De archeologische opgraving in de Nieuwenhof in het dorp Lieshout (Noord-Brabant, Nederland) heeft meer dan 13.500 scherven opgeleverd van vooral Romeins aardewerk. De vondsten liggen nu opgeslagen in Nijmegen waar wordt onderzocht wat het aardewerk precies voorstelt. Omdat het aantal voorwerpen veel groter is dan verwacht heeft de gemeente een bedrag van ruim 66.000 euro extra verstrekt aan een archeologenbureau om het onderzoek naar het project af te ronden. Op het grondgebied van Lieshout zijn tal van archeologische opgravingen verricht. Zo zijn bij het graven van het Wilhelminakanaal, tussen 1917 en 1921, sporen van een mogelijke Romeinse nederzetting gevonden.
De Nieuwenhof is in het verleden doorlopend bewoond van 300 voor Christus tot circa 250 jaar na Christus. Archeoloog Jos van der Weerden, woonachtig in Aarle-Rixtel en in dienst bij het Bossche bouwhistorische bedrijf BAAC, omschrijft het als een gehucht met drie tot vier boerderijen van redelijke omvang, beginnende in de ijstijd en doorlopend tot aan de Romeinse tijd. Het aantal bewoners van het gehucht schat hij op circa dertig. Het gehucht lag aan een oude handelsroute van de Romeinen die vanuit Son, waar een heiligdom van de Romeinen lag, via Lieshout naar Beek en Donk liep. Na het uiteenvallen van het Romeinse Rijk Christus trokken de bewoners van het gehucht weg, waarschijnlijk als gevolg van oorlogen en de pest. Pas na 1100 wordt het gebied opnieuw bewoond.
Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 11 april 2013. Bekijk het origineel.

