Palazzi di Roma

1 20230326 151631 (2025 11 21 13 43 38 utc)

23 mei 2024 —

In geen enkele Europese stad tref je zoveel paleizen aan als in Rome. Dat is een gevolg van de specifieke en wat dat betreft unieke politieke organisatie van het pausdom: een verkozen koningschap en dus geen erfelijke maar een verkozen monarchie. Waar anders in Europa één bepaalde familie erin slaagde vaak eeuwenlang de troon te bezetten via erfopvolging, zorgde de typisch rooms-katholieke vereiste van het celibataire priesterschap ervoor dat er van erfelijke troonsopvolging bij een paus in principe geen sprake kon zijn. Een nieuwe paus werd en wordt ook nu nog aangewezen door een kiescollege van kardinalen dat bij stemming de nieuwe paus verkiest.

Tot het jaar 1059 werd een paus rechtstreeks verkozen door de clerus en het volk van Rome. Hoewel: verkozen was in die tijd een zeer relatief begrip, veel democratie kwam er niet aan te pas. Zo slaagden de fameuze graven van Tusculum erin om in 100 jaar tijd 6 pausen uit hun familie te laten verkiezen.

Toen Gérard de Bourgogne in 1058 door de kardinalen in Siena tot paus werd verkozen – hij nam de naam Nicolaas II aan – en hij erin slaagde om de ondertussen in Rome verkozen Benedictus X – alwéér een graaf van Tusculum – te laten verdrijven, wilde hij een einde maken aan alle mogelijke vormen van inmenging en bepaalde hij met de bul In nomine Domini dat voortaan een nieuwe paus enkel en alleen kon worden verkozen door een kiescollege van kardinalen. Op die manier werd rechtstreeks ingrijpen door wereldlijke machthebbers onmogelijk gemaakt.

In de praktijk echter hielden die wereldlijke machthebbers wel degelijk de touwtjes in handen. Vrijwel elke kardinaal was immers afkomstig uit een adellijke familie – enkele uitzonderingen daar gelaten – en dus kwam het er nu op aan dat adellijke netwerk aan te spreken en de nodige invloed ten eigen bate uit te oefenen. Om uitzicht te krijgen op het hoogste ambt waren alle middelen geoorloofd: wie lid was van het kiescollege van kardinalen kon worden omgekocht met geld, geschenken, paleizen, landgoederen, titels en functies maar kon evengoed worden afgeperst en/of bedreigd. Van kardinaal Rodrigo Borgia, de latere paus Alexander VI, werd beweerd dat hij kardinaal Sforza, zijn belangrijkste rivaal als papabile, uitschakelde door hem vier muilezelladingen goudstukken te bezorgen. Waarop de man zich terugtrok.

2 pope alexander vi (2025 11 21 13 43 38 utc)

Alexander VI

Eenmaal de juiste kandidaat op die manier was verkozen, kon hij maar op één manier het pausschap in zijn familie houden en dat was door de benoeming van zoveel mogelijk familieleden tot kardinaal. Daarom benoemden pausen de zonen van hun broers en zusters, hun neven (Italiaans nipoti), tot kardinaal. Zo was Rodrigo Borgia zélf al op 25-jarige leeftijd door zijn oom paus Callixtus III tot kardinaal-deken benoemd én tot vicekanselier van de Heilige Stoel.

Deze kardinaal-nepoten zorgden trouwens niet alleen voor mogelijk nieuwe papabile’s (tot paus verkiesbaar geachte kardinalen) in de familie, zij steunden bovendien met volledige overgave het bewind van hun pauselijke godfather én verrijkten de familiale schatkist dankzij de lucratieve inkomsten van hun ambten, de zogenaamde beneficiën en prebenden.

Met beneficiën werden de inkomsten aangeduid die bij een officium of kerkelijk ambt hoorden. Het was het inkomen dat geestelijken haalden uit allerlei kerkelijke verplichtingen zoals het opdragen van missen en toedienen van sacramenten. In de praktijk werden deze taken gedelegeerd aan lagere geestelijken die dan een (klein) deel van deze beneficiën voor zichzelf mochten houden terwijl het leeuwendeel naar de hogere dignitaris vloeide. Een bisschop kreeg echter ook nog allerlei prebenden: inkomsten uit de al dan niet vrijwillige donaties in zijn bisdom. Dit konden heffingen zijn op de inkomsten van kerken en kloosters maar ze bestonden ook uit de opbrengsten van collectes, de aflatenverkoop, erflatingen van gelovigen, pachtgeld van gronden die eigendom waren van de Kerk, enzovoort. In feite was het gewoon het wereldlijk leenstelsel toegepast op de Kerk met haar tot in de finesses uitgewerkte hiërarchie. Helemaal bovenaan stond de paus die de bron van alle heerlijkheid was: hij begon zijn pontificaat met het uitdelen van ambten aan familieleden, vrienden en aan degenen die op hem gestemd hadden tijdens het conclaaf dat hem verkozen had.

3 tiziano

Paulus III met zijn kleinzonen Alessandro en Ottavio Farnese

De politiek om nipoti te benoemen op belangrijke posities, het zogenaamde nepotisme, was in de praktijk vaak niet eens nodig. Sommige pausen hadden gewoon hun eigen kinderen, soms zelfs meerdere bij verschillende maîtresses. Het verschijnsel bereikte zijn hoogtepunt in de renaissance met de onvermijdelijke Alexander VI, die vier kinderen had bij zijn maîtresse Vannozza dei Cattanei: Giovanni, Cesare, Lucrezia en Joffre. Cesare was al apostolisch protonotarius toen hij nog maar 6 jaar oud was; toen hij 15 was werd hij gewijd tot bisschop van Pamplona – hoewel hij nog niet eens priester was -, een jaar later werd hij aartsbisschop van Valencia en op zijn 18de benoemde zijn ondertussen paus geworden vader hem tot kardinaal. Diezelfde paus Alexander VI had ondertussen Giulia Farnese als minnares en om haar te plezieren benoemde hij haar broer Alessandro Farnese in 1493 op 25-jarige leeftijd tot kardinaal. De jongeman was zelfs nog geen priester maar dat speelde in de gegeven omstandigheden geen rol. Later zou kardinaal Alessandro Farnese het tot paus schoppen en als Paulus III het begrip nepotisme een zelfs voor die tijd buitengewone dimensie geven door zijn kleinzonen Alessandro Farnese en Ascanio Sforza, respectievelijk 14 en 16 jaar oud, tot kardinaal te benoemen.

Toen op 12 juli 1691 Antonio Pignatelli tot paus werd verkozen en de naam Innocentius XII aannam, was zijn eerste beleidsdaad de afschaffing van het instituut van de kardinaal-nepoot. Met zijn bul Romanum decet pontificem verbood hij elke toekomstige paus om kerkelijke ambten te schenken aan familieleden en daardoor zijn familie te verrijken. Hoewel het dus vrijwel onmogelijk was geworden om nog openlijk aan nepotisme te doen, verwondert het niet dat er creatief werd omgesprongen met de interpretatie van die bul zodat vele nieuwe wegen werden bewandeld door Innocentius’ opvolgers. De pausen wilden hun familieleden immers blijven begunstigen en aanstellen in verantwoordelijke en goedbetaalde functies.

Veel adellijke families waren van oudsher al innig gelieerd aan het Vaticaan en vele ervan hadden minstens één, of zelfs meerdere pausen geleverd. Deze omwille van hun jacht op het pausschap voortdurend rivaliserende Romeinse adellijke families bouwden de ontelbare paleizen die nog steeds het Romeinse straatbeeld sieren: de palazzi Farnese, Barberini, Doria, Pamphilj, Colonna, Corsini en noem maar op – hierna enkele voorbeelden. De innige verwevenheid van de Romeinse adel met het pausdom bleef tot in de twintigste eeuw bestaan.

Met deze inzending won Alex Tanguy de derde prijs in de S.P.Q.R.-Schrijfwedstrijd 2024.

4 palazzo barberini (2025 11 21 13 43 38 utc)

Palazzo Barberini is een 17de-eeuws paleis in Rome gelegen bij de gelijknamige Piazza Barberini. Het paleis huisvest nu de Galleria Nazionale d’Arte Antica, de belangrijkste nationale verzameling oudere schilderijen in Rome. Grondlegger van het paleis is Maffeo Barberini (1568 – 1644), die in 1623 paus Urbanus VIII werd. Barberini kocht de oorspronkelijke villa van de familie Sforza voor zijn neven Taddeo, Francesco en Antonio. Hij liet in die tijd de meest vernieuwende kunstenaars werken aan het project om de villa om te bouwen tot een mooi paleis. Zo is het vierkante trappenhuis ontworpen door Gian Lorenzo Bernini en de ovale wenteltrap door Borromini. Het totale paleis heeft nu 187 kamers en beslaat 12.000 m2. Opvallend is hierbij het familiewapen van de Barberini’s: de bij. Op veel plekken vindt u deze bijen terug, zoals in de plafonds en standbeelden. (bron: www.rometips.nl)

5 dsc04826 (2025 11 21 13 43 38 utc)

Palazzo Farnese is een 16de-eeuws palazzo in Rome, gelegen aan Piazza Farnese. Het geldt als hoogtepunt van de Italiaanse renaissance. Het paleis werd ontworpen door Antonio da Sangallo in opdracht van Alessandro Farnese, de latere paus Paulus III, die dankzij het feit dat zijn zus Giulia de maîtresse was van Alexander VI op vijfentwintigjarige leeftijd tot kardinaal was benoemd. Michelangelo werkte mee aan de voltooiing. Palazzo Farnese biedt nu onderdak aan de ambassade van Frankrijk in Italië. De Italiaanse staat blijft eigenaar, maar heeft het gebouw in 1936 in erfpacht gegeven voor 99 jaar tegen een bedrag van 1 lira per jaar. (bron: Wikipedia)

6 palazzo spada (2025 11 21 13 43 38 utc)

Palazzo Spada is een van de meest speelse paleizen van Rome, mede dankzij twee excentrieke kardinalen die verantwoordelijk waren voor de bouw van het barokke paleis. Palazzo Spada werd aan het begin van de 16de eeuw gebouwd in opdracht van kardinaal Girolamo Capodiferro. Het paleis werd al snel daarna verkocht aan kardinaal Bernardo Spada, die architect Borromini opdracht gaf het paleis verder te verfraaien. De voorgevel van het Palazzo Spada is versierd met stucwerk en beelden van heersers van het oude Rome, zoals Augustus, Caesar en Pompeius. Op de fraai met pleisterwerk gedecoreerde binnenplaats staan beelden van mythologische figuren. (bron: www.rome-nu.nl)

1 20230326 151631 (2025 11 21 13 43 38 utc)

De Villa Borghese of eigenlijk het Casino van het park van de Villa Borghese is misschien wel het allermooiste wat Rome te bieden heeft: het is een echte juwelenkist met wereldberoemde meesterwerken van o.a. Bernini, Caravaggio, Titiaan en Rafaël. Het is geen echt familie-paleis zoals voorgaande palazzi. Het dateert van 1613 en werd voor de familie Borghese ontworpen door Flaminio Ponzio om er de kunstcollectie in onder te brengen van kardinaal Scipione Borghese, neef van paus Paulus V.