Ambiorix tegen Caesar: de feiten en de mythe

omslag ambiorix.indd

6 juli 2023 —

In 2005 werd Ambiorix uitgeroepen tot vierde grootste Belg, tenminste in Vlaanderen. In de vrt-reeks “Het verhaal van Vlaanderen” in 2023 kwam zijn figuur ruim aan bod in aflevering 2. Zijn standbeeld staat op de Grote Markt van Tongeren, niet ver van het Gallo-Romeins Museum. Misschien herken je zelfs dit prentje uit de Artis-Historiareeks ’s Lands Glorie.

In onze vaderlandse geschiedenis werd de periode van Ambiorix die van de “Oude Belgen” genoemd, met de Menapiërs, Nerviërs en Eburonen… Ongetwijfeld kunnen velen dat lijstje nog verder aanvullen met namen van andere stammen die Julius Caesar in zijn Commentarii de bello Gallico omschreef als “Belgae”, de dappersten van alle Galliërs – die als geheel ook al geen lieverdjes waren.

Over dat historische personage publiceerde Robert Nouwen onlangs het boek Ambiorix tegen Caesar: de feiten en de mythe. Op de website Historiek verscheen van de hand van Chris Delarivière onderstaand boekbespreking, die we mogen delen met akkoord van de auteur en van het bestuur van Historiek, waarvoor dank.

Over de rol van Ambiorix is al heel wat inkt gevloeid. De vraag rijst dan ook: wat valt er verder nog te vertellen over de legendarische man? Heel wat, zo blijkt uit het jongste boek van historicus Robert Nouwen. In Ambiorix tegen Caesar ontrafelt de auteur met chirurgische precisie feiten en mythe. De auteur laat er alvast geen twijfel over bestaan: in Ambiorix’ verhaal versmelten historische feiten van twee millennia geleden met romantische fantasieën uit de negentiende eeuw toen het nog jonge België behoefte had aan nationale helden.

In het eerste deel van het boek wordt het bredere historische kader geschetst van de Gallische oorlogen en de rol die Ambiorix daarin speelde. Tussen 58 en 51 voor Christus voerde Julius Caesar, generaal en consul belast met de orde in de provincies Gallia, een harde campagne om van Gallia Celtica en Gallia Belgica een wingewest voor het Romeinse Rijk te maken. Dat liep allerminst van een leien dakje en Caesar had al zijn diplomatiek, militair en strategisch vernuft nodig plus een stevig leger van acht legioenen, goed voor ongeveer 40.000 geoefende soldaten. Om die gigantische militaire machine draaiende te houden rekende Caesar op de lokale bevolking voor de bevoorrading en logistieke steun.

Ook de Eburonen, wier woongebied zich uitstrekte over Centraal-België en delen van Nederland en Duitsland, moesten opdraaien voor het onderhoud van de legioenen. Dagelijks enkele tonnen voedsel leveren aan een leger van duizenden soldaten betekende een zware last voor de Eburonen die vooral leefden van kleinschalige landbouw en veeteelt. Voeg daar nog tegenvallende oogsten aan toe en je hebt een grote bron van frustratie en opstand. Dat verklaart ook waarom Ambiorix die eerder een bondgenoot was van Caesar zich uiteindelijk tegen hem keerde. In 56 voor Christus slaagde hij erin om anderhalf legioen, pakweg 5000 geoefende Romeinse soldaten, in een hinderlaag te lokken en in de pan te hakken. Voor Ambiorix was het echter een pyrrusoverwinning. Caesar sloeg keihard terug en de Eburonen werden na hun opstand zo goed als uitgeroeid, al slaagde Ambiorix er steeds in te ontkomen.

Lange tijd ging men er van uit dat die veldslag plaatsvond in de buurt van Tongeren, maar nergens zijn daar tastbare sporen van gevonden, aldus Robert Nouwen. Hij stelt dat er een dertigtal mogelijke locaties zijn die zich situeren in Belgisch en Nederlands Limburg, de streek tussen pakweg Venlo, Maastricht en Tongeren. Robert Nouwen haalt zijn informatie vooral uit Romeinse bronnen zoals de ‘Commentarii’ van Julius Caesar. Die waren echter bedoeld als verslagen voor de senaat in Rome en moeten dus met de nodige omzichtigheid gelezen worden. Daarom ging de auteur ook grasduinen in het werk van andere auteurs zoals Titus Livius, Plutarchus en Dio Cassius. Daarnaast bood de archeologie uitkomst. Vondsten zoals muntschatten leveren soms onvermoede resultaten op over allianties tussen stammen en Nouwen rekent erop dat ook de conflictarcheologie nog meer duidelijkheid kan scheppen.

Als voorbeeld vermeldt hij de archeologische vondsten in Kessel (Nederland), in de Noord-Brabantse gemeente Peel en Maas. Daar werden talrijke zwaarden, schilden, bijlen en helmen gevonden naast vele skeletresten. Getuigen van de veldslag die Caesar er in 55 voor Christus uitvocht met twee Germaanse stammen en die uitmondde in een genocide met tienduizenden slachtoffers. Een aanwijzing dat Caesar een van de moorddadigste mannen uit de wereldgeschiedenis is.

De auteur maakt ook de balans op van de Gallische oorlogen. De cijfers spreken boekdelen. Circa 1 miljoen Galliërs schoten er het leven bij in. Op een bevolking van 5 à 10 miljoen kan dat tellen. Daar tegenover vielen er 40.000 legionairs, een verhouding van 1 op 25. Daarnaast werd een groot deel van de bevolking in slavernij gedreven. Gallië was aan het einde van de oorlog ontvolkt, platgebrand, geplunderd en compleet verarmd. Nouwen noemt de Gallische oorlogen dan ook één grote roofpartij.

Tot in de negentiende eeuw was Ambiorix hooguit een voetnoot in de geschiedenisboeken en aangezien het woongebied van de Eburonen zich uitstrekte van de Kempen tot aan de Rijn zou hij net zo goed als Belg, Nederlander of Duitser beschouwd kunnen worden. Maar toen kwam de onafhankelijkheid van België. De nieuwe natie had dringend behoefte aan eigen helden en Ambiorix kwam daarbij goed van pas. Hoe dat in zijn werk ging, beschrijft Robert Nouwen in de tweede helft van het boek. De auteur haalt veel treffende anekdotes aan die vaak amusante lectuur opleveren. De leider de Eburonen kreeg een upgrade tot volksheld, werd afgebeeld op historische fresco’s in overheidsgebouwen, op schilderijen in musea en met beeldhouwwerken op stadspleinen.

Ook dichters lieten zich niet onbetuigd, zo blijkt uit de ongewild grappig klinkende citaten van negentiende-eeuwse poëzie. Bombast, romantiek en nationalisme gingen blijkbaar hand in hand. Dat was trouwens ook zo in Nederland met Julius Civilis en zijn Bataven, in Frankrijk met Vercingetorix en met de Germaanse krijgsheer Armenius in Duitsland. Patriottisme en historische werkelijkheid passen zelden goed samen, aldus Robert Nouwen. Naties worden in het leven geroepen omdat de politiek er behoefte aan heeft en geschiedenis mag niet misbruikt worden als instrument voor politieke recuperatie van historische figuren.

Ook het beeld van Ambiorix in Tongeren, door Leopold II in 1866 ingehuldigd, kreeg een hoofdstuk. Daarin beschrijft de auteur de lange politieke, artistieke en financiële soap rond het standbeeld met als hoofdpersonages de middelmatig getalenteerde beeldhouwer Jules Bertin, een armlastige stad, kritische historici en kunstcommissies.

Hoe dan ook, zo besluit Robert Nouwen, Ambiorix heeft een vaste stek verworven in ons collectief geheugen en dat geldt zeker in Limburg. Zowel in Tongeren als in Maastricht en wijde omgeving duikt Ambiorix op als uithangbord. Het boek van Robert Nouwen maakt alvast duidelijk dat de mythe van Ambiorix meer dan twee millennia na de feiten nog steeds springlevend is.

***************

Ambiorix tegen Caesar: de feiten en de mythe

Auteur: Robert Nouwen

uitgeverij Sterck & De Vreese, Gorredijk, 2023

Aantal pagina’s: 238

Formaat: 15 x 22 cm, paperback

ISBN: 978 94 6471 055 7

Prijs: 24,90 euro.

Robert Nouwen werd geboren in Bree in 1959. Hij studeerde geschiedenis en archeologie aan de Katholieke Universiteit Leuven waar hij in 1993 zijn doctoraat behaalde met een proefschrift over “De Tungri in het Imperium Romanum”.

Robert Nouwen is niet aan zijn proefstuk toe wat blijkt uit de lange lijst van werken met titels als De Romeinse heerbaan; Oorlogsmisdaden in de oudheid en later; De onderdanen van de keizer; De erfenis van de oudheid voor de mens van nu; Keizer Augustus en de Lage Landen; Caesar in Gallië en vele andere.

Sinds 1987 is hij professioneel actief in de museum- en erfgoedsector, eerst als conservator van het Gallo-Romeins Museum Tongeren (1987-1998), nadien bij het Openluchtmuseum Bokrijk, bij de Provincie Limburg en bij de Koninklijke Bibliotheek van België. Op dit ogenblik is hij archivaris-consulent erfgoed bij de Provincie Limburg. Verder verzorgt hij cultuurreizen voor het Davidsfonds en is hij docent bij de Davidsfonds Academie. Robert Nouwen is lid van de Koninklijke Academie voor Oudheidkunde van België.

Met dank aan Leo De Brabandere voor deze tip.