Heraanleg omgeving Ara Pacis klaar in 2013

Lichte, scherpe silhouet van de Lupa Capitolina, gebruikt als vervangfoto

Zoals eerder gemeld heeft de Amerikaanse architect Richard Meier, bouwer van de omstreden behuizing van het Ara Pacis-monument in Rome, na lang aarzelen toestemming gegeven om de onmiddellijke omgeving van het gebouw aan te passen volgens de wensen van het stadsbestuur. Dat wordt binnenkort zeer concreet. De aanleg van de geplande autotunnel en de volledige heraanleg van het plein begint na de winter en moet voltooid zijn in de loop van 2013. De omgeving zal dan zodanig getransformeerd zijn dat er, behalve het Ara Pacis-museum zelf, nog maar weinig overblijft van de oorspronkelijke visie van de architect.

Burgemeester Alemanno had tijdens zijn verkiezingscampagne al voorgesteld om het moderne witte gebouw gewoon af te breken en elders weer op te bouwen. Dat zou, vooral financieel, nogal drastisch zijn geweest, maar Meier stemde na lang onderhandelen vorig jaar in met een facelift voor de hele site. Het geheel sluit aan bij de grondige renovatie van Piazza Augusto Imperatore en het Mausoleum van Augustus, renovatiewerken die nu reeds aan de gang zijn maar nogal moeizaam vorderen.

Meest ingrijpend in het project is de geplande autotunnel van zo'n 600 m lengte, die ongeveer halfweg de automobilisten toelaat om een ondergrondse parking te bereiken. Daar zijn 308 parkeerplaatsen voorzien. Het autoverkeer op de Lungotevere in Augusta moet ondergronds, te beginnen vanaf het kruispunt met de Via Tomacelli. Alleen al de aanleg van de tunnel wordt geraamd op 26,4 miljoen euro. De financiering gebeurt met privékapitaal. De investeerder moet dat geld in de toekomst gaandeweg recupereren uit de opbrengsten van de parkeergelden. 120 parkeerplaatsen zullen te koop worden aangeboden, de overige 188 worden geëxploiteerd.

De restyling van het plein zelf kost ongeveer 17 miljoen, geld dat de Romeinse belastingbetaler zal moeten ophoesten. In het project sneuvelt ook de muur die tussen de Ara Pacis en de huidige straatzijde werd gebouwd. Daardoor zullen de kerken San Girolamo en San Rocco vlakbij de Ara Pacis ook vanaf de overzijde van de Tiber weer in volle glorie te bewonderen zijn. Nu vormt de muur van Richard Meier een visuele hindernis.

Ook de huidige, moderne fontein op het pleintje voor de Ara Pacis moet verdwijnen. Op de plaats waar nu de auto's razen wordt veel groen aangelegd, zodat bezoekers via een soort verkeersvrije parkzone vanaf de Tiber de Ara Pacis kunnen bereiken. Het project is trouwens de eerste aanzet tot het geleidelijk verkeersvrij maken van de hele zone Ripetta. Het is vooral de bedoeling de ruimte te benutten die er nog overblijft van de oorspronkelijke Porto di Ripetta, het haventje waar in het verleden bootjes konden aanmeren totdat de Tiber volledig werd ommuurd om overstromingen tegen te gaan. Dat kan door het voetgangersgedeelte naast de Tiber, vlakbij de Ara Pacis, uit te breiden richting Tiber, zodat een groot terras met uitzicht op de Tiber mogelijk wordt. Een dialoog tussen de stad en de rivier, omschrijft de burgemeester die ingreep.

Burgemeester Alemanno verwacht niet echt grote moeilijkheden. Hij noemt het project cruciaal voor de hele herontwikkeling van het gebied. Er zal tijdens de aanleg van de tunnel uiteraard heel wat verkeershinder ontstaan, maar de auto's zullen, net als bij de aanleg van andere tunnels in het verleden, worden omgeleid.

De aanzet voor het Ara Pacis-ontwerp van de Amerikaanse architect Richard Meier, die hiermee het Vredesaltaar van keizer Augustus van een nieuw onderdak voorzag, werd gegeven door oud-burgemeester Francesco Rutelli en afgewerkt onder het bewind van de vorige burgemeester, Walter Veltroni. Zij beschouwden Meiers ontwerp destijds als een van de initiatieven die de stad klaar moesten maken voor het nieuwe millennium. Het gebouw werd na veel vertragingen en hindernissen geopend in 2006 maar lokte al lang voor de opening veel controverse uit. Velen vonden het een schitterend voorbeeld van moderne architectuur maar absoluut ongepast in de historische omgeving waar het was neergezet.

De oorspronkelijke opdracht voor het eigenlijke Altaar van de Vrede werd gegeven door Augustus, de eerste Romeinse keizer, in 13 voor Christus. De Ara Pacis Augustae werd eigenlijk opgericht als gevolg van de veilige terugkeer van keizer Augustus (31 v. Chr.- 14 n. Chr.) naar Rome, dit na de burgeroorlogen onder Marius en Sulla (120-70 v. Chr.), tussen Caesar en Pompeius (70-44 v. Chr.) en tussen Marcus Antonius en Octavianus (44-31 v.Chr. – zoals bekend nam Octavianus de naam Augustus aan toen hij keizer werd) en tenslotte de oorlogen in Gallië en Spanje. In 17 v. Chr. riep Augustus de wereldvrede uit, de zogenaamde Pax Augusta. Daarvoor werd in 9 v. Chr. het vredesmonument opgericht en sindsdien werd ieder jaar de vrede herdacht met een offerritueel in het Ara Pacis.

Twee eeuwen later moest het wijken voor nieuwe bouwwerken van andere keizers met andere grootse plannen. Pas in 1568 werden de eerste brokstukken teruggevonden. Ze kwamen in het Uffizi-museum in Firenze terecht. Een ander deel ging naar het Louvre in Parijs en ligt daar nog altijd. In 1937 slaagden archeologen er dankzij een nieuwe techniek in om heel veel stukken op te graven. Mussolini gaf opdracht om met de puzzelstukken een nieuwe, gereconstrueerde Ara Pacis op te richten. Niet bij de Campo Marzio, maar een halve kilometer verderop, waar hij net een hele stadswijk met de grond gelijk had gemaakt om er de Piazza Augusto Imperatore te laten verrijzen in de modernistische fascistische bouwstijl.

Midden op het plein lag het mausoleum van Augustus, een ronde en tot vandaag nogal verwaarloosde grafheuvel die momenteel wordt gerestaureerd en waar Mussolini zelf begraven had willen worden. Aan de oever van de Tiber verrees dus de nieuwe Ara Pacis, een combinatie van originele brokstukken en gips, overkapt door een glazen constructie met stenen zuilen. Het complex, dat op 23 september 1938 en dus tweeduizend jaar na de geboorte van Augustus werd geopend, moest het centrum worden van het nieuwe fascistische keizerrijk.

Het eigenlijke altaar van de vrede is 11,65 m lang, 10,62 m breed en ongeveer vijf meter hoog. Het bestaat uit een rechthoekige marmeren buitenmuur op een podium met twee deuren in elkaars verlengde met elk een trap. Daarbinnen staat het rijk versierde altaar. De muren, waardoor het altaar omsloten wordt, zijn gemaakt van Carrara-marmer en laten vrij eenvoudige versieringen zien aan de binnenkant. In het onderste deel van de wand zijn diepe cannelures aangebracht en in het bovenste deel ziet men bloemen- en vruchtenguirlandes en ossekoppen.

Jarenlang diende de Ara Pacis als het ceremonieel centrum van Rome, waar men dankte voor de vrede, het goede bestuur en de welvaart die Augustus bracht. Ook de muren aan de buitenkant zijn zeer uitbundig versierd. Op de onderste strook, om het gehele altaar heen, is een sierlijk patroon gemaakt dat zich herhaalt in de vorm van acanthusbladeren met zwanen en andere diersoorten. En op de bovenste strook, van de vier muren direct naast de deuren, zijn vier mythologische taferelen afgebeeld. Op de muren staan afbeeldingen van de optocht bij de ontvangst van keizer Augustus terug in Rome. De reliëfs, eveneens in Carrarisch marmer, zijn van zeer goede kwaliteit.

Op de linkerzijde zijn priesters, magistraten, de Pontifex Maximus (hogepriester) en een stoet van vertegenwoordigers van de Senaat afgebeeld in een 'eeuwigdurende offerhandeling' die de vrede en het welzijn van het Romeinse Rijk garanderen. De rechterzijde bevat een scène van de processie van de ceremoniële wijding van het altaar. Deze processie heeft werkelijk plaatsgevonden op 4 juli in het jaar 13 v. Chr. Archeologen zijn er zelfs in geslaagd verschillende leden van Augustus' familie te identificeren. Als eerste komen de twaalf lictoren gevolgd door Augustus (hij is langer afgebeeld dan de rest) en de vier flamines, de priesters die als taak hebben de ceremoniële vuren te ontsteken. Achter hen aan lopen Augustus' schoonzoon, Agrippa, zijn vrouw Livia, zijn nicht An
tonia, zijn dochter Julia en haar man Tiberius.

Naast hen lopen de broers Germanicus en Claudius. Germanicus was getrouwd met de dochter van Julia. Tenslotte volgen er een aantal vrienden. Eén van de mythologische taferelen op de muren met de ingangen is de afbeelding van Tellus, een vrouwelijk wezen die de aarde verpersoonlijkt en die het symbool van Italië is. Aan haar voeten zitten een os en een schaap en ze wordt omgeven door twee nimfen die de lucht en het water symboliseren. De eerste zit op een zwaan en de ander op een zeemonster. Op haar schoot zitten twee jongetjes die Romulus en Remus zouden kunnen uitbeelden. Ze grijpen naar de borst van de godin en naar de vruchten op haar schoot. Andere mythologische scènes die de geschiedenis van het ontstaan van Rome uitbeelden, zijn afbeeldingen van de Lupercalia, het feest van Pan en Aeneas die aan de penaten, de huisgoden, offert. Aan de buitenkant, op de basis van het altaar, is de tekst weergegeven van de Res Gestae Divi Augusti. Dit is een opsomming van de belangrijkste daden van Augustus.

De negen steenblokken die de optocht uitbeelden heeft men pas in 1658 ontdekt onder het toenmalige Palazzo Peretti (nu Amalgia) aan de Piazza San Lorenzo in Lucina. Twee ervan werden door de familie De' Medici gekocht en kwamen terecht in Firenze. Nog andere blokken verhuisden naar het Thermenmuseum, het Vaticaan en het Louvre. Toen men in de buurt steeds maar nieuwe fragmenten bleef vinden, kwamen archeologen in 1879 tot het besef dat men te doen had met het legendarische Ara Pacis.

De plaats waar de Ara Pacis Augustae nu staat, is niet de oorspronkelijke. De huidige plek is zoals verteld het idee van Mussolini die het monument op 23 september 1938 liet openstellen voor het publiek. Tijdens de opbouw van het altaar, heeft men in 1937 tijdens nieuwe opgravingen nog meer delen gevonden, waardoor het gebouw grotendeels kon gereconstrueerd worden.

Jammer genoeg bevinden enkele originele steenblokken zich nog steeds in Firenze en ook Parijs weigert de originele stenen terug te geven. Het Vaticaan gaf de oorspronkelijke steenblokken wel terug, zij het pas in 1954 en na lang aandringen. De delen die nu nog in Firenze en Parijs liggen, zijn in Rome vervangen door afgietsels.

Met behulp van die afgietsels en de talrijke delen die inmiddels zijn teruggevonden is het Vredesaltaar grotendeels in de vroegere luister hersteld. Hoewel keizer Augustus, de man die naar verluidt Rome aantrof als een stad van baksteen en ze achterliet als een stad van marmer, volgens ons toch zijn bedenkingen zou hebben gehad met het plaasteren oplapwerk van zijn Vredesaltaar…

www.arapacis.it

Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 18 november 2010. Bekijk het origineel.