Het is dit jaar 150 jaar geleden dat Italiaanse troepen Rome binnendrongen door een bres te slaan in de Muur van Aurelianus, zowat 60 m ten noorden van Porta Pia.
In de Porta Pia is een klein en minder bekend museum ondergebracht, het Museo Storico dei Bersaglieri, met herinneringen aan het bewogen verleden van deze plek en het korps van de Bersaglieri. Het is gratis te bezoeken.

De spectaculaire gevel van de stadspoort Porta Pia, gericht naar de Via Venti Settembre, is het laatste bouwwerk dat Michelangelo (1475-1564) ontwierp. Het werd in 1561 in opdracht van Pius IV (Giovanni Angelo Medici – 1559-1565) gerealiseerd.
Leuk weetje: de geknikte boog werd door Peter Paul Rubens (1577-1640) gekopiëerd voor de centrale doorgang van de portiek in het Rubenshuis in Antwerpen, België.
In het midden van de gevel zien we het wapen van Pius IV die overigens niet verwant was met de bekende Florentijnse familie de’ Medici. Opmerkelijk is het steeds terugkerende, witte motief.
Volgens een eigentijds verhaal zou het een scheerbekken zijn op een handdoek met franjes, een verwijzing naar Pius IV die een barbier onder zijn voorouders telde. De buitenzijde van de poort dateert van 1868.

Net buiten deze stadsmuur begon destijds het Romeinse platteland, de campagna romana. Wie vandaag door de Via Nomentana de stad uitwandelt en ooit de oudere gravures en prentkaarten van deze buurt heeft gezien, kan zich moeilijk indenken dat de nabije omgeving van de historische binnenstad er toch nog niet zo heel lang geleden, zo ongelooflijk landelijk uitzag.
In het verlengde van de Via Venti Settembre leidt de Via Nomentana de reizigers over een kaarsrechte weg tot ver buiten Rome. Ze volgt een eeuwenoude consulaire weg naar Nomentum, het huidige Mentana, op zowat 20 km ten noordoosten van Rome.

Op 20 september 1870 omstreeks 9 uur ‘s morgens drongen Italiaanse troepen Rome binnen door een zestigtal meter ten noorden van de Porta Pia een bres te schieten in de Muur van Aurelianus. Het was de laatste keer dat deze Romeinse muur die op het einde van de derde eeuw gebouwd werd tegen de barbaren, werd bestormd.
Tot vandaag zijn de tekenen van de strijd nog altijd zichtbaar op een deel van de Aureliaanse muren en op de poort zelf. Hier zie je enkele foto’s uit de tijd van de gevechten.

De geslagen bres werd een symbool van de zegevierende troepen van het Koninkrijk Italië over de pauselijke staten en de daaruit voortvloeiende inname van Rome. Een marmeren monument herdenkt deze gebeurtenis.
Op de plaat lezen we ‘URBE ITALIAE VINDICATA INCOLIS FELICITER AUCTIS GEMINOS FORNICES CONDIDIT’. Het beeld is een werk van Publio Morbiducci (1889-1963).
De Italianen verloren in de strijd 49 man en telden 150 gewonden, de pauselijke troepen hadden 19 doden en 40 gewonden te betreuren. Na de val van Rome volgde het plebisciet of de volksraadpleging van 2 oktober 1870.
De uitslag zou leiden tot de aanhechting van de pauselijke staten aan het nieuwe Italië. Slechts 1.507 van de 135.188 stemgerechtigde Romeinen stemden tegen Zo kwam er een einde aan het Risorgimento.
Vittorio Emanuele werd door paus Pius IX in de ban geslagen, maar de koning zei ‘ci siamo e ci resteremo’, we zijn er en we zullen er blijven. Op het graf van deze eerste Italiaanse koning in het Pantheon staat ‘Padre della Patria’.

Als herinnering aan de bevrijding van de stad van de Oostenrijkse troepen tijdens de Eerste Wereldoorlog, werd buiten de poort in 1920 een zuil geplaatst waarop een beeld staat dat de overwinning symboliseert.
In de Porta Pia zelf is in 1932 het Museo Storico dei Bersaglieri geopend, waar memorabilia en herinneringen met betrekking tot deze gebeurtenissen en het ontstaan en de evolutie van het Bersaglieri-korps worden getoond. Het museum is gratis toegankelijk.
Op de binnenplaats van het museum staan bronzen beelden van de meest illustere vertegenwoordigers van het korps. We overlopen ze even.
Enrico Toti (1882-1916)
Een held van de Italiaans-Oostenrijkse Oorlog
Enrico verloor op 24-jarige leeftijd zijn linkerbeen tijdens zijn werk voor de Italiaanse spoorwegen. Na zijn blessure werd hij een fervent fietser. In 1911 fietste hij, ondanks dat hij slechts één been had, naar Parijs en vervolgens door België naar Nederland en Denemarken tot Finland en Lapland.
Van daar keerde hij via Rusland en Polen terug naar Italië. In 1913 trok Toti met de fiets naar Egypte en verder tot aan de grens met Sudan, en daarna terug naar Cairo en Italië.
Toen de oorlog uitbrak tussen Italië en het Oostenrijkse keizerrijk, bood Toti zich als vrijwilliger aan voor het Italiaanse leger, maar werd omwille van zijn handicap niet aanvaard.

Toch trok hij fietsend naar de frontlinie maar werd daar door de militaire politie gedwongen om naar huis terug te keren. Maar de koppige Toti ging opnieuw naar het front en slaagde er uiteindelijk in om als niet-geregistreerde soldaat toe te treden tot het 3de Bersaglieri Wielerbataljon.
Hij sneuvelde, op 34-jarige leeftijd, tijdens de zesde Slag aan de Isonzo. Voordat hij dodelijk neerviel riep hij : ‘Nun moro io!’ (romanesco dialect voor ‘Ik wil niet sterven!’). Hij werd begraven in Montefalcone, maar in 1922 werd zijn lichaam naar de begraafplaats Campo Verano in Rome overgebracht.
Enrico Toti werd postuum onderscheiden met de Medaglia d’oro al valor militare (de Gouden Medaille voor Dapperheid), de hoogste Italiaanse onderscheiding voor moed. Hij is één van de zeldzame burgers die deze eervolle onderscheiding hebben ontvangen.
Aan de Villa Borghese en op de binnenkoer van de school die naar hem is genoemd, de Scuola elementare Enrico Toti (Via del Pigneto), staat ook een beeld van hem.
Alessandro La Marmora (1799-1855)
De oprichter van het korps der Bersaglieri
Hij nam deel aan de Krimoorlog maar overleed aan de gevolgen van cholera, kort na zijn ontscheping in Balaklava. Hij werd 56 jaar. La Marmora werd aanvankelijk begraven in Balaklava, maar in 1911 werd hij naar Italië overgebracht en herbegraven in de La Marmora-crypte van de San Sebastianokerk in Biella (Piemonte).

Goffredo Mameli (1827-1849)
Italiaans patriot, schrijver en dichter
Gedurende het beleg van Rome (1849) streed hij aan de zijde van Garibaldi bij de verdediging van de Gianicolo-heuvel. Hij werd toen door een Franse kogel gewond aan zijn linkerbeen, maar volgens een andere versie werd zijn been per ongeluk geraakt door de bajonet van een medesoldaat.
Omdat er gangreen ontwikkelde werd besloten het been te amputeren. Desondanks verergerde de infectie en dit leidde tot de dood door sepsis op 6 juli 1849. Goffredo was toen slechts 21 jaar.
Hij werd eerst begraven in Campo Verano, maar in 1941 werden zijn stoffelijke resten overgebracht naar het Mausoleo Ossario Garibaldino op de Gianicolo-heuvel, waar ze in een porfieren sarcofaag zijn bijgezet.

Deze Italiaanse patriot schreef ook de tekst van het nationale Italiaanse volkslied. De muziek is van Michele Novaro.
Luciano Manara (1825-1849)
Soldaat en politicus tijdens het Risorgimento
Hij nam deel aan de Eerste Italiaanse Onafhankelijkheidsoorlog met een groep vrijwilligers die hij zelf had samengesteld. Later werd hij leider van een korps Bersaglieri.
Hij nam ook deel aan de verdediging van de Romeinse republiek als stafchef van Garibaldi en overleed op 24-jarige leeftijd, tijdens de veldslag bij de Villa Spada op 30 juni 1849.
Zijn moeder kreeg van de Oostenrijkers aanvankelijk geen toelating om het lijk van haar zoon vanuit Rome naar Milaan over te brengen. Na lang aandringen gaf keizer Franz Jozef I uiteindelijk in 1853 de toestemming om het lichaam naar Barzano te brengen, waar het in het familiegraf werd bijgezet.

Vanaf de binnenplaats krijg je toegang tot de zalen waarin de relikwieën en herinneringen met betrekking tot de geschiedenis van het Bersaglieri-korps worden tentoongesteld.
Noordelijke vleugel, gelijkvloers
Hier bevinden zich: de ‘La Marmora-kamer’, de ‘Eregalerij’ en het ‘Heiligdom’.
In de ‘Eregalerij’ bevindt zich tussen de verschillende kostbare memorabilia, de originele aanvraag geschreven door generaal La Marmora, om van de koning van Sardinië, Carlo Alberto (1798-1849), toelating te bekomen voor de oprichting van het Bersaglieri-korps.
Het ‘Heiligdom’ is opgedragen aan de meer dan honderdduizend gesneuvelden voor het thuisland. In het midden van de kamer staat de sabel die Alessandro La Marmora, de oprichter van het korps, op 8 april 1848 in de Slag om de Goitobrug hanteerde.
In de ‘La Marmora-kamer’ worden, onder de buste van de oprichter, twee karabijnen tentoongesteld, met een poederkolf voor snelle automatische lading, die La Marmora vóór 1836 ontwierp; één van de twee modellen werd aanvaard als basisbewapening voor de eerste Bersaglieri-korpsen.
Noordelijke vleugel, bovenverdieping
Hier worden voorwerpen tentoongesteld, zoals uniformen, vuurwapens, documenten en herinneringen met betrekking tot de campagnes van het Risorgimento, van 1848 tot 1866.
Zuidelijke vleugel, bovenverdieping
De drie grote kamers van de bovenste verdieping aan de zuidkant zijn gewijd aan de koloniale campagnes, vanaf de eerste landing van de Bersaglieri in Massaua (5 februari 1885) om Oost-Afrika te veroveren.
Daaronder de gevechten van Agordat (1890 en 1893) en Cassala (1894), de slag bij Adua (1896), de expeditie naar China (1900), de operaties voor de verovering van Libië en de Dodekanesos (1911-1913) en de verovering van Oost-Afrika (1935-1936).
Zuidelijke vleugel, benedenverdieping
De benedenverdieping is gewijd aan de talrijke oorlogsoperaties van de Bersaglieri tijdens de beide Wereldoorlogen met plaquettes, foto’s, wimpels van de afdelingen, Italiaanse en Oostenrijkse wapens, portretten en medailles van commandanten en bersaglieri.
Hier wordt onder andere het vijandelijke machinegeweer getoond waardoor de jonge luitenant Alberto Riva Villasanta (1900-1918) werd gedood: hij was de laatste Italiaanse soldaat die stierf tijdens de Eerste Wereldoorlog, op 4 november 1918 om 16 uur, enkele ogenblikken vóór de beëindiging van de vijandelijkheden.
Museo Storico dei Bersaglieri
Via Venti Settembre / Piazzale di Porta Pia, Rome
Open van maandag tot vrijdag van 9 tot 13 uur
Tel. +39 06 486 723
museo_bersaglieri@esercito.difesa.it
www.assobersaglieri.it/museo-storico-dei-bersaglieri
ACHTERGROND – DE BERSAGLIERI
De Bersaglieri (enkelvoud Bersagliere) zijn elitetroepen in het Italiaanse leger. Letterlijk betekent de naam ‘scherpschutters’ (Italiaans ‘Bersaglio’ = schietschijf, doel).
De Bersaglieri zijn bijzonder goed getrainde infanteristen die speciale opdrachten uitvoeren en voor de voorhoede van de hoofdmacht kunnen ingezet worden. Behalve hun behendigheid in het geweerschieten, zijn ze zeer mobiel: ze kunnen zich zeer snel al lopend verplaatsen. Dit wordt tegenwoordig nog gedemonstreerd tijdens hun parades, die zij in looppas uitvoeren.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog verplaatsten enkele Bersaglieri-regimenten zich per fiets, die op moeilijk berijdbare terreinen werden opgeplooid en op de rug werden gedragen. Gedurende de Tweede Wereldoorlog vormden de Bersaglieri gemotoriseerde snelle divisies.

De Bersaglieri zijn goed te herkennen aan de grote bos zwarte hanenpluimen (als camouflage en als zonnescherm) op hun gevechtshelm of op de zwarte hoed die bij hun witte gala-uniform behoort.

Deze hoed wordt schuin naar rechts gedragen, zodat de brede rand het voor scherpschutters belangrijke rechteroog beschermde tegen de zon.

De Bersaglieri werden opgericht in 1836 door generaal Alessandro La Marmora (1799-1855), als onderdeel van het Piemontese leger. Het koninkrijk Sardinië-Piemonte was relatief arm en kon geen grote cavalerie-regimenten inzetten voor snelle interventies.

De Bersaglieri vormden toen snel beweeglijke infanteriekorpsen van scherpschutters, die vrij zelfstandig in kleine groepen konden opereren.
Het korps is vooral bekend geworden door hun acties in de oorlogen van het Risorgimento, de periode van de Italiaanse eenwording. Ze sloegen op 20 september 1870 een bres in de Aureliaanse Muur, trokken Rome binnen en claimden de overwinning. Dat was het begin van een lange procedure die een einde zou maken aan de wereldlijke macht van de paus.
Tegenwoordig beschikt het Italiaanse leger nog over zes bataljons Bersaglieri. Een aantal ervan hebben een eigen fanfare met blaasinstrumenten, waarmee ze optreden tijdens parades.

Met dank aan clublid
JOHAN VANHECKE
voor zijn bijdrage
aan dit artikel
Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 21 juli 2020. Bekijk het origineel.
