Een paar weken geleden werd de gerestaureerde Tomba di Nerone aan de Via Cassia in Rome officieel ingehuldigd. De tombe werd gereinigd en waar nodig zorgvuldig hersteld. Elk graffitispoor en ieder plukje onkruid en vlekje mos werden verwijderd. Het restauratieproject, dat 82.000 euro heeft gekost, omvatte tevens de ontwikkeling van de nabije omgeving en de architecturale verlichting van het monument. Er werden in de buurt ook veiligheidscamera's geïnstalleerd om toekomstig vandalisme te vermijden. De camera's hebben een directe verbinding met het nabijgelegen politiebureau in de Via Mariano Vibio. De graftombe van Nero gaf zijn naam ook aan de omliggende wijk, maar beiden dragen hun naam ten onrechte.
De naam 'Tomba di Nerone' werd in de tweede helft van de derde eeuw ten onrechte gegeven aan een vrij imposant graf dat hier werd ontdekt. Het geheel zag er nogal mooi uit en werd door het volk toegeschreven al gauw toegeschreven aan keizer Nero. In feite gaat het om het graf van Publius Vibio Mariano, proconsul en hoofd van Sardinië en tevens de prefect van Legio II Italica, wiens sarcofaag hier, in deze tombe, werd bijgezet.
Nero heeft dus met deze locatie niets te maken. De keizer zou zich met behulp van zijn slaaf Epafroditus om het leven hebben gebracht ongeveer op de plaats waar zich nu de kerk Santa Maria del Popolo bevindt. Hij zou daar in de buurt ook begraven zijn. De monsterlijke reputatie van keizer Nero was zodanig groot dat de burgers nog eeuwenlang geloofden dat de geest van Nero die plek 's nachts onveilig maakte. Omstreeks 1100 was paus Paschalis II die spookverhalen grondig beu. Hij liet de boom omhakken die bovenop het graf van Nero was geplant en waarin de geest van Nero regelmatig werd gesignaleerd.
Onder de wortels van de boom ontdekte men na enig graafwerk inderdaad een skelet waarvan men aannam dat dit het gebeente van Nero was. De paus liet het skelet verbranden en de overgebleven asse in de Tiber gooien. Om de geest definitief te verdrijven werd op deze plek, de huidige Piazza del Popolo, bovendien een kapelletje opgetrokken, de voorloper van de huidige Santa Maria del Popolo. De ingreep heeft alleszins geholpen want Nero's geest werd daarna nooit meer gezien.
Het bovenstaande verhaal staat in vijf scènes afgebeeld in deze fraaie kerk. De maker van de bas-reliëfs toont er de paus die wordt vergezeld door Zwitserse wachters, wat natuurlijk niet kan omdat die pas in 1506 aantraden als pauselijk huurlingenleger. De Santa Maria del Popolo lokt vooral veel volk omwille van de Caravaggio's en – recenter – de Chigikapel die in het Bernini-mysterie van Dan Brown een prominente rol speelt. Ook Piranesi vereeuwigde in zijn tijd Nero's vermeende tombe.
Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 24 november 2010. Bekijk het origineel.

