Wie een wandeling maakt tussen de Spaanse Trappen en de Pincio (Viale della Trinità dei Monti / Viale Gabriele D’Annunzio) krijgt sinds een paar weken een spectaculair uitzicht te zien dat heel wat jaren aan de ogen onttrokken was. Er is immers zwaar gesnoeid in de dichte en hoge vegetatie die de heuvel naar beneden volledig bedekte.
De officiële reden is dat de kortstondige maar hevige sneeuwval van de voorbije winter heel wat schade veroorzaakte aan de bomen en struiken. Meteen de reden voor een meer dan flinke snoeibeurt. Op sommige plaatsen verdwenen grote gedeelten groen, waardoor nu verscheidene tot nog toe verstopte villa’s en huizen plots zichtbaar worden. Bovendien worden momenteel ook de grote platanen langs de weg vervangen door nieuwe, jonge exemplaren.
Daardoor krijgen wandelaars van of naar de Pincioheuvel, behalve de klassieke mooie kijk op Piazza del Popolo, ook tijdens hun tocht haast permanent de beschikking over een prachtig uitzicht. Ander nieuws van het Pinicofront: de Fontana del Pincio Ninfeo, die vanaf Piazzale Napoleone I uitkijkt op Piazza del Popolo, werd vorige week na een restauratie van zeven maanden opnieuw in werking gesteld. Dat restauratieproject heeft 300.000 euro gekost. Piazzale Napoleone I werd al eerder heraangelegd. De Pincio straalt mooier dan ooit en is klaar voor de zomertoeristen.
In de oudheid bezaten verscheidene belangrijke families buitenhuizen en tuinen op de Pincio. De huidige naam van de heuvel is afkomstig van één van die families, de Pincii, die er in de 4de eeuw woonden. Tussen de bekende Romeinen die hier eigendommen hadden bevonden zich onder meer Lucullus en Sallustius. De Horti Lucullani en de Horti Sallustiani moeten tuinbouwkundige pareltjes geweest zijn. Ook de Horti Pompeiani en de Horti Aciliorum werden geroemd. De heuvel stond in het oude Rome bekend als Collis Hortulorum, de heuvel van de tuinen.
De beroemde tuinen van de Romeinse generaal Lucius Licinius Lucullus vormden het model voor latere tuinen in de stad en werden verder ontwikkeld door de latere Romeinse keizers. De tuinen werden in de 1ste eeuw voor Christus ontworpen rondom een patriciersvilla en waren een van de eerste pogingen landschapsarchitectuur toe te passen in het westen.
Zijn tuinen, die begonnen op de Pincio, even buiten de stadsmuur, liepen van de top tot aan de voet van de heuvel, waar het Marsveld lag. Lucullus liet er terrassen met fonteinen aanleggen en bouwde een grote villa met een aantal eetzalen die elk een eigen naam hadden. Zo kreeg een van de meest luxueuze zalen de naam Apollo.
Hij bouwde in het complex ook een openbare bibliotheek uit, waar zijn befaamde en omvangrijke boekencollectie een plaats kreeg. Van het oorspronkelijke complex zijn niet veel restanten teruggevonden. Slechts een aantal fragmenten van terrassen en de fundamenten van gebouwen zijn opgegraven.
In de tuinen kweekte Lucullus een grote hoeveelheid exotische planten, waarvan hij er veel had meegebracht tijdens zijn campagne in het oosten. De bekendste hiervan was de kersenboom, die hij zo in Europa introduceerde en had ontdekt in de stad Cerasus in Klein-Azië (een kolonie van Sinope). Het woord kers (cerise in het Frans) is rechtstreeks terug te leiden tot Cerasus. Op deze plaats in Rome plantte hij de eerste kersenbomen in Europa. Later raakten die bomen verspreid tot in de verste uithoeken van het Romeinse rijk.
Lucius Licinius Lucullus was een beroemd Romeins militair en politicus uit de 1ste eeuw v. Chr. Hij behoorde tot de conservatieve optimates. Hij was quaestor onder de dictatuur van Sulla (87-85 v. Chr.) en een van de zeldzame integere medewerkers van deze dictator. Lucullus was consul in 74 v. Chr. en voerde in die hoedanigheid met succes oorlog tegen koning Mithridates VI van Pontus (in de Derde Mithridatische Oorlog).
Tegelijkertijd voerde hij in de provincie Asia een financiële sanering door van de steden, die onder zware schuldenlasten gebukt gingen als gevolg van de woekerpraktijken van de Romeinse belastingpachters en geldschieters. Door zijn toedoen werd de rente van 48% tot 12% verlaagd en rente achterstanden, die de 100% te boven gingen, werden kwijtgescholden.
Daardoor kwam Lucullus in aanvaring met de belangen van de financiële wereld, die tegen hem begon te ageren, zodat hij in 67 v. Chr. zijn commando moest overdragen aan Gnaeus Pompeius Magnus maior op aandringen van de hem vijandig gezinde equites. Verbitterd hield Lucullus zich sindsdien buiten de politiek en wijdde zich tot zijn dood in 56 v. Chr. aan de verfraaiing van zijn huizen en parken, zijn visvijvers, zijn waardevolle bibliotheek en zijn kunstverzameling.
Het was in die periode dat hij zijn befaamde tuinen liet aanleggen. Hij gaf zich over aan een leven vol extravagante luxe. Lucullus werd beschouwd als een van de rijkste mannen van Rome, na Crassus. Lucullus raakte ook bekend om zijn spreekwoordelijk geworden weelderige en buitengewoon verzorgde maaltijden en zijn voorliefde voor exotische gerechten. Hoeveel hedendaagse restaurants dragen niet de naam Lucullus?
In het jaar 46 kwamen de tuinen in handen van de consul Valerius Asiaticus. Messalina, de derde vrouw van keizer Claudius, wilde de tuinen echter dolgraag hebben en dwong Asiaticus tot zelfmoord, waarna ze het complex in bezit nam. Lang heeft ze er niet van kunnen genieten, want in 48 bedroog ze haar man, was er sprake van een samenzwering tegen haar echtgenoot en werd ze in de villa ter dood gebracht.
Daarna werden de tuinen van Lucullus keizerlijk bezit. In de loop van de tweede eeuw werden de tuinen verkocht aan de familie Acilii Glabriones, die er een nieuwe villa lieten bouwen. Hierna stond het complex bekend als Horti Aciliorum. De exacte omvang is onbekend, maar waarschijnlijk strekten de tuinen zich uit over de hele Pincio heuvel, van Piazza del Popolo in het noorden, Porta Pinciana in het oosten tot de omgeving van de huidige kerk Trinità dei Monti aan Piazza di Spagna.
De volledige heuvel, die niet tot de oorspronkelijke zeven heuvels van Rome behoort, werd bnnen de stadsmuur opgenomen toen keizer Aurelianus vanaf 271 zijn Aureliaanse Muur liet bouwen. In 1901 kocht de Italiaanse staat de tuinen en gebouwen van de vlakbij gelegen Villa Borghese om er een openbaar park van te maken.
Er werd een brug gebouwd, die de Pincioheuvel met het park verbond. Daardoor ging de Pincio zelf ook deel uitmaken van het huidige park Villa Borghese. De Pincio, zoals we die vandaag kennen, werd in de periode 1809-1814 aangelegd door de in Rome geboren Fransman Giuseppe Valadier, die ook Piazza del Popolo heeft gerealiseerd.
Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 3 juli 2012. Bekijk het origineel.

