Dit jaar is het 220 jaar geleden dat Giuseppe Gioacchino Belli geboren is. Belli leefde van 1791 tot 1863 en staat bekend als de man die zich volk leerde dichten en zingen in het Romanesco, het Romeinse dialect. Vlak voor de Ponte Garibaldi in Trastevere, bij het begin van de Viale di Trastevere, bevindt zich een pleintje dat naar de dichter werd genoemd. Daar, in een nogal schraal perkje met wat gras en een paar bomen, kreeg Belli ook een standbeeld, ingebouwd in een fontein. Het monument werd op verzoek van de Romeinen in 1913 gemaakt door de Siciliaanse beeldhouwer Michele Tripisciano. Die heeft het werk kosteloos uitgevoerd.
Belli heeft een stok in de hand, die oorspronkelijk gemaakt was van hout maar, nadat die meermaals werd gestolen door souvenirjagers, uiteindelijk vervangen is door een ijzeren exemplaar. Het metaal werd wel zwartgrijs geschilderd om het enigszins op hout te doen gelijken en is nu met cement vastgemaakt. Men koos Trastevere als plaats voor het beeld omdat in deze wijk de populaire Romeinse tradities erg goed worden bewaard en in ere gehouden. Belli, deftig gekleed in een lange mantel en met een hoge hoed op het hoofd, kijkt nadenkend naar het drukke verkeer en de trams die er voortdurend voorbij rijden. Misschien wel met enige heimwee naar het Rome uit zijn tijd. Geef deze populaire man even een vriendelijk knikje wanneer je er nog eens voorbij wandelt.
Belli was afkomstig uit een rijke familie. Door het feit dat hij er geen problemen mee had om met het ruwe dialect bezig te zijn kon hij in de hogere kringen niet op veel begrip rekenen en liet men hem ook financieel aan zijn lot over. Belli koos zijn hele leven voor het gewone volk, voor de man en vrouw in de straat. Hij vond de karakters, zeden, gewoonten, overtuigingen, vooroordelen en bijgeloof van de doorsnee burgers zoveel interessanter en boeiender dan het leventje dat hij als jonge knaap had meegemaakt.xa0Belli was een perfecte observator van het dagelijks leven en dat vertaalde zich in zijn passie, het schrijven van sonnetten, veertienregelige gedichten. In zijn werk aarzelt hij vaak niet om hard van leer te trekken tegen allerlei wanpraktijken en corruptie. Ook priesters en het Vaticaan moesten het regelmatig ontgelden.
In totaal liet hij 2.279 sonnetten na. Het is een toeval dat die bewaard zijn gebleven. Op zijn sterfbed liet Belli zijn zoon beloven dat hij na zijn dood alle gedichten en sonnetten zou vernietigen. Maar de zoon kon het niet over zijn hart krijgen het werk van zijn vader te verbranden en brak zijn woord. Zo is het grootste deel van Belli’s oeuvre toch overgeleverd aan de latere generaties. In Rome bestaat een centrum dat zich bezig houdt met de studie van Belli’s werk en regelmatig uitpakt met initiatieven rond de figuur van de dichter.
De jonge Belli en zijn ouders trokken in 1798, toen de Fransen de stad bezetten, tijdelijk naar Napels. Nadat de pauselijke macht was hersteld keerde het gezin terug naar Rome maar vestigde zich vervolgens in Civitavecchia, waar vader Gaudenzio een goedbetaalde job in de haven had kunnen bemachtigen. Gaudenzio stierf echter tijdens de cholera-epidemie van 1802 en de rest van de familie keerde terug naar Rome. Ze betrokken een huis in de Via del Corso. Dat huis bestaat niet meer, het werd aan het einde van de 19de eeuw afgebroken.xa0Moeder Lucia hertrouwde in 1806 maar stierf een jaar later. Giuseppe moest zijn studies onderbreken om voor het gezin te zorgen. Ondertussen zagen zijn eerste poxebtische werken het daglicht. Vanaf 1807 bleef zijn literaire roem alsmaar stijgen. Op 12 september 1816 huwde hij met Maria Conti, een 36-jarige rijke weduwe, die ondermeer gronden in Umbrixeb bezat. Het paar vestigde zich in Palazzo Poli, het gebouw waar de Trevi-fontein tegenaan gebouwd is.
Volkomen vrij van financixeble zorgen, kon Belli beginnen aan een reeks reizen die hem ondermeer naar Venetixeb, Napels, Milaan en Florence brachten. Die uitstapjes zouden zijn artistieke ontwikkeling mee bepalen. In Milaan, waar hij meermaals naartoe trok, kwam hij in contact met het werk van de dichter Carlo Porta en begreep door diens werk steeds beter de artistieke waarde en de satirische kracht van het volkse dialect. Belli stierf in 1863 aan de gevolgen van een beroerte.
Tegenwoordig wordt Romanesco eerder als een streektaal beschouwd dan als een echte taal of dialect. Het behoort tot de groep van Midden-Italiaanse dialecten, maar draagt sporen van Toscaanse invloeden door de toevloed van immigranten na de Sacco di Roma in 1527. De grammatica wijkt dan ook niet zoveel af van het standaard-Italiaans. Het klassieke Romanesco, zoals door Belli werd gebruikt in zijn sonnetten, is inmiddels alweer gexebvolueerd.xa0Het eigenlijke Romanesco, dat in de stad Rome en de onmiddellijke omgeving wordt gesproken, verschilt enigszins van de andere Romanesco-dialecten. Het huidige Romanesco is een levendige straattaal die zich permanent ontwikkelt met karakteristieke uitdrukkingen, scheldwoorden, afkortingen en grappen. De taal duikt overal op. Zo wordt op de foto hieronder reclame gemaakt voor goedkope reizen naar negen bestemmingen: Sono nove, sono buone. Er zijn er negen, ze zijn goed of Alle negen goed. De tekst daaronder is dan weer standaard Italiaans.
Le lingue der Monno – G.G. Belli
Sempre ho ssentito a ddxed cche li paesi
hanno oggnuno una lingua indifferente,
che dda sciuchi lx92impareno a lx92ammente,
e la parleno poi per xe8sse intesi.Sta lingua che ddichx92io lx92hanno uguarmente
Turchi, Spaggnoli, Moscoviti, Ingresi,
Burrini, Ricciaroli, Marinesi,
e Ffrascatani, e ttutte lx92antre ggente.Ma nnun c’è llingua come la romana
pe ddxed una cosa co ttanto divario,
che ppare un magazzino de dogana.Per essempio noi dimo ar cacatore,
commido, stanziolino, nescessario,
logo, ggesso, ladrina e mmonziggnore.Rome, 16 december 1832 – Der medemo (Dezelfde)
De talen van de wereld – G.G. Belli
Ik heb altijd horen zeggen dat alle landen
ieder een eigen taal hebben
Van jongs af aan leren ze hem uit het hoofd
En spreken hem voortaan om begrepen te wordenZe hebben volgens mij soortgelijke talen:
Turken, Spanjaarden, Russen, Engelsen
Lui uit de Romagna, Ariccia, San Marino,
Frascati en alle anderenMaar er is geen taal zoals die van Rome
Die voor een ding zoveel woorden heeft
Dat het een douanehok lijkt.Bijvoorbeeld wij zeggen tegen het toilet
commido, stanziolino, nescessario,
logo, ggesso, ladrina en mmonziggnore
www.ggbellimosetti.altervista.org
Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 19 december 2011. Bekijk het origineel.

