Het duurde zeven jaar, maar de archeologen weten het nu zeker: onder de stad York hebben wetenschappers één van de best bewaarde Romeinse gladiator-begraafplaatsen aangetroffen.Het kerkhof bevat de resten van tachtig gladiatoren. Toen de resten werden aangetroffen, werd aanvankelijk aangenomen dat het ging om misdadigers of politieke gevangenen. Daarmee werden de bijtwonden op de skeletten echter niet verklaard. ‘Eén van opmerkelijkste bewijzen is een grote bijtwond van een carnivoor, waarschijnlijk een leeuw, tijger of een beer. Die beschadiging moet waarschijnlijk opgelopen zijn in een arena,’ aldus Kurt Hunter-Mann, de leider van het archeologische team.
Wetenschappers van de Universiteit van Central Lancashire stellen dat ze nog nooit zulke bijtresten hebben aangetroffen op Romeinse skeletten. Dit doet vermoeden dat zij als gladiator optraden omdat het volgens de wetenschappers niet aannemelijk is dat die beesten in het wild rondliepen in het noorden van Groot-Brittannië. Bij sommige skeletten was de ene arm aanmerkelijk groter dan de andere, wat erop duidt dat de strijders al vanaf jonge leeftijd trainden met een wapen in een hand. Volgens Hunter-Mann is het nog niet honderd procent zeker dat het om gladiatoren gaat. Maar ‘alle stoffelijke resten waren van zeer robuuste mannen van bovengemiddelde lengte en met zware spieren’. (Bron: Elsevier.nl)
Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 7 juni 2010. Bekijk het origineel.

