Het Parco archeologico del Colosseo presenteerde zopas een opmerkelijk product: olijfolie die afkomstig is van de 189 olijfbomen die groeien op de Palatijnse heuvel en het Forum Romanum. De biologische olijfolie wordt voor het tweede opeenvolgende jaar geproduceerd en kreeg de naam Palatinum.
De weinige mensen die het product al hebben geproefd omschrijven het als voortreffelijk en extreem puur. Binnenkort zal op de Palatijn ook wijn worden gemaakt. Bovendien wordt op de archeologische site sinds vorig jaar ook honing geproduceerd.

Vooraleer je begint te likkebaarden: de extra vergine olijfolie wordt op niet-commerciële basis geproduceerd en zal dus niet in de handel verkrijgbaar zijn.
Je zal het product wel kunnen proeven tijdens educatieve workshops over landbouwmethodes in de oudheid en de productie van olijfolie die in de toekomst zullen georganiseerd worden.
Het verschil tussen gewone en extra vergine olijfolie heeft te maken met de persing. Extra vergine olijfolie wordt gemaakt van de eerste, koude persing van de olijven. De olijven worden dus niet verhit, iets wat later wel gebeurt om meer olie te kunnen onttrekken.
De kleur en de smaak zijn afhankelijk van de olijfsoort en kan variëren van lichtgeel tot diepgroen en van boterig tot grassig en peperig. Als de olie geperst is wordt hij eerst beoordeeld op smaak en zuurtegraad voordat hij extra vergine mag heten.
Gewone olijfolie wordt verkregen door de olijven te verhitten en vervolgens af te koelen. Tijdens dat proces worden onzuiverheden verwijderd, maar gaat ook een deel van de smaak verloren. Daarom is deze olie neutraler dan de extra vergine.
De bomen die de olijven leveren voor de Palatinum-olie krijgen geen enkele chemische of onnatuurlijke behandeling.

Naast olijfolie wordt in het park sinds vorig jaar ook biologische honing geproduceerd, dit als onderdeel van het stedelijke bijenteeltproject Ambrosia.
De bijenkasten, met in totaal ongeveer 60.000 bijen, werden geplaatst op de zuidelijke hellingen van de Palatijn, nabij de plek waar zich in de oudheid de Tempel van Magna Mater bevond.
Het gebied is rijk aan wilde bloemen en oude mediterrane vegetatie, zoals die wordt beschreven door Plinius de Oudere in zijn Naturalis Historia.
Het honingproject op de Palatijn is het resultaat van een samenwerking met Coldiretti Lazio en OP Latium en ontstond met de bedoeling de rol van de landbouw in de oudheid te verduidelijken en beter bekend te maken. Gecultiveerde landbouw vormde de basis van de materiële rijkdom van de Romeinen.

De ‘nectar van de goden’ heeft in het oude Rome altijd een belangrijke rol gespeeld. Vergilius en Cato verwijzen ernaar in hun teksten en ook de Romeinse agronoom Columella hechtte een heilige waarde aan het product waaraan een goddelijke oorsprong werd toegeschreven.
Daarnaast groeide honing uit tot een onmisbaar element in de Romeinse keuken. Het product werd onder meer gebruikt als zoetstof en als conserveermiddel.
Het honingproject op de Palatijn werd gestart dankzij de medewerking van GRAbees (Grande Raccordo Anulare delle Api), en kreeg promotionele steun van onder meer het Comitato Mura Latine. Vorig jaar leverde het project reeds 14 kg honing op, goed voor 235 potten.
Het etiket van zowel de Palatinum-olijfolie als de Ambrosia del Palatino-honing is ontworpen door de Romeinse cartoonist en illustrator Lorenzo Ceccotti, ook bekend als LRNZ.

Hij liet zich inspireren door de eeuwenoude mozaïekontwerpen in het Casa dei Grifi op de Palatijn (foto boven).
Als er niets misloopt zal volgend jaar voor het eerst sinds eeuwen ook weer wijn worden geproduceerd op de Palatijnse heuvel. Op de Vigna Barberini, het oude wijngaardplateau dat uitkijkt op het Colosseum, werden opnieuw wijnstokken geplant.
De druivenoogst dit najaar moet in het voorjaar van 2022 al de eerste wijn opleveren. Eerder werden op de Vigna Barberini ook al vijgenbomen geplant.
De wijnbouwers kozen voor de pantastica-druif, die ook al in het oude Rome bekend was en meermaals door Plinius wordt vermeld.

De pantastica-druif wordt in het Castelli Romani-gebied ook vandaag nog commercieel verbouwd, zij het in mindere mate dan vroeger. In 1990 werd nog 3.000 ha van dit druivenras aangeplant, maar de belangstelling daalde met de jaren.
De druif wordt voornamelijk gecommercialiseerd onder de naam Bellone, een soortnaam die bekend is onder vele synoniemen, zoals albanese, arciprete, arcipreto, bello cacchione, bello cencioloso, bello palloccone, bello piccolitto, bello romanesco, bello romano, ciciniello, pampanoro, pantrastico, pociccone, pocioccone, presta en zinna vacca, om er slechts een aantal te noemen.
De druif, die volgens wijnhistorici met zekerheid ook al in de Romeinse tijd werd verbouwd, levert een intense strogele wijn op, met een aanhoudend en harmonieus aroma en een licht bittere en delicate smaak.
Pantastica of Bellone werd in het verleden weleens gemengd (maximum 30 procent) met andere druiven uit het wijngebied van de Castelli Romani. Experts die het wijnproject op de Palatijn begeleiden, omschrijven het landschap en de ligging van de Vigna Barberini als ideaal voor wijnbouw.
Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 23 januari 2021. Bekijk het origineel.

