6 juni 2024 —
Ik neem je mee door Rome. Geschikt schoeisel, hoop ik, want we gaan veel stappen. Neen, geen uitgebreide wetenswaardigheden. Slechts kleine dingetjes. Vooral genieten van wat onze ogen kunnen opnemen.
We vertrekken vanuit ons hotel. Nog geen vervoer nodig. Wandelen naar het kerkje Santa Maria del Pianto. Die “traan” herinnert aan een gevecht dat hier heeft plaatsgevonden en waarbij Maria een traan heeft gelaten. Jarenlang waren er werkzaamheden in dit kerkje en voor het eerst kunnen we er binnenstappen. We stellen vast dat er niet veel werd gerestaureerd, maar dat kan ook aan onze ogen gelegen hebben.
Goed ademen en tien minuutjes later bestijgen we de trappen naar het Capitool, en daar mogen de Capitolijnse musea ons voor de zoveelste keer dulden. Een aantal kunstwerken hebben een nieuwe standplaats gekregen. Het ruiterstandbeeld van Marcus Aurelius domineert de grote ruimte en keizer Constantijn kijkt toe. Een stuk van een arm ligt naast zijn hoofd. Ocharme. Uiteindelijk zijn we bijna twee uur zoet in de musea en de ondergrond waar we uitkijken over het Forum Romanum.
Afdalen van de kleinste heuvel van Rome en een broodje en caffè toevertrouwen aan onze magen. Mijn echtgenote verkiest een cappuccino. Weet je dat de naam van de koffie is afgeleid van het voorkomen van de kapucijnen, monniken die een lichtbruine pij met witte kap dragen?
We hebben nog net de tijd voor een bezoek aan de crypte en het theater – nou ja, de resten ervan – van Balbus, een praetor (verantwoordelijke voor rechtspraak) uit de tijd van Augustus. Verrassend, en de plek leert ons veel over de omgeving vanaf de oudheid tot de middeleeuwen. Prachtig binnenzicht trouwens. En dan is het middag en eten we in de Joodse wijk.

Namiddag. We hebben een bus nodig. 14 uur blijkt te vroeg voor het mausoleum van Costanza, de dochter van keizer Constantijn waarvan de Kerk een heiligdom gemaakt heeft ter ere van… Constantia, een non.
Donder, bliksem en hagel slaan ons om de oren en mijn paraplu wordt onherkenbaar. Een straf omdat we de oude ambtswoning van Mussolini gaan bezoeken? Mooi optrekje in een park, gehuurd van de rijke familie Torlonia die zich elders in het park terugtrok in een gebouw met mooie glasramen. Er is nu een tentoonstelling van… glasramen. Voor de ondergrondse bunker van Mussolini zullen we reserveren voor de zomer.
Een koffietje en terug naar de Santa Costanza. Het is al voorbij 16 uur. Ze wil ons ontvangen. Echt een mooie, maar behoorlijk duistere tempel. Voor licht in de ruimte moet je betalen. Een andere bezoeker is ons gelukkig voor. En als je hier wilt huwen, moet je dat heel lang op voorhand aanvragen; maar dan bestaat de kans dat je niet meer wilt huwen. Of misschien met een andere.
De heilige Agnes kreeg – behalve een kerk op Piazza Navona – nog een grafkerk buiten Rome en daar stappen we even binnen. Hier worden jaarlijks op 21 januari twee met linten en bloemen getooide lammeren gezegend. Onschuld. Zijn we al even voorbij… De laatste kilometer naar het hotel mogen we de regen nog eens voelen. Mijn paraplu belandt in het vuilnismandje.

De volgende morgen is het droog. De zon doet zelfs een inspanning. Een bezoek aan Castel Sant’Angelo, het oude mausoleum van keizer Hadrianus waar de pausen grote verbouwingswerken lieten uitvoeren en waarheen ze een passetto lieten aanleggen, een vluchtweg vanuit het Vaticaan. Vele kamertjes bekijken. Het panoramisch zicht over Rome is prachtig. De lucht minder. Onder het bewind van Alexander VI werd hier een kardinaal opgesloten op beschuldiging van poging om de paus te vergiftigen. De kardinaal werd ter dood veroordeeld. Zijn moeder en minnares boden de paus een grote, zeldzame en uiterst kostbare parel aan in ruil voor de kardinaal. Ze kregen de kardinaal. Als lijk. En vergeten we Beatrice Cenci niet… Dat is weer een ander verhaal.
Een koud biertje en een warme lasagne laten onze lichaamstemperatuur stijgen en met een verse paraplu van 3,50 euro komen we bij Villa Giulia, een optrekje van paus Julius III dat nu is ingericht als Etruskisch museum. Schitterend. Helaas is het museum slechts voor de helft toegankelijk… We bekijken dan nog maar eens het inkomkaartje met de afbeelding van een Etruskisch koppel op een sarcofaag.
Op de Piazza del Popolo worden we aangestaard door 100 Trash People. De Duitse kunstenaar HA Schult toonde ze in 2004 reeds op de Grote Markt in Brussel. Stille getuigen van onze consumptiemaatschappij en de milieuproblemen die er het gevolg van zijn. Afvalsoldaten. Ook een orkestje kan ons even bekoren.
’s Avonds steken we de Tiber over voor het avondmaal. Geen terrasjesweer. In de binnenruimte te veel Duitse meisjes met een geestige geestelijke begeleider. Vinden de meisjes toch. De prijs is ongewijzigd tegenover vorig jaar. Van het menu, bedoel ik. Op de Campo de’ Fiori bereiden we ons met enkele drankjes voor op de nacht.

Een dag later brengt een autobus waarin we bijna geplet worden ons naar het centrum van de Eeuwige Stad. We wandelen rustig naar Il Gesù, de triomf van de contrareformatie en dus de kerk van de jezuïeten. Hier ligt hun stichter, Ignatius van Loyola, begraven. De wandeling gaat verder naar de in travertijn gebouwde Sant’Ignazio. Dat de akoestiek bijzonder goed is, konden we vorig jaar horen dankzij een gospelkoor. Een kerk zonder koepel, maar door een trompe-l’oeil is de koepel er toch aanwezig.
Eventjes de bus in en dan weer uit… Een hele poos kuieren we tussen de graven van het Protestantse Kerkhof, al is de Italiaanse naam Cimitero acattolico misschien beter gekozen. Illustere figuren zijn hier begraven. Ik vernoem slechts Gramsci, Keats en Shelley. Vele verhalen kunnen hier verteld worden… In de buurt hebben zwerfkatten een thuis gekregen dankzij een gulle Londense dame.
De juiste bus gevonden om af te stappen bij de San Clemente, waar we afdalen in de ondergrond. Daar werd immers bij opgravingen vastgesteld dat onder de basiliek uit de twaalfde eeuw nog een basiliek ligt uit de vierde eeuw en nog lager zelfs gebouwen uit de eerste eeuw. Er zou zelfs nog een diepere bouwlaag zijn van vóór de geboorte van Jezus. We begroeten Mithras.
We wandelen verder naar San Pietro in Vincoli. Mozes had eigenlijk in de Sint-Pieter moeten staan, maar ik zag hem toch graag met zijn foute horentjes. De wonderbaarlijke kettingen baden in het licht.

Afzakken naar het metrostation op de Cavour. De regen vergezelt ons. Nog een korte wandeling naar ons hotel en een rustpauze voor het avondeten…
Even na 19 uur stappen we naar ‘Il Portico’, een restaurantje in de Joodse wijk. Als antipasto krijgen we bruschette en carciofi alla giudia voorgeschoteld. Ik ben er gek op. Vooral op de artisjok. Hoofdschotel pizza met ansjovis. ’t Is eens iets anders.
We wandelen naar Campo de’ Fiori en de temperatuur is gunstig genoeg om op een niet-verwarmd terras van de avond te genieten. ‘Il Nolano’ – naar het standbeeld van Giordano Bruno, verketterd door de Kerk en tegenover ons terras gestorven op de brandstapel – is de uitgelezen plek om passanten te beoordelen. Juffrouwen en dames showen hun al dan niet aan de weersomstandigheden aangepaste kledij, politieagenten en carabinieri doden er hun tijd, maar vooral veel jongeren van Rome of elders brengen er hun avond door. Gelukkig is het weer te guur om verkopers van prullaria van ons te moeten afschudden. Oef!
Babbelen over de belevenissen van de dag en filosoferen over het leven. Tegen 23 uur wordt het behoorlijk fris en we besluiten terug te wandelen; maar anderen, jong en minder jong, zijn overtuigd dat het nog frisser kan en drommen samen in een gelateria. Wij naar de armen van Morpheus. En ik denk nog: Roma, non basta una vita.
Met dank aan clublid Jos Treunen voor deze bijdrage
(schrijfwedstrijd 2024).

