Uniek stukje stadsgezicht bedreigd

Lichte, scherpe silhouet van de Lupa Capitolina, gebruikt als vervangfoto

Een zeer bekend Romeins stadsgezicht dreigt binnenkort te wijzigen. Eén van de beroemde vijf palmbomen aan Piazza di Spagna, aan de voet van de Spaanse Trappen, is stervende. De boom heeft een aanval te verduren van de rode kever. De beestjes doen zich te goed aan de vruchten, zaden en bloemknoppen van de boom. De overige bomen zijn momenteel nog niet aangetast. De palmbomen bepalen al jarenlang mee het uitzicht van het beroemde plein waar jaarlijks miljoenen toeristen zich laten vereeuwigen op foto. De kans is groot dat de boom moet worden gekapt. De Associazione Residenti di Campo Marzio, het plaatselijke buurtbewonerscomité, voert actie voor het behoud van de palmboom.

In de 17de eeuw wilden de Fransen de kerk Trinità dei Monti verbinden met het plein beneden de heuvel. Dit plan werd echter tegengehouden, omdat het ontwerp een prominente plaats voor een standbeeld van Lodewijk XIV voorzag. Dat zag de paus niet zitten. In 1723 belastte paus Innocentius XIII de Italiaanse architect Francesco de Sanctis met het werk, die samen met Alessandro Specchi een ontwerp presenteerde dat zowel voor de Fransen als de Paus acceptabel was. Van het standbeeld van Lodewijk XIV was in het nieuwe ontwerp geen sprake meer en de Fransen kregen uiteindelijk hun trapverbinding.

Maar al meteen begonnen de mensen de nieuwe verbindingsweg te omschrijven als de Spaanse Trappen. Dat kwam omdat op het plein beneden, de Piazza di Spagna, zo geheten werd omdat daar sinds de 17de eeuw de Spaanse ambassade was gevestigd. De Spaanse ambassade van de Heilige Stoel bevindt zich daar trouwens nog altijd. Ironisch genoeg heette het plein, voordat de ambassade er neerstreek, Piazza di Francia. Op een of andere manier maakten de Romeinen destijds, na de bouw van de trap, veel vlugger de link naar Spanje dan naar Frankrijk, zodat de Fransen al gauw moesten vaststellen dat hun trapverbinding, waarvoor ze zoveel moeite hadden gedaan, door iedereen werd toegeschreven aan de Spanjaarden.

Nochtans hadden ze heel wat moeite gedaan om zoveel mogelijk Franse elementen in de trappen te integreren. De trapverbinding werd gebouwd tussen 1723 en 1726, met geld van de Franse ambassadeur Etienne Gueffier, die in 1661 een bedrag van 24.000 scudi naliet. Hij wilde een mooie trap die de ongemakkelijke smalle paadjes naar boven moest vervangen. Onderaan de trap, op de pilaartjes, hebben de bouwers Franse lelies ingewerkt. Geen mens die dat nog ziet en als het al wordt opgemerkt denken men meestal dat het de lelie is uit het Farnese-wapen. De Spaanse Trappen tellen tien keer twaalf treden en drie terrassen, wat een verwijzing is naar de Trinità dei Monti (Drievuldigheid van de bergen). De kerk was de laatste rustplaats voor de pelgrims die naar de Sint-Pietersbasiliek trokken.

Opmerkelijk in de buurt zijn uiteraard nog de Fontana della Barcaccia, in 1628 ontworpen door Pietro Bernini, vader van Gian Lorenzo. Door de geringe waterdruk ligt de fontein een stukje onder het straatniveau. Rechts van de Spaanse trappen zie je op nr. 26 het rode huisje waar de Engelse dichter John Keats in 1820 kwam wonen en er op 24 februari 1821 aan tuberculose stierf in de hoekkamer op de tweede verdieping, met uitzicht op de trappen. De romantische dichter werd 25 jaar. Er is nu een klein Keats- en Shellymuseum gevestigd. Tegenover dit pand, op nr. 66, verbleef in 1817 ook Lord Byron. En de surrealistische kunstenaar Giorgio de Chirico woonde tot 1978 op de vierde verdieping van het Palazzetto dei Borgognoni op nr. 31. Ook hier is er een klein museum geopend, echter alleen te bezoeken na afspraak.

De obelisk bovenaan de trappen, net voor de kerk, is afkomstig uit de tuinen van de geschiedschrijver Sallustius, de Horti Sallustiani, net buiten het toenmalige Rome, thans de wijk Sallustiano rond Piazza Sallustio, ten noorden van de Piazza della Repubblica. In tegenstelling tot vele andere soortgelijke obelisken die her en der in Rome verspreid zijn, komt dit exemplaar niet uit Egypte maar gaat het om een imitatie. De obelisk werd in 1788 in opdracht van paus Pius VI rechtgezet op de huidige locatie. Goethe stond toe te kijken toen dit gebeurde. De imitatie gaat zelfs zover dat de Egyptische hiërogliefen gewoon kopieën zijn van de obelisk op de Piazza del Popolo. De Romeinse steenhouwer die ze moest uitbeitelen begon echter aan de verkeerde kant en toen de obelisk werd rechtgezet bleek dat er een aantal hiërogliefen op hun kop stonden. Niemand heeft het de paus ooit durven vertellen.

De kerk Trinità dei Monti is Frans bezit. Ze werd gebouwd in 1495 met geld van de Franse koning Karel VIII. De gevel en torens werden ontworpen door Giacomo della Porta. De kerk stond in begin van de negentiende eeuw een tijdje leeg en werd toen gebruikt als atelier en woonvertrekken voor kunstenaars. In de tweede kapel links bij het binnenkomen zie je de verbeelding van de kruisafneming, een meesterwerk van Daniele Ricciarelli, veel beter bekend als Daniele da Volterra, een leerling van Michelangelo. Het schilderij vormt de perfecte synthese tussen de stijl van Michelangelo en Rafaël. Boven het altaar in derde kapel rechts bevindt zich de Hemelvaart van Maria, eveneens van da Volterra. De figuur met de rode mantel op het doek is een eerbetoon aan zijn leermeester: het is de afbeelding van Michelangelo.

Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 18 november 2010. Bekijk het origineel.