Binnenkort kan je op het Sint-Pietersplein in Rome opnieuw de jaarlijkse reuzegrote kerststal in volle glorie aanschouwen. Het is ieder jaar een aanzienlijk karwei om die reuzengrote kribbe op te bouwen. Aannemers zijn reeds koortsachtig bezig met het werk. Het bouwen van een (meer dan) levensgrote kerststal op het Sint-Pietersplein is een traditie die sinds 1982 bestaat. Het presepio, zoals de Italianen zeggen, waarin meer dan levensgrote beelden het kerstverhaal uitbeelden, is een initiatief van de vorige paus, Johannes Paulus II. Die vond dat het plein in de Kersttijd best wel wat versiering kon gebruiken.
Vier jaar na het begin van zijn pontificaat stelde de toenmalige paus voor met Kerstmis een kerststal en een kerstboom op het Sint-Pietersplein te plaatsen. Twintig mensen werkten toen drie maanden aan het ontwerp van de stal. Hij blijft in principe staan tot begin februari. Een aantal van de figuren in de Vaticaanse kerststal zijn afkomstig van een kerststal uit 1842 die in de kerk van Sant’ Andrea della Valle (de andere grote koepelkerk) in Rome stond. De rest van de beelden is er later bij gekomen.
De enorme, verlichte kerstboom die op het Sint-Pietersplein evenmin mag ontbreken, wordt dit jaar geschonken door de regio Val Badia. De ongeveer 30 meter hoge spar wordt op 3 december gekapt in de bossen bij het dorp San Martino in Badia. Het schenken van de boom wordt beschouwd als een grote eer die ieder jaar aan een andere regio wordt gegund wordt. Vorig jaar was Calabrië de gelukkige schenker. In Italië is de kerststal het kerstsymbool bij uitstek. Toch vond de Poolse paus dat het oud-Germaanse symbool ook op de Piazza San Pietro niet zou misstaan. De dag dat de boom arriveert, ontvangt de paus tijdens zijn wekelijkse audiëntie een aantal afgevaardigden uit de betreffende regio. ‘s Avonds worden dan, tijdens een officiële ceremonie, de 20.000 lichtjes in de kerstboom voor het eerst ontstoken.
Dit artikel verscheen oorspronkelijk op 28 november 2007 op het Romenieuws-archief.

