Romeinse wegenkaart op Unescolijst Werelderfgoed

Lichte, scherpe silhouet van de Lupa Capitolina, gebruikt als vervangfoto

De befaamde Werelderfgoedlijst van Unesco is uitgebreid met de al even beroemde Tabula Peutingeriana ofwel de Peutingerkaart. Dat meldt het NOS-journaal. Het is de enige nog bestaande kopie van een Romeinse wegenkaart uit de derde tot vierde eeuw na Christus. De kaart is in het bezit van de Nationale Bibliotheek in Wenen. Omwille van zijn kwetsbaarheid wordt ze slechts zeer zelden aan het publiek getoond. In de dertiende eeuw kopiëerde een monnik uit Colmar een oude Romeinse kaart, waarna deze via wat omzwervingen bij de humanist Konrad Peutinger terecht kwam. Vandaar de naam.

De Peutinger kaart is een rol perkament die is samengesteld uit twaalf bladen van ongeveer 38 cm. hoog en met een totale lengte van bijna zeven meter. Ze omvat een gebied van Groot-Brittannië, Spanje en Noord-Afrika in het westen tot de Ganges-rivier in het oosten. Het eerste blad met daarop het Iberisch schiereiland en de Britse eilanden is verloren gegaan. Op het eerste gezicht lijkt het document niet erg op onze moderne reiskaarten. Zowel landmassa’s als de zee worden er uitgerekt en versmald op weergegeven. In plaats van noord naar zuid ging de ontwerper van de kaart te werk van west naar oost.

“Hoewel je dat op het eerste gezicht niet zou zeggen, is het toch een heel praktische kaart. Maar dan wel eerder ontworpen als een metrokaart dan als een landkaart”, zegt directeur Fingernagel van de Oostenrijkse Nationale Bibliotheek. De rode lijnen geven de hoofdwegen aan. Je ziet ook steeds hoeken in de wegen. Die geven rustplaatsen aan, de toenmalige Raststätte. De afstand tussen die rustplaatsen besloeg één reisdag. Even vaak zie je dat er huisjes zijn getekend, dat was een hotel of een herberg waar je kon blijven slapen. Ze werden aangeduid voor ambtenaren of koeriers van het Romeinse Rijk of voor reizigers. Sommige gebouwen hebben binnenhoven, dat is om aan te geven dat het een een overnachtingsplaats was met wat meer comfort.

Op de kaart worden tevens de afstanden van de etappes aangegeven, deels in Romeinse mijlen (milia passuum), en voor het Gallische deel in leuga (ongeveer 1,5 mijl). De verschillende afstandsmaten zijn een aanwijzing dat voor de kaart verschillende bronnen zijn geraadpleegd. In de tijd van vervaardiging circuleerden er immers ook al verschillende itineraria, reisroutes van hier naar ginder in lijstvorm. Een grote verzameling daarvan was het Itinerarium Antonini, dat niet minder dan 3500 etappeplaatsen met onderlinge afstanden vermeldt. In ieder geval werd het niet bewaarde exemplaar waarnaar de Tabula Peutingeriana gekopieerd werd, nog bijgewerkt met nieuwe wegen en plaatsen tot omstreeks 400.

Het centrum van de kaart is natuurlijk de stad Rome, in de Romeinse tijd het Caput Mundi (Hoofdstad van de Wereld). De stad wordt weergegeven door een gekroond figuurtje op een troon waar vele rode lijnen naartoe leiden. Het zijn dezelfde wegen waarvan er heel wat ook nu nog bestaan, zoals de Via Appia en de Via Aurelia.

Hoewel de kopie dateert uit de Middeleeuwen, is volgens Fingernagel duidelijk te zien dat het document een kopie is van een document uit de Romeinse tijd. Het is totaal verschillend van andere Middelseeuwse kaarten. Daarop is bijvoorbeeld Jerusalem het centrum van de wereld en niet Rome. Ook focuste de maker zich op heel andere objecten, namelijk op de heilige plaatsen van het Christendom en niet op rustplaatsen en hotels. Ook staat de stad Aquileia nog op de kaart, die stad werd verwoest in 452 door de Hunnen. Het belang van de kaart valt niet te onderschatten. Want ook al gaat het om een kopie, het document is de enige bestaande kaart van de oude wereld, de enige kaart die ons een idee geeft van hoe de wereld toen was ingericht.

Na de dood van Konrad Peutinger kreeg cartograaf Abraham Ortelius de vraag om de kaart in druk uit te geven. Hij stierf echter voor hij het werk kon voltooien, maar een half jaar later had Johannes I Moretus de klus geklaard, en begin 1599 drukte de uitgeverij Plantijn te Antwerpen er 250 exemplaren van, op halve grootte en verdeeld over 8 drukplaten. Later volgden nog verschillende uitgaven met dezelfde, maar ook met nieuwe drukplaten. Dit noemt men interpretaties, omdat steeds opnieuw het oorspronkelijke handschrift gelezen en verklaard moest worden. Tegenwoordig werkt men enkel nog met fotografische duplicaten, zodat de kwetsbare originele kaart niet meer geraadpleegd moet worden. Toch is het niet altijd even gemakkelijk de vermelde Romeinse namen aan hedendaagse steden te koppelen, wat nog steeds aanleiding geeft tot nieuwe interpretaties.

De kopie die tegenwoordig meest wordt gebruikt is de facsimile van Konrad Miller uit 1887. Miller produceerde een volledige kopie in kleur op twee derde van het originele formaat. Hij heeft daarbij van het ontbrekende eerste blad een hypothetische reconstructie gemaakt, waardoor ook Spanje, Portugal en Engeland weer op de kaart staan.

De volledige kopie van Miller is online te raadplegen op de website Bibliotheca Augustana.

www.fh-augsburg.de

www.livius.org

Dit artikel verscheen oorspronkelijk op 28 november 2007 op het Romenieuws-archief.