Italiaanse prins wil familie ook bijzetten in Pantheon

Lichte, scherpe silhouet van de Lupa Capitolina, gebruikt als vervangfoto

Eind vorig jaar werden de lichamen van koning Vittorio Emanuele III en dat van zijn echtgenote koningin Elena naar Italië overgebracht. President Sergio Mattarella had daar op voorspraak van premier Paolo Gentiloni toestemming voor gegeven. Volgens de premier ging het om een humanitair gebaar, precies zeventig jaar na het overlijden in Egyptische ballingschap van de tijdens de oorlogsjaren regerende Vittorio Emanuele III. Van bijzetting in het Pantheon kan volgens de excellenties echter geen sprake zijn. Vittorio Emanuele III had zich onmogelijk gemaakt als koning door zich tijdens de Tweede Wereldoorlog in te laten met Mussolini. Als gevolg daarvan trad hij in 1946 af ten gunste van zijn zoon Umberto II. Maar amper een maand later  werd in een referendum de monarchie Italië afgeschaft.

Prins Emanuele Filiberto, de kleinzoon van de laatste Italiaanse koning Umberto II en diens vrouw Marie José (dochter van Albert I van België)  is nu bezig met een lobbycampagne bij het Vaticaan om de stoffelijke resten van zowel de koningen Vittorio Emanuele III en Umberto II en hun echtgenotes alsnog een laatste rustplaats te geven bij de andere Italiaanse vorsten in het Pantheon. Volgens Emanuele Filiberto heeft de Italiaanse premier Gentiloni niets te zeggen over wie in het Pantheon kan of mag worden bijgezet, dat is een zaak van het Vaticaan. De kans dat het ministaatje ingaat tegen de wensen van de Italiaanse Republiek wordt echter bijzonder klein geacht.

Vittorio Emanuele III had met zijn samenwerking met Mussolini de ondergang van de Italiaanse monarchie bewerkstelligd, ook al had hij Italië van de verwoesting van de totale nederlaag gered door Il Duce tijdig uit te schakelen. De goed bewapende linkse partizanen in het noorden van Italië zagen hun kans echter schoon om zich niet alleen van de koning, maar van de hele constitutionele monarchie te ontdoen. Op 9 mei 1946 trad Vittorio Emanuele III aan de vooravond van een referendum over de toekomst van de monarchie af ten gunste van zijn zoon Umberto II die wel een behoorlijke populariteit had opgebouwd.

In het niet zonder intimidatie van gewapende groepen verlopen referendum stemde het noorden in meerderheid tegen en het zuiden vóór de monarchie (in totaal ongeveer 12 miljoen stemmen vóór de republiek tegenover 10 miljoen voor de monarchie). Meer dan drie miljoen stemmen raakten zoek, terwijl anderzijds ook overledenen gestemd bleken te hebben. Bovendien waren miljoenen inwoners nog niet naar hun plaats van herkomst teruggekeerd om te kunnen stemmen en daarnaast was de status van de Italiaanse grensgebieden en daarmee ook het stemrecht van de bewoners daarvan,  onduidelijk. Vittorio Emanuele III stierf in 1947. Zijn laatste levensdagen bracht hij door in Alexandrië waar hij zich bezighield met vissen, postzegels verzamelen en wandelen in de tuin.

Zijn zoon Umberto II was van 9 mei tot 12 juni 1946 de laatste koning van Italië.  Als gevolg van de uitslag van het referendum werd hij dus al na 33 dagen afgezet (waardoor hij de naam meikoning kreeg) en moest hij de rest van zijn leven in ballingschap doorbrengen. Umberto verliet Italië voorgoed en zo kwam  een einde aan de heerschappij van de Savoyes die 899 jaar eerder met Humbert Withand was begonnen. De flirt van Umberto’s vader met het fascisme had de monarchie definitief ondermijnd. In de Italiaanse grondwet van 1947 werd bepaald dat het alle mannelijke troonopvolgers uit het Huis Savoye verboden was om Italiaans grondgebied te betreden. Vrouwelijke leden van de familie mochten Italië wel betreden, maar deden dit uit respect voor Umberto niet. Het verdwijnen van Umberto betekende ook het einde van de politieke stabiliteit in Italië.

Umberto II trad op 8 januari 1930 in het huwelijk met prinses Marie José van België, een dochter van koning Albert I. Het was een gearrangeerd huwelijk. Zij was de enige Europese katholieke koningsdochter en hij de enige katholieke koningszoon. Marie José was al op negenjarige leeftijd aan de Italiaanse Umberto beloofd. Het werd een ongelukkig huwelijk. Al meteen na haar huwelijk begon zij zich in te zetten voor allerlei goede doelen, zoals het Rode Kruis, daarbij het voorbeeld volgend van haar moeder Elisabeth, die daarmee in België zeer geliefd was geworden. In Italië, dat sowieso niet werd overmand door koningsgezinde gevoelens, had ze daar weinig succes mee. Het paar ging gescheiden in ballingschap. Umberto vestigde zich in Portugal, Marie José trok met haar kinderen naar Zwitserland. Omstreeks 1937 had Marie José een verhouding met Benito Mussolini. Dit werd ontdekt in de memoires van diens zoon, Romano Mussolini.

Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 23 februari 2018. Bekijk het origineel.