Je zal maar pech hebben als toerist wanneer je, al wandelend langs de mooiste fonteinen van Rome, de fantastische Vierstromenfontein van Bernini op de Piazza Navona in de steigers ziet staan. Geen klaterend water, zelfs geen mooi zicht op de vier imposante beelden van de Fontana dei (Quattro) Fiumi, dus ook geen foto’s met lachende toeristen.
Een kleine tien jaar geleden werd de fontein volledig gerestaureerd, een project dat 2,5 jaar duurde en het monument lange tijd aan het oog van voorbijgangers en bezoekers onttrok. Nu ging het gelukkig enkel maar om een onderhoudsbeurt. Maar het effect op de teleurgestelde bezoekers was hetzelfde.
Helaas moeten alle monumenten in Rome nu en dan worden opgeknapt en verdwijnen voor vaak niet definieerbare tijden onder zeildoek en bouwsteigers. Bij fonteinen moet omwille van het altijd stromende water en de algengroei die daardoor ontstaat, nog vaker worden ingegrepen. De belangrijkste fonteinen in Rome krijgen dus regelmatig een stevige onderhoudsbeurt.
Tijdens dit routine-onderhoud dat meestal in de herfstperiode wordt uitgevoerd, worden beelden zoals deze op de Vierstromenfontein gereinigd met behulp van een lange mechanische arm die aan een hoogtewerker wordt bevestigd. Het onkruid en de algen worden eveneens verwijderd en het waterbassin wordt leeggemaakt en gereinigd.
Het verlichtingssysteem wordt uit elkaar gehaald, nagekeken en opnieuw geïnstalleerd. Deze operatie neemt meestal slechts een paar dagen in beslag, maar het blijft natuurlijk jammer dat jij voor de eerste keer in je leven Rome bezoekt en dan terechtkomt bij een fontein die tijdelijk buiten gebruik is. Dat is helaas onvermijdelijk maar misschien een reden om nog eens opnieuw naar Rome te reizen.
De beroemde Vierstromenfontein, samen met de Trevi wellicht de meest gefotografeerde fontein in Rome, werd van 1648 tot 1651 gebouwd in opdracht van paus Innocentius X en ondermeer bekostigd met een extra belasting op brood, zout en vlees, een maatregel die door de Romeinse bevolking indertijd – zeer begrijpelijk – niet in dank werd afgenomen.
De fontein kwam er als gevolg van een ontwerpwedstrijd om Piazza Navona te verfraaien. Bernini mocht aanvankelijk niet meedoen van de paus, want de kunstenaar was de grote favoriet geweest van de vorige paus, Urbanus VIII, en die was alles behalve een vriend van Innocentius X.
Deze laatste had dus enkel aan Francesco Borromini en Alessandro Algardi een ontwerp gevraagd. Op aandringen van prins Ludovisi, voor wie Bernini het Palazzo di Montecitorio (het huidige parlementsgebouw) had gerealiseerd, mocht Bernini uiteindelijk toch een ontwerp indienen.
De kunstenaar bezorgde aan donna Olympia Maidalchini-Pamphili, de schoonzus van Innocentius X, een zilveren schaalmodel van de fontein zoals hij die zag. Olympia vond dit ontwerp zo prachtig dat ze de paus kon overtuigen om de opdracht toch aan Bernini te gunnen.
Hij heeft daar geen spijt van gehad, want al snel besefte de paus dat het onmogelijk was om het enorme talent van de veelzijdige Bernini te negeren.
Het is overigens goed gekomen tussen die twee, want in de Galleria Doria Pamphili aan de Via del Corso, kan je onder meer een paar mooie portretbustes bewonderen die Bernini later nog gemaakt heeft van Innocentius X.
De rivaliteit tussen Borromini en Bernini werd met de bouw van deze fontein wel flink aangewakkerd. Tussen deze twee kunstenaars kwam het dus nooit meer goed.
De Vierstromenfontein heeft zijn naam te danken aan de beelden die erop geplaatst zijn. Zij stellen namelijk vier grote stromen uit de vier toen bekende werelddelen voor. In tegenstelling tot wat veel mensen denken zijn de beelden niet van Bernini zelf, maar werden ze gemaakt door diverse leerlingen uit zijn atelier.
Het eerste is van Claude Poussin en staat voor de Ganges in Azië, uitgebeeld door een riviergod met een lauwerkrans op het hoofd en een grote stok (of boom) tussen de knieën. De Donau in Europa (van Antonio Raggi) draagt het pauselijke wapen.
De Nijl (Afrika) werd gerealiseerd door Giacomo Antonio Fancelli en toont een boomgod met een doek over zijn hoofd. Dit zou verwijzen naar het feit dat de bronnen van de Nijl in die tijd nog niet ontdekt waren. Als laatste is er de Rio de la Plata, de voorstelling van Amerika door Francesco Baratta, die een vreemd soort gordeldier toont met een stapel muntstukken eromheen.
Dit zou symbool staan voor bodemschatten van Zuid-Amerika maar kan ook een verwijzing zijn naar de primitieve bevolking in dat continent, waar de eerste missionarissen pas waren begonnen met het bekeren en dopen van de inboorlingen.
Over het beeld van de Rio de la Plata wordt weleens verteld dat het lijkt weg te duiken uit angst dat de gevel van de tegenover gelegen Sant’Agnese in Agone op hem valt. Ook het beeld van de Nijl, met de doek over het hoofd, zou dit doen om het kerkgebouw van de Heilige Agnes zeker niet te moeten zien. Bernini zou dit zo laten maken hebben omdat de Sant’Agnese-kerk door zijn rivaal Borromini is gebouwd.
Het is een leuke en eigenlijk wel grappige anekdote, die door vele gidsen in Rome regelmatig wordt verteld, maar die onmogelijk kan kloppen omdat de fontein reeds in 1651 volledig klaar was en de bouw van de kerk pas in 1652 begon.
Bij drie rivieren hoort een dier, we beginnen met de Rio de la Plata (Spaans voor Zilverrivier) waarnaast een stapel munten ligt en in het bekken eronder staat het voormelde vreemde gordeldier, eigenlijk meer een soort krokodil. Bij de Nijl hoort een leeuw en bij de Donau een paard, enkel de Ganges moet het zonder vertegenwoordiger van zijn fauna stellen.
Voor het paard (aan de kant van de kerk) tussen Amerika en Europa, naar verluidt het enige deel van de fontein dat Bernini volledig zelf zou gebeeldhouwd hebben, heeft een beroemd renpaard uit Bernini’s tijd model gestaan, het luisterde naar de naam Montedoro. Op de fontein kronkelt ook een vervaarlijk uitziende slang.
De fontein is grotendeels vervaardigd uit travertijn, een marmerachtige, poreuze kalkafzetting uit Tivoli en Monte Rotondo dat ter plaatse bewerkt werd. Enkel de diametraal staande beelden die de Nijl en de Donau voorstellen werden gehakt uit echt marmer (met marmer bedoelt men alle gekristaliseerde kalksteensoorten die gepolijst kunnen worden).
De palmboom, de rots en de planten in de spleten waren oorspronkelijk gekleurd. Ook opvallend is de 16,54 meter hoge obelisk die in het midden van de fontein omhoog rijst. De volledige fontein, met de sokkel erbij, is op die manier 35 meter hoog. Het samenbrengen van architectuur en beeldhouwwerk in deze fontein was revolutionair ten opzichte van andere fonteinen die tot dan toe in Rome werden gebouwd.
De obelisk is afkomstig uit het Circus van Maxentius aan de Via Appia en komt – in tegenstelling tot veel andere obelisken in Rome – niet uit Egypte maar werd uitgehakt in opdracht van keizer Domitianus. Paus Innocentius X besliste om die oude, ondertussen omgevallen en gebroken obelisk, te herbruiken voor de Piazza Navona, de plek waar zich in de oudheid overigens het stadion van Domitianus bevond.
De hiërogliefen op de obelisk zijn pas aangebracht zijn bij de verplaatsing naar de Piazza Navona. Op de obelisk is ook het familiewapen van Innocentius X aangebracht: de duif met de olijftak, niet enkel een voorstelling van de Heilige Geest, maar ook een symbool voor de evangelisatie van de vier werelddelen.
Toen de fontein in 1651 klaar was, kwam Innocentius X nog vóór de officiële ingebruikname alvast even ter plaatse om het resultaat persoonlijk te inspecteren. Bernini verontschuldigde zich en zei dat de waterleidingen nog niet klaar waren.
Ontgoocheld wilde de paus het plein verlaten toen plots het water langs alle zijden klaterend in het gloednieuwe bassin stroomde. Het was een plagerijtje van Bernini. Innocentius verklaarde toen dat deze verrassing tien jaar aan zijn leven zou hebben toegevoegd.
Zoals verteld werd het geld voor het oprichten van deze fontein bijeengebracht door een extra belasting op brood, vlees en zout. Dat veroorzaakte een storm van protest onder de bevolking, zodat het sprekende beeld Pasquino meteen reageerde: ‘Wij willen wat anders dan obelisken en fonteinen; brood willen we, brood, brood, brood’. Ook op de obelisk werden stiekem pamfletten geplakt ‘O Heer, moge deze steen in brood veranderen’.
Voor zijn werk betaalde Innocentius X zonder morren een bedrag van drieduizend scudi aan Bernini, een bewijs dat de paus heel erg tevreden was, want de man stond bekend als een zeer gierig persoon die meestal slechts met veel moeite en pas na lang aandringen met geld over de brug kwam.
Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 18 oktober 2017. Bekijk het origineel.

