4 januari 2024 —
S.P.Q.R. wenst jullie een gelukkig en voorspoedig 2024!
De Boog van Janus kan je bij een eerste kennismaking met Rome wel eens over het hoofd zien. Hij is immers minder bekend dan die van Constantijn naast het Colosseum of die van Titus en van Septimius Severus op het Forum Romanum. De Boog van Janus vind je op het Velabrum, de vallei tussen de Capitolijn en de Palatijn. Deze vallei vormde de verbinding tussen het Forum Romanum en het Forum Boarium waar de bekende Tempel van Hercules Victor en die van Portunus staan. Vlak naast de Boog van Janus ligt de kerk San Giorgio in Velabro, waar de maffia in 1993 een bom tot ontploffing bracht. Als je deze omgeving op een ruime tocht wil bezoeken, raden we je aan om via de website spqr.be Romewandelingen te selecteren en dan de wandeling Campitelli te kiezen.
“Boog van Janus” is de naam die in de zestiende eeuw werd gegeven aan deze boog. Deze moderne benaming verwijst niet naar Janus, de god met twee gezichten, maar is wellicht afgeleid van het Latijnse woord ianus, wat “overdekte doorgang” betekent. In de vierde-eeuwse catalogus van gebouwen in Rome heet deze boog “Arcus Divi Costantini”, de Boog van de vergoddelijkte (keizer) Constantinus. Vermoedelijk is hij opgericht door keizer Constantius II, de zoon van Constantijn de Grote die hem opvolgde als keizer van 337 tot 361.

De boog heeft de vorm van een tetrapylon, een vierzijdige poort zoals die soms werd opgericht op een kruising van twee Romeinse wegen; binnen de stad Rome is dit evenwel het enige gebouw van dat type. Hij werd grotendeels gebouwd met marmer en materialen afkomstig van oudere monumenten. Hij dateert uit het midden van de vierde eeuw en heeft een ontstaansgeschiedenis die vergelijkbaar is met die van de Boog van Constantijn.
Het monument is 12 meter hoog en heeft een vierkant grondplan met 16 meter zijde. De vier massieve pilaren ondersteunen een kruisgewelf. Ze zijn gebouwd in cement en bedekt met hergebruikte marmeren blokken. Daarboven moet oorspronkelijk een attiek hebben gestaan die een misschien piramidevormig dak droeg waarvan de bakstenen kern ook met marmer bedekt was. Die attiek en het dak werden echter in 1827 afgebroken omdat ze ten onrechte werden beschouwd als latere toevoegingen. In de twaalfde eeuw had de familie Frangipane de boog immers omgebouwd tot een middeleeuws fort, waarbij ze ook de doorgangen had gesloten. In de pylonen zijn in totaal 28 nissen voor beelden: er zijn 12 nissen aan de oost- en westkant; aan de noord- en zuidkant zijn er 2 echte nissen en nog eens 10 onechte. In totaal gaat het dus om 28 echte nissen.
Oorspronkelijk moeten in deze nissen bijna levensgrote beelden hebben gestaan, die waren omlijst door aediculae. Die laatste bestonden uit kleine zuiltjes die op een kroonlijst rustten, maar die onderdelen zijn verloren gegaan; wel is boven elke nis nog een schelpvormige halve koepel te zien die is uitgehouwen in de marmerbekleding van de boog. De enige figuratieve versieringen van de boog die nog overblijven, zijn de vier vrouwelijke figuren op de sluitstenen: de godin Roma aan de oostkant en Minerva aan de noordkant zijn met zekerheid te herkennen, terwijl de identificatie van de andere twee figuren als Juno en Ceres minder zeker is.

De boog had vooral een monumentale functie, maar werd ook gebruikt als schuilplaats tegen slecht weer voor de Romeinse veehandelaren en bankiers die in de omgeving zaken kwamen doen. Maar is het mogelijk dat dit ooit een triomfboog is geweest? In de nabijgelegen kerk van San Giorgio in Velabro zijn enkele fragmenten van een monumentale inscriptie bewaard gebleven. Een aantal van die fragmenten werden hergebruikt als bouwmateriaal, andere werden verwerkt tot middeleeuwse reliëfs. Mogelijks is die inscriptie afkomstig van de attiek van de boog; de tekst ervan spreekt van een tiran die door een keizer werd verslagen. Dit zou kunnen verwijzen naar de overwinning die Constantius II (zoon en opvolger van Constantijn de Grote) behaalde op de usurpator Magnentius die zichzelf als keizer had uitgeroepen. Onderzoek en historische duiding moeten nog uitwijzen of heroverwogen kan worden om de boog ook als een triomfboog te bestempelen.
Met dank aan clublid Leo De Brabandere voor deze bijdrage.
Bronnen :
Ranuccio Bianchi Bandinelli en Mario Torelli, De kunst van de klassieke oudheid, Etruria-Roma, Utet, Turijn 1976.
Filippo Coarelli, Archeologische gids van Rome, Laterza, Rome-Bari 2012.

