Na welgeteld 62 jaar is de kunstverzameling van de Galleria Nazionale d’Arte Antica in Palazzo Barberini eindelijk weer compleet te bewonderen. Met de voltooiing van de restauratie van de laatste tien zalen werd er net voor de zomervakantie al een aardig feestje gebouwd. De bezoekers krijgen hier een prachtig overzicht van de geschiedenis van de schilderkunst in Italië tijdens de voorbije eeuwen. In de 34 kamers hangen nu zowat 500 meesterwerken, verspreid over meer dan 12.000 m².
In de voorbije zestig jaar is er flink wat rondgezeuld met de kunstwerken. De aanhoudende verbouwingen, noodzakelijk oplapwerk en neervallend stucwerk, beschadigde en vochtige muren deden de nuttige tentoonstellingsoppervlakte alsmaar krimpen. Heel wat kunstwerken werden ofwel terug naar de magazijnen gebracht of soms nog wat dichter bij elkaar gepropt in de overblijvende zalen. Gedurende de diverse fasen van de langdurige restauratie verhuisden de werken van verdieping of verdwenen ze al dan niet tijdelijk in opslagplaatsen. Sommige stukken werden overgebracht naar andere musea. Een aantal kunstwerken zijn al vele jaren niet meer getoond aan het publiek.
Haast permanent was er discussie over de financiering en de planning van het project. Na ruim zestig jaar is het dan toch nog goed gekomen met de collectie die sinds kort weer in volle glorie te bewonderen valt. Het jongste restauratieproject, zijnde de tien laatste kamers van Palazzo Barberini die nog een opknapbeurt moesten krijgen was in handen van architecte Laura Cherubini.
Zij koos voor typische kleuren uit de achttiende eeuw. De inrichting van een aantal kamers, de vroegere woonvertrekken van de familie Barberini, gebeurde met erfgoed van een aantal vooraanstaande Romeinse families, zoals Chigi, Torlonia en Odeschalchi. Er gebeurden echter ook aankopen bij antiekhandelaars en er kwamen stukken uit privéverzamelingen. Sommige kamers zijn prachtig om te zien en voor zover mogelijk in hun oorspronkelijke staat te bewonderen.
De restauratiewerken hebben tot nog toe ongeveer 20 miljoen euro gekost. Het ging voornamelijk om de herstelling van de plafonds (waar in het verleden zelfs het water al eens durfde doorsijpelen), het volledige herpleisteren en herschilderen van de muren, de vernieuwing van het alarmsysteem en aangepaste air-conditioning. Meer dan 40 restaurateurs waren er permanent aan de slag. De grootste werkzaamheden werden de voorbije twee jaren uitgevoerd en het resultaat mag worden gezien.
Nu moet ook nog de zij- en achtergevel van Palazzo Barberini worden aangepakt. Die restauratie zal nog eens drie miljoen kosten. Op het gelijkvloers werd ook nog een grote ruimte (zowat 1.700 m²) voor tijdelijke tentoonstellingen ingericht. Die zaal biedt nu plaats aan een tentoonstelling gewijd aan Guercino.
Een aantal werken die worden getoond zijn afkomstig uit de fantastische collectie van Sir John Denis Mahon, de bekende verzamelaar van Italiaanse barokke kunst die in april van dit jaar op 100-jarige leeftijd overleed en zijn collectie wegschonk aan diverse Europese musea. De expo rond Guercino wordt dan ook opgedragen ter nagedachtenis van Mahon.
Een opsomming van de schilderijen die je in Palazzo Barberini kan bewonderen is onbegonnen werk. Van Caravaggio tot Bernini, van Tintoretto tot Van Dyck, van Beato Angelico tot Tiziano, van Pietro da Cortona tot Guido Reni: er zijn gewoon te veel grote namen. Ook de beroemde La Fornarina van Rafaello kan je hier bekijken, evenals heel wat Vlaamse meesterwerken waaronder De terugkeer van Erasmus van Quinten Metsys. Het is een uniek overzicht van topwerken uit de Italiaanse schilderkunst van de voorbije eeuwen en voor een kunstliefhebber absoluut niet te missen. Te noteren voor je volgende Romebezoek.
Palazzo Barberini is een enorm barokpaleis dat je zeker tot een van de meest indrukwekkende gebouwen van Rome mag rekenen. De toegang bevindt zich in de Via delle Quattro Fontane. Maffeo Barberini bouwde het voor zijn familie toen hij verkozen werd tot Paus Urbanus VIII (periode 1623-1644). Carlo Maderno begon in 1625 met de bouw maar het werd na diens overlijden voltooid door Borromini en Bernini. De plaats die de paus voor zijn nieuwe paleis had uitgekozen lag destijds aan de rand van de stad en keek uit op een plein.
Op dat plein, vandaag Piazza Barberini, staat nog steeds de Fontana del Tritone (Tritonfontein) van Bernini. Vier dolfijnen dragen het wapen van de familie Barberini en een triton blaast door een schelp een krachtige straal water omhoog. Bernini maakte deze fontein eveneens in opdracht van Urbanus VIII nadat de paus Palazzo Barberini had verworven. De paus wilde dat de fontein een architectonische verbeelding werd van de Aqua Felice, de waterleiding die door Rome liep. De paus had zelf de opdracht gegeven tot de aanleg van deze waterleiding en wilde dit, vlakbij zijn familiewoning, nog eens extra benadrukken.
In 1625 ontwierp Carlo Maderno aanvankelijk een typisch plattelandsvilla met vleugels die doorliepen tot de tuinen die waren omringd met pijnbomen. Maar kort nadat de fundamenten waren gelegd, stierf hij. Na 1629 zetten Bernini en Borromini zijn werk voort. Bernini bouwde de middenpartij en het monumentale trappenhuis aan de linkerzijde.
Borromini bouwde de bovenste verdieping van de vleugels, de eigenaardige timpanen (de driehoekige gevelvelden tussen de kroonlijst en de schuinoplopende daklijsten) boven enkele ramen op de hoogste etage en het rechter trappenhuis. De ovalen trap is zeer waarschijnlijk ook van hem, want Borromini stond erom bekend dat hij zich niet onderwierp aan de dwingende regels van de klassieke bouwkunst, waar hij nogal vrijelijk mee omging.
Palazzo Barberini huisvest tegenwoordig zoals verteld de Galleria Nazionale d’Arte Antica, één van de meest waardevolle kunstcollecties in Rome. In de Galleria zie je ook heel wat rijk gedecoreerde vertrekken en fresco’s. De Gran Salone bijvoorbeeld heeft een duizelingwekkend plafondfresco, geschilderd door Pietro da Cortona (1596-1669), met de Triomf van de Goddelijke Voorzienigheid.
De Barberini waren een Toscaans adellijk geslacht, waarschijnlijk afkomstig uit het dorp Barberino nabij Siena. De drie bijen in het familiewapen herinneren aan de oorspronkelijke naam van het geslacht: tafani (Italiaans voor ‘horzels’). In de 14de eeuw vestigden de Barberini zich in Firenze, waar ze zich als belangrijke tegenstanders van de familie de’ Medici manifesteerden. Na de pauskeuze in 1623 van Maffeo werden zij financieel en cultureel de machtigste familie in Rome in de tijd van de barok. Bernini was hun grote gunsteling.
Maffeo Barberini was overigens de paus die Galileo Galilei bijna ter dood veroordeelde voor het aanhangen van de ideeën van Copernicus. Galilei zwoer de leer van Copernicus af, werd in de ban gedaan en tot levenslang huisarrest veroordeeld in 1633. Urbanus VIII was echter ook een beschermer van kunsten en wetenschappen en wordt gezien als een groot bouwheer. Hij verbeterde het missaal en het brevier, regelde het proces van heiligverklaringen en bevorderde de missies.
Een onderzoek naar het financiële beheer van de paus, dat na de dood van Urbanus VIII (1644) door zijn opvolger werd ingesteld, bracht zo’n ernstige onregelmatigheden aan het licht, dat de Barberini naar Parijs moesten vluchten. Door tussenkomst van kardinaal Mazarin konden zij in 1648 toch naar Rome terugkeren. Mazarin was van Italiaanse afkomst. Jules Mazarin is overigens de verfransing van zijn ware naam, Giulio Mazarini. Het geslacht Barberini stierf in 1738 in de mannelijke lijn uit.
Het satirische gezegde ‘Quod non fecere barbari, fecere barberini’ (Latijn: ‘Wat barbaren niet deden, deden de Barberini’) dateert waarschijnlijk uit 1625, toen Urbanus VIII op advies van Bernini de bronzen bekleding van het Pantheon liet omsmelten om er het beroemde baldakijn vooraan in de Sint-Pieter van te maken. Met de overschot van het brons werden ondermeer de kanonnen van de Engelenburcht gegoten.
http://galleriabarberini.beniculturali.it/
http://www.galleriaborghese.it/barberini/it/info.htm
http://www.ticketeria.it/barberini-ita.asp
Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 19 december 2011. Bekijk het origineel.

