Brueghel de Oude. Links achterin bevindt zich de Sala Aldobrandini, waar Romeinse beelden te zien zijn die dateren uit de vroegste periodes van Rome tot en met de late Keizertijd. De beelden werden gevonden op de landgoederen van de familie Pamphilj.

In de volgende zaal zien we de ‘Buste van Olimpia Maidalchini Pamphili’, een alom gekend werk van Allesandro Algardi (1598-1654). Algardi wist de energie en de ambitie van de eerder vermelde Olimpia heel goed te treffen. Alessandro Algardi was afkomstig uit Bologna waar hij gevormd werd door Carracci.

Na zijn aankomst in Rome in 1625 werd hij, naast Bernini, de belangrijkste beeldhouwer van de stad. Als vertegenwoordiger van een zich tegen de expressieve barok afzettend classicisme baseerde Algardi zich sterk op de oudheid en gaf hij zijn beelden een nadrukkelijk schilderachtig karakter.

Zijn belangrijkste werken zijn het grafmonument voor Leo XI de Medici en het hoogreliëf ‘Paus Leo die Attila uit Rome verdrijft’, beide in de Sint-Pietersbasiliek. In het algemeen worden zijn bustes het meest bewonderd. Algardi is wellicht de grootste portrettist aller tijden, zijn stijl was soberder en klassieker dan die van Bernini. Algardi bleef net als de schilder Pietro da Cortona (1596-1669) ongehuwd en naar verluidt waren ze zeer goede vrienden.

Andere fraaie schilderijen in deze zaal zijn een zeventiende-eeuwse kopie van ‘Johannes de Doper als kind’ van Caravaggio, waarvan het origineel in het Palazzo dei Conservatori hangt. Ook zien we hier een ‘Maria met Kind’ van Parmigianino (1503-1540). Er grenzen nog twee ontvangstzalen aan de vierde zaal. In de rode zaal staat een vergulde wieg uit 1761.

Mits de betaling van een meerprijs kunnen ook enkele privévertrekken van het palazzo worden bezocht. Sinds de zestiende eeuw en tot vandaag worden ze bewoond door de familie Pamphilj.

In de Sala del Giardino staan een kleine slede en een fraai beschilderde en vergulde draagstoel, beide uit de achttiende eeuw. De Sala Andrea Doria is genoemd naar de bevelhebber van de vloot van de opeenvolgende Franse koningen François I en Charles V.

De rookkamer is rijk gemeubileerd in Victoriaanse stijl uit de negentiende eeuw. Bij de ontvangstkamers horen drie kleine salons, die in de tweede helft van de achttiende eeuw tot in het allerkleinste detail gedecoreerd en gemeubileerd werden. Ze vormen één van de aardigste bezienswaardigheden van Rome en waarschijnlijk zijn ze uniek in de stad.

Het negetiende-eeuwse fresco in de eetkamer illustreert de eigendommen van de familie. Hier bevinden zich de versierselen van het Gulden Vlies en tapijten die de bijdrage van de familie bij de overwinning in Lepanto (7 oktober 1571) in herinnering brengen. Vermelden we terloops dat ook Miguel de Cervantès (1547-1616) aan deze zeeslag deelnam, hij werd gewond waardoor zijn linkerhand verlamd bleef.

In de Salone Verde hangen talrijke schilderijen waaronder een ‘Aankondiging aan Maria’ van Filippo Lippi (1406-1469). Het grote vijftiende-eeuwse wandkleed uit Doornik verbeeldt een legende van Alexander de Grote.

Het salon ademt het vrolijke, frivole leven van het achtitende-eeuwse Venetië, geïllustreerd door de aan Pietro Longhi (1702-1785) toegeschreven schilderijen. Liefhebbers van het betere werk van Longhi moeten echter in Venetië zijn of in de National Gallery in Londen.

Maar in afwachting van dat bezoek is er in deze Galleria echter meer dan genoeg te zien. Trek alleszins voldoende tijd uit voor een bezoek aan dit museum.

www.doriapamphilj.it

Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 28 januari 2020. Bekijk het origineel.