Tentoonstelling over de graftombe van Marcus Vergilius Eurysaces in Centrale Montemartini stopgezet

Lichte, scherpe silhouet van de Lupa Capitolina, gebruikt als vervangfoto

De tentoonstelling Il rilievo funerario di Marco Virgilio Eurisace in Centrale Montemartini die werd opgebouwd rond het funeraire reliëf van de Romeinse bakker Marcus Vergilius Eurysaces (Marco Virgilio Eurisace) en zijn vrouw Atistia werd voortijdig stopgezet. Een reden werd niet gegeven. Oorspronkelijk zou de tentoonstelling tot 30 juni te bezoeken zijn. Het relïef heeft jarenlang in de Romeinse archeologische opslagplaatsen gelegen, maar werd een tijdje geleden volledig gerestaureerd en vormde nu het centrale onderwerp van een tentoonstelling in Sala Colonna van het Museo Centrale Montemartini. 

De beeldengroep dateert uit het midden van de eerste eeuw v. Chr. en biedt ons vandaag vooral een ongelooflijke herinnering aan de late Republikeinse kledij (met een gedrapeerde toga voor de bakker en de mantel over de tuniek van zijn vrouw) evenals de kapsels uit die tijd. De laatste rustplaats van Eurysaces bevindt zich aan de Porta Maggiore en bleef, alles bij elkaar genomen, tot vandaag nog behoorlijk goed bewaard. Dankzij de restauratie is nu ook het hoofd van Atistia aan haar stenen lichaam bevestigd. Het originele hoofd werd in 1934 gestolen en is nooit teruggevonden.

Er werd nu een gipsen replica gemaakt aan de hand van zeer oude foto’s die werden gemaakt toen het reliëf omstreeks 1838 werd blootgelegd, ongeveer op de plek waar in 1855 het station RomaFrascati zou worden opgetrokken. Het is eerder toevallig dat die beelden bestaan, want in de prille dagen van de fotografie was het lang niet vanzelfsprekend om iedere archeologische vondst te documenteren en te fotograferen.

De tentoonstelling in Centrale Montemartini vertelde de geschiedenis van het graf en de bakkersfamilie. Ze geeft tevens uitleg over de architectonische context waarin de tombe oorspronkelijk werd geplaatst. De graftombe van Eurysaces bevond zich destijds in het gebied Spem Veterem, de omgeving die we vandaag kennen als Porta Maggiore. De resten ervan zijn nog steeds zichtbaar.

In 1838 werd de Porta Maggiore in Rome in opdracht van paus Gregorius XVI weer zo goed mogelijk in de oorspronkelijke staat hersteld. Bij het afbreken van fortificaties uit de vijfde eeuw werd op deze plek de Tombe van Eurysaces herontdekt. Het graf bleek nog in redelijk goede staat te zijn, aan de westelijke zijde (richting poort) ontbreekt enkel de dakbedekking. Marcus Vergilius Eurysaces was een rijke bakker, die omstreeks 30 v. Chr. overleed.

Eurysaces was in de oudheid ook de levende getuige van een Romeins succesverhaal. Hij werd geboren als slaaf, maar was na zijn vrijlating een bakkerij begonnen. Dat was niet zo uitzonderlijk: vele slaven spaarden hun karige slavenloon op, kochten zich vrij of werden vrijgemaakt en begonnen vervolgens een eigen bedrijfje. Eurysaces leverde zijn brood vermoedelijk aan het Romeinse leger of bakte rechtstreeks in opdracht van de Senaat die het weer uitdeelde aan het volk. Wellicht leverde hij ook brood aan de keizerlijke familie. Het ging in ieder geval om grote hoeveelheden brood. Op het einde van de republiek was Eurysaces dan ook de trotse eigenaar van een zeer grote industriële bakkerij die hem schatrijk maakte.

Nog vóór hij stierf liet Eurysaces als herinnering aan zijn leven en werk een reusachtige en schitterende graftombe bouwen, waarop hij als herinnering aan zijn leven en beroep de werkzaamheden in zijn bakkerij liet afbeelden. Dat moet een enorm kostbare onderneming geweest zijn, maar de man kon het zich ongetwijfeld veroorloven. Dit grafmonument dat vandaag officieel wordt aangeduid met de naam ‘Sepolcro di Marco Vergilio Eurysace’, dateert uit 30 v. Chr., is bijna een eeuw ouder dan de aquaducten en drie eeuwen ouder dan de stadsmuur van Aurelianus waartegen het aanleunt.

Oorspronkelijk was het dus een graf buiten de stadsmuren, langs een belangrijke invalsweg. Volgens Romeins gebruik waren begrafenissen binnen de stadsmuren verboden. Langs de wegen die de stad uitliepen, verrezen monumenten voor de gegoede en rijke Romeinen. Een bekend voorbeeld waar je dat ook vandaag nog perfect kan zien is de Via Appia Antica, die vol staat met dit soort monumentale graven.

De Tombe van Eurysaces is waarschijnlijk één van de merkwaardigste grafmonumenten uit de oudheid en een bezoek zeker waard. Het graf heeft de vorm van een antieke bakoven. De voet van de tombe wordt gevormd door tufstenen blokken. Hierop steunt de tombe, die uit een betonnen kern bestaat, bekleed met travertijn. In het onderste deel zijn dubbele cilinders aangebracht waartussen rechthoekige pilaren staan. Zij lijken een klein podium te ondersteunen, waarop drie rijen met holle cirkels zijn aangebracht, geflankeerd door pilasters waarop een hoofdgestel staat.

De fries is versierd met de afbeeldingen van de bakkerijwerkzaamheden, waarop onder andere het kneden van het deeg, het vormen van de broden en het bakken te zien zijn. De verticale cilinders op het monument verwijzen naar de deegtonnen of mogelijk ook naar de cilinders waarin een bakker bepaalde hoeveelheden graan kon afmeten. Op de horizontale fascia erboven staat de volgende inscriptie: ‘Est hoc monimentum Marcei Vergilei Eurysacis pistoris, redemptoris, apparet …’ of ‘Dit is de tombe van Marcus Vergilius Eurysaces, bakker, aannemer, hij diende …). De naam van de persoon die op het einde van deze zin op de inscriptie heeft gestaan is helaas verloren gegaan.

Op een fries bovenaan het monument zijn op bas-reliëfs verschillende fasen van het bakproces te zien zoals dat tijdens de Romeinse Republiek gebeurde. Let op de ezel die de molen aandrijft. Zelfs de urne met daarin de as van zijn vrouw Atistia heeft de vorm van een kneedbak al zien sommigen er eerder een soort brooddoos of broodmand in. De originele urne is teruggevonden en wordt vandaag tentoongesteld in de Museo Nazionale Romano. De cella moet tamelijk klein geweest zijn, met een oostelijke ingang die niet bewaard is gebleven.

Aan deze zijde bevond zich ook het levensgrote indrukwekkende marmeren reliëf van het paar. Het is dit grafreliëf waarond de recente tentoonstelling werd opgebouwd in de Centrale Montemartini. De oostelijke zijde van de tombe was niet recht, maar twee zijmuren kwamen hier in een punt samen, zodat het geheel de vorm van een pijlpunt had. De totale hoogte van het bouwwerk was ongeveer 10 m. De tombe stond op een opvallende plaats, namelijk de tweesprong van de Via Praenestina en de Via Labicana.

In 38 n. Chr. bouwde keizer Caligula hier de Aqua Claudia en Aqua Anio Novus. De arcaden boven de twee wegen werden rijkelijk versierd en vormden een monumentale toegang tot de stad, waar de Tombe van Eurysaces vlak vóór stond. Keizer Aurelianus liet tussen 271 en 275 een nieuwe muur rond Rome bouwen. Door tijd- en geldgebrek werden vele bestaande gebouwen en constructies in de muur opgenomen, zodat deze niet helemaal nieuw gebouwd moest worden. Dat is de reden waarom de monumentale doorgang van de Aqua Claudia werd omgebouwd tot de Porta Praenestina. Vooral deze laatste was eenvoudig om te bouwen tot stadspoort. De arcaden werden dichtgemaakt, maar het aquaduct bleef wel gewoon functioneren.

Omstreeks 400 werd deze stadspoort door keizer Honorius versterkt, waarbij de graftombe van Eurysaces gebruikt werd als fundament voor een verdedigingstoren. Zo werd voor de Porta Maggiore een tweede dubbele poort met aan beide zijden grote vierkante torens gebouwd. Hierdoor ontstond een klein fort met een binnenplaats. Zo verdween de graftombe feitelijk uit het zicht, hoewel deze van binnenin de toren toch nog gedeeltelijk zichtbaar moet zijn geweest. Dat weten we omdat er documentatie uit de zestiende eeuw bestaat die melding maakt van de inscripties op het graf.

Het kleine fort werd door de Romeinse familie Colonna in de middeleeuwen nog verder uitgebreid. Nog later verdween de tombe geleidelijk aan uit het geheugen van de bevolking. Het zou nog tot de opgravingen in 1838 duren vooraleer het bakkersgraf weer werd herontdekt.

Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 13 april 2019. Bekijk het origineel.