Het Sixtijnse geheim

Lichte, scherpe silhouet van de Lupa Capitolina, gebruikt als vervangfoto

Tijdens restauratiewerkzaamheden aan de Sixtijnse kapel in Vaticaanstad komen geheimzinnige inscripties aan het licht. Ze vormen samen een tekst die de Vaticaanse gemoederen danig verontrust. De code lijkt te verwijzen naar een oeroude samenzwering. Tijdens zijn speurtocht naar een verklaring stuit kardinaal Jellinek in de geheime archieven van het Vaticaan op een document met een vernietigend geheim dat de leer van de katholieke kerk op zijn grondvesten doet trillen. Waarom heeft Michelangelo dit raadsel in zijn fresco’s verwerkt?

‘En de geheimzinnige inscriptie?’ vroeg Jellinek gespannen. Fedrizzi, de restaurator, antwoordde: ‘De inscriptie moet van het begin af aan in het ontwerp opgenomen zijn, alleen al op formele gronden vanwege de verdeling van de hoofdletters over de gehele lengte. En daarnaast kunnen we er zeker van zijn dat de inscriptie geen latere toevoeging is, aangezien de gebruikte kleur dezelfde samenstelling heeft als de fresco-schildering.’ Jellinek staarde getroffen naar de grond. ‘Dus speelde Michelangelo van begin af aan met de gedachte om de Sixtijnse gewelven van een geheim te voorzien. Ik bedoel, de inscriptie is dus niet in een plotselinge woedeopwelling of een eenmalige stemming ontstaan.’ ‘Nee,’ antwoordde Fedrizzi, ‘mijn bevindingen bewijzen juist het tegendeel.’

Het Sixtijnse geheim is andermaal een thriller waarin, na Leonardo’s geheim in De Da Vinci Code, nu ook Michelangelo’s raadsel opgelost wordt. Het is duidelijk dat de uitgever op het succes van dit soort boeken inspeelt, want Het Sixtijnse geheim dateert eigenlijk al uit 1988 (oorspronkelijk uitgegeven in het Duits) en bereikt dank zij het actuele succes van deze verhalen, nu ook de Nederlandstalige uitgeverswereld. Het is niet het beste boek dat we al gelezen hebben, enkel voor de prijs hoef je het niet te laten: nog geen tien euro voor een boek is tegenwoordig een koopje.

Paus Sixtus IV had een huiskapel nodig en gaf in 1473 opdracht aan de architect Giovanni dei Dolci er een te bouwen. Het gebouw werd in 1481 opgeleverd. De Sixtijnse kapel wordt nog steeds gebruikt door de paus, meestal voor plechtige ceremonies. Na de dood van een paus komen de kardinalen er bijeen om een nieuwe paus te kiezen. De muur- en plafondschilderingen in de Sixtijnse kapel worden door velen beschouwd als het hoogtepunt van de Renaissance. Vooral het plafond en de achterwand van de Florentijnse meester Michelangelo worden alom geprezen.

Paus Julius II huurde de kunstenaar in 1508 in om het plafond en de lunetten boven de ramen te beschilderen. Dit werk werd in 1512 opgeleverd. Het plafond toont negen taferelen uit Genesis; in de lunetten worden voorvaderen van Jezus getoond, zoals opgesomd in Mattheüs 1. Michelangelo kon in 1536 opnieuw aan de slag, ditmaal om in opdracht van paus Paulus III op de wand achter het altaar een fresco te maken met het Laatste Oordeel. Dit meesterwerk was in 1541 gereed. Het beschilderen van het plafond van de Sixtijnse kapel kostte Michelangelo vier jaar van zijn leven en vormde een aanslag op zijn gezondheid. Maar het resultaat mocht er zijn.

Op het omslag van Het Sixtijnse geheim staat de profeet Jeremia afgebeeld. Jeremia, wellicht treurend over de val van Jeruzalem, was een van de belangrijkste profeten uit het Oude Testament (zie ook het bijbelboek Jeremia). Michelangelo schilderde hem op een van de wanden van de Sixtijnse kapel. Hierbij nam de meester zichzelf als model en dit zelfportrait van Michelangelo speelt een belangrijk rol in Het Sixtijnse geheim

Auteur Philipp Vandenberg studeerde aan de Universiteit van München kunstgeschiedenis en Germanistiek. Hij werkte achtereenvolgens bij de Passauer Neue Presse, Münchener ‘Abendzeitung’, Quick Magazin en tot 1976 als literair redacteur voor de Duitse editie van Playboy. Daarna wijdde hij zich full time aan het schrijven van romans en thrillers.

Het Sixtijnse geheim
Philipp Vandenberg
ISBN 90 6112 363 1
288 pagina’s.
Prijs: 9,95 euro

Dit artikel verscheen oorspronkelijk op 15 juni 2005 op het Romenieuws-archief.