Dr. Michiel Verwey publiceerde in “In Monte Artium”, Journal of the Royal Library of Belgium, 5, 2012, pp.169-214, een artikel met als titel: “Het Broederschapsboek van San Giuliano dei Fiamminghi en de Statuten van 1444”. Het onderstaande artikel is een samenvatting van de auteur.
Het broederschapsboek van San Giuliano in Rome weerspiegelt de geschiedenis van de instelling. Net als deze valt het handschrift duidelijk uiteen in een oud gedeelte en een nieuw. Het oude gedeelte werd begonnen in 1574 op een moment dat ook andere broederschappen zich hervormden. Het feit dat het broederschapsboek juist dan geopend werd, wijst ook voor San Giuliano vermoedelijk in de richting van een nieuw élan, een nieuw enthousiasme, mogelijk ook een algehele vernieuwing, waarbij een verband met het Heilig Jaar 1575 niet geheel kan worden uitgesloten.
In dit register werd een kopie van de Nederlandstalige oude hospitaalstatuten van 1444 opgenomen, misschien om het eigen aanzien door ouderdom te staven, mogelijk ook om de intekenaren werkelijk het reglement aan te bieden van de instelling waarvoor ze tekenden: hoewel formeel gescheiden, bestond er toch een nauw verband tussen broederschap en hospitaal. Deze kopie van de statuten uit 1444 wordt gevolgd door in totaal 132 inschrijvingen in de broederschap. Bij deze inschrijvingen valt op dat de leden van de broederschap voornamelijk inderdaad uit het graafschap Vlaanderen afkomstig waren, met kleine groepen uit Artois, Kamerijk, Doornik, Henegouwen en Namen, met andere woorden uit die gebieden die deel uitmaakten van het aartsbisdom Kamerijk.
De inschrijvingen gebeurden voornamelijk in het Italiaans en het Nederlands, enkele ook in het Frans of het Latijn. Hierbij blijkt dat Franstaligen er over het algemeen de voorkeur aan gaven zich in het Italiaans in te schrijven. Waarom het Frans zo weinig werd gebruikt, is nog niet duidelijk. Na een aanvankelijk enthousiasme in het laatste kwart van de zestiende eeuw, zakt het aantal inschrijvingen in de eerste helft van de zeventiende eeuw om dan in de tweede helft van die eeuw weer toe te nemen. In de achttiende eeuw volgt echter een nieuwe sterke daling tot aan de laatste inschrijving in 1747.
In 1705-1706 vond er een visitatie plaats ten gevolge waarvan enkele leden werden geschrapt. San Giuliano heeft de crisis van de achttiende en vroege negentiende eeuw met de Franse periode overleefd. In het net onafhankelijke België werd de kerk de nationale kerk van het nieuwe land. Voor het broederschapsboek had dit aanvankelijk weinig gevolgen, al werd in de jaren 1840 door twee bezoekers de teloorgang van de oude Vlaamse stichting wel beklaagd en werd de heroprichting van de broederschap aanbevolen. Het zou echter tot 1907 duren vooraleer Mgr. Maurice Vaes dit idee in praktijk zou brengen. Hij richtte de broederschap opnieuw op en liet weer inschrijvingen opnemen, te beginnen met paus Pius X.
Het idee van de heropgerichte broederschap werd vermoedelijk al snel wat gematigd en het broederschapsboek evolueerde tot een register van (hoge) bezoekers, in het Heilig Jaar 1950 en volgende zelfs tot een algemener bezoekersregister, tot het vanaf ca. 1970 weer enkel hoge bezoekers werd voorbehouden. De bezoekers die door de jaren heen San Giuliano bezochten en het broederschapsboek tekenden, zijn niet van de minsten. Zo blijken diverse (voormalige) leden van het Belgische koningshuis (Albert, Elisabeth, Leopold, Boudewijn, Fabiola, Albert, Paola,…) trouwe bezoekers, maar kwamen ook Willem-Alexander van Nederland en zelfs paus Johannes-Paulus II er ooit over de vloer.
Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 12 april 2013. Bekijk het origineel.

