1 juni 2023 —
Reeks Sixtijnse obelisken – Aflevering 5
Van de obelisk die nu te vinden is op het plein voor San Giovanni in Laterano zijn de lotgevallen gedurende de oudheid ons goed bekend gebleven; niet alleen omdat de obelisk beschreven is met hiëroglyfen, maar ook omdat de Romeinse historicus Ammianus Marcellinus er een uitgebreide passage aan wijdt. In Boek XVII van zijn Rerum gestarum libri handelt heel hoofdstuk 4 hierover en geeft de auteur zelfs een vertaling in het Grieks van de hiëroglyfen.
Uit die hiëroglyfen valt af te leiden dat de obelisk afkomstig is uit Thebe (Karnak) en werd besteld door Thutmosis III (1503 -1449 v.Chr.). Hij werd pas rechtop geplaatst door zijn neef Thutmosis IV (1422 tot 1413 v.Chr.); veel later, tussen 1298 en 1232 v.Chr. plaatste ook Ramses II zijn naam onderaan op de obelisk.
De obelisk bleef ongeveer 1800 jaar in Karnak staan. In 31 v.Chr. was Augustus van plan de obelisk weg te halen samen met de twee andere die hij naar Rome liet overbrengen, doch hij werd afgeschrikt door de enorme omvang van de monoliet en bovendien koesterde hij ook nog enige eerbied voor de godheid Amon voor wie hij was opgericht. Bij Constantijn (307-337) speelde dit evenwel geen rol meer en hij liet de obelisk voorlopig naar Alexandrië overbrengen, met de bedoeling hem later naar de nieuwe hoofdstad van het rijk, Constantinopel, te voeren. Hij stierf evenwel vóór dit kon uitgevoerd worden. Zijn zoon Constantius II bezocht Rome voor de eerste maal in zijn leven in de lente van 357 en het is aan dit bezoek te danken dat de obelisk van Alexandrië niet naar Constantinopel maar naar Rome werd overgebracht.
De obelisk moet het zeker een kleine 200 jaar hebben uitgehouden op de spina van het Circus Maximus. Wanneer hij omviel, weten we niet en het is ook niet bekend of dit moedwillig gebeurde. Aangezien het Circus Maximus op waterzieke gronden was gebouwd en er zich al gedurende de oudheid verschillende instortingen hebben voorgedaan met soms meer dan 10.000 doden tot gevolg is het goed mogelijk dat de monoliet bij een aardbeving is omver gevallen. De bronzen astragalen (voetjes) waarop hij stond, waren bij de ontdekking in de zestiende eeuw verdwenen en bleken duidelijk te zijn weggebeiteld. De vergulde bronzen vlam die op het piramidion had gestaan ter vervanging van de globe die er voordien stond, was evenmin terug te vinden.
Het Circus Maximus werd niet langer gebruikt en werd door de waterafvoer vanaf het Colosseum en vanuit de Thermen van Caracalla omgetoverd tot één groot moeras, waarvan de min of meer droge zijkanten in cultuur gebracht werden; de obelisken werden geleidelijk bedolven en aan het zicht onttrokken. Erboven tierden welig de moestuin en de savooikolen van de Lateraanse kanunniken die een zetel hadden in de kerk van Santa Maria in Cosmedin.
In de Tractatus de rebus antiquis et situ urbis Romae, daterend uit het begin van de vijfde eeuw en ook bekend onder de naam Anonymus Maliabechianus, staat te lezen: ‘een andere van die (obelisken), de grootste van allemaal, lag bedolven in het onder water gelopen circus, en de arbeiders braken er vaak hun spades op stuk.’
De fragmenten werden in het quattrocento min of meer gelokaliseerd door Leon Battista Alberti, maar niemand ondernam pogingen om ze uit het moeras te verwijderen. Dit gebeurde wel in het cinquecento (zestiende eeuw) dankzij Michele Mercati , een botanicus, geoloog en geneesheer bezield met een passie voor archeologie. Hij kon Sixtus V (1585-1590) ervan overtuigen de werken in het moeras te financieren. De eerste van de twee obelisken op de spina die werd blootgelegd, was die van Constantius II; dit gebeurde op 15 februari 1587. De schacht was in drie stukken gebroken en ook het voetstuk, dat eveneens uit graniet bestond, was zodanig beschadigd dat het niet meer kon hergebruikt worden; alleen enkele stukken ervan werden gerecupereerd om samen met afbraakmateriaal van het Septizodium Severi te worden gebruikt voor de bouw van een nieuwe sokkel, bestaande uit een kern in opus latericium, bekleed met travertijn. Mercati was wel zo wijs om de inscripties op de sokkel die in het Latijn waren gesteld en een hulde aan Constantius II omvatten, te noteren alvorens die tot gruis werd vermalen (CIL, VI 1163). De lengte van de schacht werd door Mercati op 38,32 m bepaald, wat aanzienlijk langer is dan de huidige; mogelijk was de onderkant zodanig beschadigd dat men er een groot stuk diende van af te zagen.
Slechts met grote moeilijkheden slaagde men erin de schacht, die met een laag van 7 m slijk en aarde was bedekt, naar boven te halen. Ook het transport naar het plein voor San Giovanni in Laterano verliep niet probleemloos. Op dit plein had men het oude Patriarchaat gesloopt en het volledig vrijgemaakt van alle bijgebouwen, ‘hosterie’, zodat men vanaf hier tevens een uitzicht kreeg op de Basilica di Santa Maria Maggiore langs de Via Merulana en op het Colosseum langs de Via di San Giovanni in Laterano.
De werkzaamheden voor de oprichting van de obelisk verliepen in zeer snel tempo, van 6 juli tot 10 augustus 1588. Zoals op het voetstuk van de Vaticaanse obelisk kwamen ook hier de nodige inscripties te staan. De auteur ervan was kardinaal Antoniani. Er wordt voor een deel teruggegrepen naar de oorspronkelijke inscriptie van Constantius II; ook wordt het doopsel van Constantijn in het nabije baptisterium vermeld, wat niet met de historische realiteit klopt; dit is een legende, aangezien de keizer, als hij zich al had bekeerd, pas in 337 het doopsel ontving op zijn sterfbed in Nicomedia, Izmid in het huidige Turkije.
We geven hierna opnieuw de inscripties weer in het Latijn en in vertaling, per zijde.
Naar het Colosseum:
FL. CONSTANTINUS
MAXIMUS AUG.
CHRISTIANAE FIDEI
VINDEX ET ASSERTOR
OBELISCUM
AB AEGYPTO REGE
IMPURO VOTO
SOLI DICATUM
SEDIBUS AVULSUM SUIS
PER NILUM TRANSFERRI
ALEXANDRIAM IUSSIT
UT NOVAM ROMAM
AB SE TUNC CONDITAM
EO DECORARET
MONUMENTO
(Flavius Constantinus Maximus Augustus, beschermheer en voorvechter van het christendom, gaf de opdracht om deze obelisk, die door de Egyptische koning in een onzuivere gelofte aan de zon was opgedragen, van zijn voetstuk weg te nemen en langs de Nijl naar Alexandrië te transporteren, om met dit monument de door hem gestichte stad, het nieuwe Rome, te sieren.)
Naar de Scala Santa:
F. CONSTANTIUS AUG.
CONSTANTINI AUG. F.
OBELISCUM A PATRE
LOCUM SUO MOTUM
DIVQ. ALEXANDRIAE
IACENTEM
TRECENTORUM REMIGUM
IMPOSITUM NAVI
MIRANDAE VASTITATIS
PER MARE TIBERIMQ.
MAGNIS MOLIBUS
ROMAM CONVECTUM
IN CIRCO MAX.
PONENDUM
S.P.Q.R.D.D.
(Flavius Constantius Augustus, zoon van Constantijn Augustus, schonk aan de senaat en het Romeinse volk de obelisk, die door zijn vader van zijn plaats was verwijderd en sinds lang in Alexandrië lag; nadat hij was geplaatst op een schip van uitzonderlijke grootte dat door driehonderd roeiers over zee tot aan de Tiber werd gebracht, liet hij die met ontzaglijke moeite oprichten op het Circus Maximus.)
Naar de Basilica di San Giovanni in Laterano:
CONSTANTINUS
PER CRUCEM
VICTOR
A S. SYLVESTRO HIC
BAPTIZATUS
CRUCIS GLORIAM
PROPAGAVIT
(Constantijn, die dankzij het kruis overwinnaar was geworden en op deze plaats door de heilige Sylvester werd gedoopt, verspreidde de roem van het kruis.)
Naar de Basilica di Santa Maria Maggiore:
SIXTUS V PONT. MAX.
OBELISCUM HUNC
SPECIE EXIMIA
TEMPORUM CALAMITATE
FRACTUM CIRCI MAX.
RUINIS HUMO LIMOQ.
ALTE DEMERSUM MULTA
IMPENSA EXTRAXIT
HUNC IN LOCUM MAGNO
LABORE TRANSTULIT
FORMAEQ. PRISTINAE
ACCURATE RESTITUTUM
CRUCI INVICTISSIMAE
DICAVIT
A. M.D.LXXXVIII, PONT. III
(Paus Sixtus V liet deze obelisk van uitzonderlijke schoonheid, die door de tand des tijds in stukken gebroken in het puin van het Circus Maximus lag, bedolven onder een metersdikke laag slijk en aarde, opdelven en met grote moeite naar deze plek overbrengen, om hem, na nauwkeurig in zijn vroegere vorm te zijn hersteld, op te dragen aan het onoverwinnelijke kruis, in het jaar 1588, het derde van zijn pontificaat.)
Op de plint, gericht naar de Scala Santa:
EQUES DOMINICUS FONTANA
ARCHITECT. EREXIT
(Ridder Domenico Fontana, architect, richtte [de obelisk] op.)
Op dezelfde zijde van de plint, meer naar rechts en nauwelijks te lezen:
CAR BEN RESTAURO 1978
(Met liefde nauwkeurig gerestaureerd in 1978.)
Alvorens met de beschrijving verder te gaan geven we hier de nauwkeurige afmetingen, onderdeel per onderdeel, zoals we die in het rapport van de archeologische opmetingen hebben kunnen terugvinden:
Hoogte van het voetstuk: 8,49 m;
Hoogte van de schacht: 29,04 m;
Hoogte van het pyramidion: 3,12 m;
Volledige hoogte van de schacht: 32,16 m;
Hoogte van het pinakel, met leeuwen, trimonzio, ster en kruis: 5,02 m;
Totale hoogte: 8,49 + 29,04 + 3,12 + 5,02 = 45,67 m;
Gewicht: geschat op 455 ton.
In tegenstelling tot de obelisk op het Vaticaan ontbreekt hier de ‘zona d’ombra’, omdat de bronzen astragalen, àls die er al geweest waren, samen met de oorspronkelijke vlamvormige vergulde bronzen spits waren verdwenen. De schacht rust met de gehele basis op het onderstel.
Ook het bovenstel verschilt van dit van de Vaticaanse obelisk. De bronzen leeuwen met opgeheven rechterpoot staan hier niet op het onderstel, maar boven op het pyramidion; ze dragen als het ware het trimonzio, de ster en het kruis; op het kruis na zijn dit de heraldische symbolen van Sixtus V.
Tussen 1603 en 1607 werd op kosten van de Lateraanse kanunniken aan de noordelijke zijde van de obelisk een fontein opgericht, waaraan drie pausen later hun heraldische emblemen hebben toegevoegd: Clemens VIII (1592-1605), Leo XI (1605) en Paulus V (1605-1621).
De obelisk werd in 1993 zwaar beschadigd door een bomaanslag van de maffia, maar is deskundig gerestaureerd.
De tekst van deze Nieuwsbrief is gebaseerd op een veel grondigere studie van clublid Frans Veevaete.

