Steeds minder mensen in Rome maken gebruik van het openbaar vervoer. Sinds 2015 is het aantal gebruikers met 36 procent gedaald. Rome is zowat de enige stad in Europa waar het gebruik van de auto nog terrein wint. Ook scooters blijven zeer talrijk in het straatbeeld aanwezig.
De overheid is niet bij machte om de inwoners te overtuigen hun auto te laten staan, al worden er wel pogingen ondernomen. Momenteel houden de coronamaatregelen nog heel wat mensen thuis. Dat belet niet dat Rome regelmatig te maken krijgt met een chaotische verkeersdrukte. Zelfs het historische centrum ontsnapt daar niet aan.
De dalende trend in het gebruik van openbaar vervoer is ook merkbaar in het aantal verkochte tickets. Cijfers van ATAC tonen een instorting van de verkoop, niet alleen van de losse tickets, ook van de abonnementen.
De grootste daling was er in 2020, toen 59,5 procent minder tickets werden verkocht dan een jaar eerder. De voornaamste oorzaken van die enorme daling zijn ongetwijfeld de coronacrisis en het fors gedaalde aantal toeristen. De dalende trend was echter al langer merkbaar.
Het metro- en tramnet in Rome moet het vaak stellen met verouderd materieel en het busvervoer is vaak een ramp. De voorbije zeven jaren werden alles bij elkaar ongeveer 900 nieuwe bussen aan het vervoersnetwerk toegevoegd.
Dat is uiteraard zeer verdienstelijk, maar de meeste voertuigen van de vloot zijn stokoud en versleten. Een betrouwbare dienstregeling bestaat al lang niet meer, reizigers moeten aan hun halte maar afwachten of en wanneer er nog eens een bus langskomt.
Het vorige stadsbestuur heeft een verdienstelijke maar te beperkte poging gedaan om extra fietspaden aan te leggen. Dat heeft, vooral in de aanloop naar de jongste gemeenteraadsverkiezingen, een aantal prachtig aangelegde fietsstroken opgeleverd. Helaas worden ze amper gebruikt.
Dat heeft ook te maken met het feit dat talrijke fietsstroken, voor zover ze al bestaan, er bijzonder slecht aan toe zijn. Sommige fietspaden eindigen in het niets. Andere zijn soms op een gevaarlijke manier onderbroken of werden slecht hersteld. Automobilisten in Rome storen zich niet echt aan fietsstroken. Als het nodig is wordt er gewoon op geparkeerd.

Naar schatting beschikt Rome vandaag over ongeveer 317 km fietspaden, wat 23,5 procent meer is dan vijf jaar geleden. De toename van de fietsinfrastructuur heeft echter niet geleid tot meer fietsgebruik.
In de verschillende districten werden gedurende een bepaalde periode tellingen uitgevoerd. Op één van de meest populaire fietsroutes, de Via Nomentana, worden op de twee rijrichtingen samen dagelijks gemiddeld 945 fietsers geteld. Elders ligt dat aantal veel lager. In drie wijken leverden de tellingen zelfs nul fietsers op.

De conclusie van het Mobility Ecosystem Rome 2022-rapport van de milieuvereniging Legambiente is dan ook vernietigend: het transport in Rome verloopt desastreus. Het rapport schetst een genadeloos beeld van de manier waarop de mobiliteit in Rome verloopt en wordt aangepakt.
De eerste opmerkelijke vaststelling is dat de Romeinen een hekel beginnen te krijgen aan het openbaar vervoer. In de straten van Rome wordt het hoogste aantal auto’s in verhouding tot het aantal inwoners opgetekend. In Rome zijn er 629 auto’s per 1.000 inwoners. De stad is daarmee een Europese koploper.
De groei van motorfietsen en scooters met een cilinderinhoud van meer dan 50 cc is zelfs nog hoger: het gebruik ervan nam met 1,6% toe in vergelijking met 2019. Na een periode van daling is het aantal inschrijvingen sinds enkele jaren weer beginnen te stijgen. In Rome zijn er nu 139 scooters per 1.000 inwoners.
Steeds meer inwoners kiezen voor privétransport en vermijden zoveel mogelijk de publieke vervoersmiddelen die als ‘slecht’ worden omschreven. De coronacrisis heeft de gewoonte om te kiezen voor eigen vervoer wellicht nog versterkt, maar de trend was ook hier al langer zichtbaar.
De voorbije zeven jaren is het gebruik van het openbaar vervoer systematisch gedaald. Vergeleken met 2015 maken vandaag 36 procent minder mensen gebruik van publiek transport.
Het metronet in Rome omvat alles bij elkaar ongeveer 60 km, en is daarmee het kortste netwerk in vergelijking met andere grote Italiaanse en Europese steden.
De trams zijn zonder uitzondering minstens 15 jaar oud, maar de gemiddelde leeftijd van de voertuigen bedraagt meer dan 34 jaar. Ook de tramsporen zijn er vaak slecht aan toe. Op diverse plaatsen moeten vervangbussen rijden.
De regionale spoorlijnen zijn er nog erger aan toe. De zuidelijke lijn, Roma Lido, verkeert in staat van ontbinding. Van de meer dan twintig voorziene dagelijkse ritten worden er soms maar drie uitgevoerd. In het noorden van de stad is de spoorverbinding Roma Viterbo, die vooral door pendelaars wordt gebruikt, er niet veel beter aan toe. De voorbije twee jaar werd bijna de helft van het aantal voorziene ritten afgeschaft.

Fietsen dan maar? Niet echt een optie volgens het Legambiente-rapport. Het vorige stadsbestuur heeft zoals verteld een poging gedaan om het fietsnetwerk uit te breiden. Er zijn enkele prestigeprojecten gerealiseerd, maar die worden door de Romeinen dus amper gebruikt. Een toerist of een expat waagt zich er weleens op, maar de inwoners blijven er doorgaans ver van weg.
Rome is een stad waar je ook al wandelend veel bezienswaardigheden kan bereiken. Maar het beschikbare autovrije voetgangersgebied per inwoner bedraagt amper 42 cm². De laatste grote voetgangerszone werd 24 jaar geleden gecreëerd.
Dat gebeurde in 1998, toen het autoverkeer werd geweerd op Piazza del Popolo. Sindsdien kwamen er nauwelijks voetgangersgebieden bij. Rome kampt dus met een enorme vertraging als het gaat om duurzame mobiliteit. De stad heeft volgens Legambiente volledig elektrisch openbaar vervoer nodig.
Auto’s moeten geleidelijk maar ingrijpend uit het historische centrum worden verwijderd, zeker in de centrale en meer gevoelige gebieden. Te beginnen met dieselvoertuigen. Fietsen, al dan niet elektrisch, moet worden aangemoedigd met veilige fietsstroken langs elke grotere weg, zegt Roberto Scacchi, de voorzitter van Legambiente Lazio.
Het rapport stipt nog een ander direct gevolg aan van de weinig duurzame Romeinse mobiliteit en de ruimte die zowat overal door auto’s wordt ingenomen. De luchtkwaliteit in de stad is pover. Alle gemiddelde gegevens van fijnstof en stikstofdioxide liggen boven de gezondheidslimieten. Vorig jaar werd de absolute limiet zelfs 37 keer overschreden.
In 12 van de 13 meetstations ligt het jaargemiddelde aan stikstofdioxide een stuk hoger dan de drempel die door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) als gevaarlijk voor de gezondheid wordt beschouwd en waaraan de nationale wetgeving zich de komende jaren zal moeten aanpassen.
In al onze steden moet beleid worden ontwikkeld en toegepast om de klimaatveranderende uitstoot te verminderen, waardoor de ruimte voor auto’s wordt verminderd ten voordele van de mensen en de luchtkwaliteit. Ook in Rome zullen moedige keuzes moeten worden gemaakt, zegt Stefano Ciafani, de nationale voorzitter van Legambiente.
Rome blijft dus het koninkrijk van auto’s en motorfietsen. De investeringen die de afgelopen jaren zijn gedaan om de zogenaamde duurzame mobiliteit te vergroten, zijn er niet in geslaagd de gewoontes van de Romeinen te veranderen.

Het Rapport 2021 dat werd uitgebracht door Roma Servizi per la Mobilità, de stedelijke mobiliteitsdienst, bevestigt de bevindingen van Legambiente. In de stad zijn 1,751 miljoen auto’s geregistreerd, een groei met 1% ten opzichte van 2019. Tussen 2013 en 2016 was het autoverkeer drastisch afgenomen, sinds enkele jaren stijgt het weer.
Al is er toch ook een beetje goed nieuws. Rome beschikt vandaag over 2.370 deelauto’s, waarvan 26% elektrisch. De e-step is als deelvoertuig echter nog meer geliefd.
In Rome worden er dagelijks ongeveer 11.000 gedeeld. Ze worden meestal gebruikt voor tochten van gemiddeld 2 km. Daarmee is Rome de hoofdstad van de elektrische deelsteps, al zorgen ze voor veel overlast in de straten, vooral in de voetgangers- en winkelgebieden.

Rome denkt er opnieuw aan om in het historische centrum een ecopas voor auto’s in te voeren. In het verleden werden al meermaals pogingen ondernomen om die te lanceren, maar dat gebeurde uiteindelijk niet.
Volgens Eugenio Patanè, de nieuwe schepen/wethouder van Mobiliteit, is het huidige ZTL-systeem (Zona a Traffico Limitato) zo lek als een zeef en moet er een strenger toezicht komen op wie met de wagen de stadskern wil inrijden.
Een ZTL is een gebied waar autoverkeer tijdens bepaalde uren van de dag uitsluitend is voorbehouden aan het openbaar vervoer, hulpverleningsvoertuigen, bewoners van de betrokken zone en mensen met een ontheffing.
Een ecopas komt neer op een tolheffing. Het is een soort toegangskaartje voor automobilisten. Wie vanuit de perifere gebieden met de eigen auto naar het centrum wil, zal daarvoor moeten betalen.
Hoe hoger de CO2-uitstoot van de auto, hoe hoger het tolgeld. Met de ecopas wil men het autogebruik in het centrum ontmoedigen, de luchtvervuiling aanpakken en de bevolking aansporen om het openbaar vervoer te gebruiken. Patanè spiegelt zich aan Milaan, dat de ecopas ook gebruikt.
Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 17 maart 2022. Bekijk het origineel.

