Plan voor Porta Portese bedreigt wellicht zondagse rommelmarkt

Lichte, scherpe silhouet van de Lupa Capitolina, gebruikt als vervangfoto

De regio Lazio heeft zopas met steun van het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) 11 miljoen euro vrijgemaakt, geld dat de stad Rome mag gebruiken voor de herontwikkeling van de buurt rond Porta Portese, een nogal mistroostig en enigszins verloederd stadsdeel van Rome. Porta Portese is vooral bekend als de locatie waar iedere zondag de grootste rommelmarkt van Italië en wellicht zelfs van Europa plaatsvindt. Een aanzienlijk deel van de Via Portuense en omgeving behoort niet meteen tot de fraaiste plek van Rome. Wanneer de herontwikkeling van dit gebied begint zal de ganse omgeving echter grondig veranderen. Sommigen vrezen zelfs dat ook de legendarische rommelmarkt op termijn zal verdwijnen of minstens inkrimpen.

De Via Portuense leidde vroeger naar de stad Portus. Paus Urbanus VIII liet in de eerste helft van de 17de eeuw een nieuwe stadsmuur bouwen op de Janiculum. De Aureliaanse Muur was in dit stadsdeel in slechte staat geraakt en bood geen goede bescherming meer voor de wijk Trastevere. Bovendien viel slechts een klein deel van de stad op de rechteroever binnen de ommuring.

De Muur van Urbanus VIII volgde een andere route dan de Aureliaanse Muur, en omsloot het hele gebied tussen het Vaticaan en Trastevere. De oude Porta Portuensis werd in 1643 afgebroken en een jaar later werd een nieuwe poort ongeveer 500 meter noordelijker op dezelfde weg in de nieuwe muur gebouwd. Dit is de huidige Porta Portese. Aan het einde van de 19de eeuw verloor de Porta Portese veel van zijn belang, omdat toen de Ripa Grande haven, op dat moment de belangrijkste rivierhaven van Rome, werd gesloten.

Iedere zondag veranderen Piazza di Porta Portese en de omliggende straten in een chaotische wirwar van kraampjes waar echt alles wordt verkocht. Je kan het zo gek niet bedenken of je vindt het hier, vaak aan belachelijk goedkope prijzen. Romeinen komen hier graag slenteren, op zoek naar het ultieme koopje of dat ene ontbrekende verzamelstuk. De markt situeert zich in het gebied rond de Via Portuense en de Via Ippolito Nievo tot aan de Viale Trastevere en is dus genoemd naar de voormelde poort waar de Via Portuense begint.

In een eerste fase, die 8 miljoen euro kost, worden in de wijk vooral enkele leegstaande gebouwen gerestaureerd zodat die een nieuwe bestemming kunnen krijgen. De wegeninfrastructuur in de hele omgeving wordt eveneens grondig aangepast, dit in het kader van een nieuw verkeersplan. De meeste wegen worden versmald en omgevormd tot wandel- en fietsgebied. Hulpdiensten kunnen er nog doorheen maar voor bestel- en vrachtwagens zal dat in de toekomst onmogelijk zijn.

Voorts worden groene zones ingericht en komen er openbare toiletten. Er worden nieuwe trottoirs voorzien, inclusief hellingen voor rolstoelgebruikers. Het openbaar vervoer krijgt waar mogelijk een aparte rijstrook. Op alle kruispunten in de omgeving worden nieuwe verkeerslichten geplaatst, uitgerust met led-lampen en geluidsapparatuur voor visueel gehandicapten. De werken beginnen in principe reeds in januari 2013 en zullen duren tot oktober 2014.

In een tweede fase wordt 3 miljoen euro besteed aan projectfinanciering van middelgrote en kleine bedrijven en ambachten. Het geld is bestemd voor ondermeer stages, opleidingen en trainingen voor nieuwe ondernemers en hun personeel, het laten heropleven en opnieuw introduceren van traditionele beroepen en ambachten en voor de sociale integratie van kansarmen (gehandicapten, werklozen, alleenstaande ouders, ex-gedetineerden en immigranten) die in deze buurt meer dan elders in Rome vertegenwoordigd zijn.

Vooral de grondige wijziging van het verkeersplan en de volledig nieuwe infrastructurele herinrichting van de omgeving kan in de toekomst de wekelijkse organisatie van de legendarische rommelmarkt bedreigen. Marktkramers en handelaars zullen niet meer of veel moeilijker ter plaatse geraken, minder vlot kunnen parkeren en vooral ook veel minder plaats hebben om hun waren uit te stallen. Gevreesd wordt dat heel wat handelaars het na de herinrichting voor bekeken houden en gewoon zullen wegblijven.

Iedere week komen vele duizenden Italianen en toeristen snuffelen in het aanbod van meer dan tweeduizend verkopers. Die bieden de meest uiteenlopende spullen aan, gaande van kleding, schoenen, boeken, antiek, zonnebrillen, zeldzame boeken, huis-, tuin- en keukenartikelen tot afgedankte lavabo’s, sieraden, horloges, dvd’s, muziek, en nog veel meer. Achter de schermen is echter ook een zwarte, illegale markt actief. Namaakartikelen, illegale sigaretten, gestolen kunst, namaak, illegale weddenschappen, gokspelletjes, … Wie weet bij wie je moet zijn vindt het hier allemaal. Wie bedrijvig is in deze laatste sectoren is uiteraard strafbaar, ook wie zich als koper aanbiedt. Politiemensen in burger patrouilleren dan ook regelmatig op deze reusachtige vlooienmarkt.

Een paar schoenen aan 5 euro? Een jeansbroek die 2 euro kost? Een fiets van 20 euro? Je vindt het allemaal – afdingen mag en moet zelfs! – en zowel verkopers als veel bezoekers zijn afkomstig uit de meest exotische en uiteenlopende landen. Het is soms moeilijk om je hier voor te stellen dat je nog wel degelijk in Rome bent. De veelheid aan kleurrijke talen, de drukte, de geuren die opstijgen van de vreemde gerechten in de talrijke eetkraampjes, het is allemaal een beetje onwerkelijk en weinig Italiaans. Wie hier voor het eerst rondwandelt kan niet anders dan zich permanent verbazen over dit aspect van het Romeinse leven.

De markt begint officieel om 6 uur ‘s ochtends maar, zeker bij mooi weer, is er ook om 5 uur al volop bedrijvigheid. De markt duurt in principe tot 14 uur in de namiddag. Dit is wel wat afhankelijk van het weer. Italianen hebben een grondige hekel aan regen en wanneer het regent verdwijnen de bezoekers snel en gaan ook de kraampjes vroeger dicht. Ook in juli en vooral in augustus, als het warm is en de Romeinen zelf op vakantie vertrekken, is het veel rustiger op de markt en zijn er beduidend minder kramen.

De meeste handelaars zijn beroepsmensen. Ze werken officieel en beschikken over een vergunning die wordt toegekend door de stad Rome. Vroeger trof je op Porta Portese veel Afrikanen aan met een groot aanbod van allerlei illegaal spul, maar die markt is nu grotendeels overgenomen door voornamelijk Aziaten, met name Chinezen, Pakistanen en immigranten van Bangladesh waarvan er zich heel wat ophouden in de buurt van de markt. Wie zich namaakartikelen aanschaft, weze gewaarschuwd: ook als koper kan je een flinke boete oplopen wanneer je wordt betrapt.

Een andere opmerkelijke categorie “handelaars” op Porta Portese zouden de beroepszakkenrollers zijn die hier de mobiele telefoons, camera’s, iPads, laptops, netbooks, fototoestellen, MP3-spelers, enz. proberen te verkopen die ze tijdens de voorbije week van argeloze toeristen in het centrum van Rome hebben gestolen. Volgens een hardnekkig verhaal kan je vrijwel alles waarvan je in Rome bent beroofd, de volgende zondag op de Porta Portese-markt terugkopen.

De harde waarheid of gewoon een stadslegende? Dat is niet meteen duidelijk maar wie eens komt rondslenteren in Porta Portese moet vooral oppassen hier zelf niet het slachtoffer te worden van een gauwdief. De drukte rond de Porta Portese-markt vormt immers een ideaal jachtterrein voor de zeker niet schaarse figuren die er in deze buurt op uit zijn om je te verlossen van je portefeuille, telefoon of andere waardevolle zaken.

Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 5 januari 2013. Bekijk het origineel.