Ostia Antica geeft weer enkele geheimen prijs

Lichte, scherpe silhouet van de Lupa Capitolina, gebruikt als vervangfoto

We weten weer wat meer over de geschiedenis van de site die we vandaag kennen als Ostia Antica. De Romeinse havenstad, één van de best bewaarde sites uit de oudheid, kende haar hoogtepunt in het begin van de tweede eeuw. De resultaten van een recente opgravingscampagne die recent werden voorgesteld tonen aan dat Ostia ook tussen de vierde en de vijfde eeuw nog volop in bedrijf was. In die periode gebeurden er ondermeer aan het Forum een ingrijpende reeks restauraties.

In 2011 en 2012 vond er in Ostia Antica een intensieve opgravingscampagne plaats, uitgevoerd door een team van de Humboldt universiteit in Berlijn, onder leiding van Axel Gering. In de late vierde eeuw begonnen de activiteiten in de stad langzaam af te nemen maar onderging het Forum een hele reeks renovaties. Die bevindingen zijn nieuw, want algemeen werd aangenomen dat er na de tweede eeuw op bouwkundig vlak nog amper iets structureel gebeurde in Ostia.

Archeologen ontdekten in de overblijfselen van het Forum hergebruikte stenen die van de alleroudste monumenten in Ostia afkomstig zijn. De vondst van een aantal munten hebben ook geholpen bij het dateren van de restauratie op het Forum van Ostia. Dat betekent dat het openbare leven in Ostia tot zeker in de vijfde eeuw na Chr. volop bloeide. In dezelfde periode werden ook nog nieuwe fonteinen en openbare voorzieningen gebouwd. Het is dus zeker niet zo dat de stad in die periode al in verval was.

De stelling van het Duitse onderzoeksteam komt overeen met de bevindingen van een andere campagne, uitgevoerd door een ploeg van de universiteit van Bologna, die eveneens recent werden voorgesteld. Zij ontdekten dat de thermen van Silenus in het midden van de vierde eeuw nog volledig werden gerenoveerd. Ook andere thermen- en wellness voorzieningen kregen in die periode een grondige opknapbeurt. Deze stad aan de zee vertoonde in de vierde en de vijfde eeuw nog een grote vitaliteit en was veel actiever dan tot dusver werd aangenomen, verklaart Angelo Pellegrino die het project Ostia Marina leidde.

In het Parco dei Ravennati, eveneens in Ostia Antica, is een tijdje geleden ook een mausoleum van zowat 2000 jaar oud ontdekt, evenals een huis uit het einde van de vierde eeuw. De resten werden gevonden op een plek dat al jaren wordt gebruikt als stortplaats. Het cirkelvormige mausoleum is bekleed met blokken van travertijn en dateert uit het begin van onze jaartalling. Rond het mausoleum bevindt zich een later gebouwde muur. De omgeving van het mausoleum is bekleed met een fraaie marmeren vloer. Het is duidelijk dat het mausoleum toebehoort aan een belangrijke persoon of familie. Verder onderzoek moet dat duidelijk maken.

De naam Ostia is afgeleid van het Latijnse ostium (ingang). De voormalige Romeinse havenstad bevindt zich ten zuidwesten van Rome. Met de regionale trein vanuit station Ostiense rijd je er in amper een half uurtje naartoe. De site is een bezoek meer dan waard. Vlakbij het archeologische park bevindt zich een imposante burcht, gebouwd door paus Julius II (1483–1486) en een kerk uit de vijftiende eeuw. Ostia bevond zich aan de monding van de Tiber maar ligt thans door verzanding zowat 3 km van de zee verwijderd. Door regelmatige opgravingen sinds 1870 en vooral vanaf 1909 is ruim driekwart van de oude stad blootgelegd en gedeeltelijk gerestaureerd. De kunst- en gebruiksvoorwerpen die hier zijn ontdekt, kan je bekijken in het museum op de site zelf.

Het kosmopolitische karakter van de haven met haar kantoren van handelscorporaties uit het gehele Middellandse-Zeegebied blijkt uit de veelheid van uitheemse heiligdommen (o.a. van Isis en Mithras), fora en marktpleinen, een theater, horrea (graanpakhuizen), tabernae (winkels) en thermopolia (kroegen). Opmerkelijk zijn de grote blokken flatwoningen, soms met een gemeenschappelijke tuin in het midden, die in baksteen waren opgetrokken (insulae). Mozaïeken en wandschilderingen verlevendigden de interieurs. In de oudheid werden mozaïeken gebruikt als vloerversiering. De Romeinen gebruikten beton als basismateriaal, waarop een mozaïek van glas, steen, keramiek en andere materialen werd gelegd. Op het grootste marktplein hadden mozaïekvloeren een met de latere uithangborden vergelijkbare functie voor de verschillende groepen kooplui uit het hele Romeinse rijk.

Toen Ostia op het hoogtepunt van haar bloei was (begin tweede eeuw) woonden er naar schatting 50.000 mensen. Een nieuwe periode van opbloei kende de stad in het begin van de vierde eeuw. Daarvan getuigen luxueuze, grootscheeps aangelegde villa’s met nymphaea (fonteinen), mozaïeken, enz. en een vroeg-christelijke, door Constantijn de Grote gebouwde basilica. Tot dusver werd aangenomen dat die bloeiperiode relatief kort heeft geduurd, maar de recente bevindingen maken dus duidelijk dat die tot in de vijfde eeuw doorliep.

Op een eiland tussen de zee en de beide mondingen van de Tiber ligt een begraafplaats met tal van interessante kleine grafgebouwen. Ostia heeft de regelmatige stadsaanleg – met loodrecht elkaar kruisende hoofdstraten (cardo en decumanus) in het midden – steeds behouden. De eerste uitbreiding vond de plaats in het eerste kwart van de eerste eeuw v. Chr. Uit beide periodes zijn gedeelten van de stadsmuur en de poorten bewaard gebleven.

Volgens de overlevering was de vierde koning van Rome, Ancus Marcius (ca. 630 v. Chr.), de stichter van Ostia, maar andere bronnen dateren het ontstaan in ca. 338 v. Chr. Ook archeologische gegevens wijzen op een nederzetting uit de vierde eeuw v. Chr., die de oude Latijnse havenstad Antium (338 v. Chr. door Rome onderworpen) gedeeltelijk moest vervangen. Behalve door de grote zoutketen (salinae) en als oorlogshaven (vooral in de Tweede Punische Oorlog (218–201) kwam Ostia al vroeg tot bloei als overslagplaats voor de graanvoorziening van Rome.

Nadat de stad tijdens de burgeroorlog door Marius was verwoest, werd zij door Sulla herbouwd en gemoderniseerd, met o.a. ruime en nieuwe stadsmuren. Haar grootste uitbreiding en vernieuwing kreeg de stad echter in de keizertijd, vooral sinds keizer Claudius de haven 5 km naar het noorden van de oude Tibermond verplaatste. Deze nieuwe haveninstallaties (Portus Augusti of Portus Romanus), waaraan in 42 n. Chr. werd begonnen, werden door keizer Nero in 54 n. Chr. opengesteld en in 106 met een bassin vergroot door keizer Trajanus.

Trajanus gaf ook, wegens de verzanding van de oude Tibermond, de rivier een nieuwe uitweg naar zee door een nieuw kanaal (fossa Traiana), waardoor een kunstmatig eiland in de Tiberdelta ontstond (het Insula sacra, dat als begraafplaats werd gebruikt). Mede door de toenemende verzanding, ook van de nieuwe Tibermond, kon in de loop van de vijfde eeuw het verval van Ostia niet uitblijven. De stad werd herhaaldelijk geplunderd en grotendeels verlaten. In de middeleeuwen werden de ruïnes als marmergroeven gebruikt en ging er net als op het Forum Romanum in Rome veel materiaal verloren.

www.ostia-antica.org

Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 6 september 2013. Bekijk het origineel.