De Vaticaanse obelisk: middeleeuwen en renaissance

obelisk fresco bijgesneden

Donderdag 25 mei 2023 —

Reeks Sixtijnse obelisken – Aflevering 4

Clublid Frans Veevaete verzorgt een reeks over de obelisken die paus Sixtus V (1585-1590) heeft laten heroprichten. Dit is de vierde aflevering.

De Vaticaanse obelisk is de enige van Rome die nooit uit het zicht is verdwenen. Terwijl het circus en zijn spina reeds lang waren bedolven en uit de herinnering verdwenen, bleef de monoliet zijn oorspronkelijke plaats behouden, maar nu op een duistere, halfovergroeide plek aan de zuidelijke zijde van de oude basiliek, nabij een ronde graftombe uit de tijd van Caracalla (211-217) die men later de Rotonda di Sant’Andrea noemde. De bevolking bracht hem door een foutieve vertaling van de inscriptie in verband met het graf van Julius Caesar, van wie men dacht dat de as zich in de bronzen bol bovenaan het piramidion bevond.

Van alle obelisken uit de Oudheid had de Vaticaanse het beste lot gekend: ten tijde van Sixtus V stond hij nog intact overeind; alleen de bronzen bekleding onderaan de schacht was er in 1527 door plunderaars af gehaald; op de top stond nog de oorspronkelijke bol in verguld brons, die wel was doorboord door kogelgaten toen de soldaten van Karel V die hadden gebruikt als schietschijf.

Het idee om de obelisk te verplaatsen naar een plein dat moest aangelegd worden voor de nieuwe basiliek, was reeds door vele pausen uit de renaissance gekoesterd, doch het werd telkens uitgesteld omdat de verwezenlijking ervan te moeilijk leek. Uiteindelijk was het Sixtus V (1585-1590) die er definitief werk zou van maken.

In augustus van het jaar 1585, enkele maanden na zijn verkiezing, stelde Sixtus V een congregatie samen die moest nagaan hoe en naar welke plaats de obelisk zou moeten getransporteerd worden, en die de geschikte vakman moest vinden die de hele onderneming tot een goed einde zou kunnen brengen. Hij liet een soort prijsvraag uitschrijven die voor iedereen openstond en waar zich wel 500 kandidaten voor inschreven; na een eerste selectie bleven hiervan slechts zes kandidaten over. Hieronder vallen de namen op van, behalve Domenico Fontana, G. della Porta, G. del Duca, G. Fontana en B. Ammannati. Nagenoeg alle kandidaten wilden de obelisk staande verplaatsen; alleen Domenico Fontana was ervoor gewonnen de schacht van het onderstel te halen en die in horizontale positie te verslepen.

Hoewel de commissie de voorkeur gaf aan Ammannati die volgens haar de meeste ervaring op dit vlak bezat, trok Sixtus V zich van het advies van de commissie geen moer aan en liet hij zijn voorkeur vallen op Domenico Fontana, die reeds veelvuldig voor hem had gewerkt in de tijd dat de paus nog kardinaal Montalto was. Terwijl Fontana de keuze van de nieuwe standplaats ongemoeid liet, zette hij zich met verbetenheid aan het werk, hierbij geholpen door zijn neef, Carlo Maderno. Er waren zes maanden van koortsachtige voorbereidingen nodig en op 28 april van het jaar 1586 waren die klaar.

image2

Alvorens de obelisk in te pakken, liet hij eerst de vergulde bronzen globe van het piramidion nemen, die later door de paus aan de Capitolijnse Musea zou geschonken worden. Die bleek uit één stuk gegoten te zijn, zodat meteen een einde werd gesteld aan de legende dat de as van Julius Caesar erin bewaard werd. De hele onderneming zou met inbegrip van de voorbereiding twaalf maanden duren tot in september 1586 en zou de Reverenda Camera Apostolica 37.975 scudi kosten. Er waren 900 arbeiders bij betrokken, 140 paarden en 44 windassen.

De obelisk werd eerst in een houten omhulsel gestoken, waarna hij met windassen van zijn voetstuk werd geheven om er dan een soort slede of vlot onder te plaatsen van waarop hij gemakkelijker zou kunnen worden gekanteld op een groter vlot. Daarna dienden de astragalen (voetjes) waarop hij steunde van het onderstel te worden verwijderd. Twee ervan bleken er gewoon los op te staan en konden zo verwijderd worden; de andere twee waren in het blok graniet vastgemaakt, zodat men het graniet over een lengte van circa 5 cm diende af te schuren om ze los te krijgen. Het onderstel, bestaande uit twee granieten blokken en een sokkel in marmer, diende dan uit elkaar genomen te worden en verplaatst naar de nieuwe standplaats op het plein, waar alles weer werd samengesteld op een platform uit travertijn, bestaande uit drie treden; ook de vier astragalen werden opnieuw op hun plaats gebracht en op deze vier bronzen voetjes zou de obelisk opnieuw steunen. Op de oorspronkelijke plaats liet Fontana een gedenksteen leggen, die later werd verplaatst naar de Piazza dei Protomartiri Romani achter de Arco delle Campane, omdat de plaats waar eens de obelisk stond nu was ingenomen door de nieuwe sacristie van de basiliek.

Omdat er een niveauverschil bestond tussen de oorspronkelijke standplaats en de nieuwe op het plein moest men een aarden dam van ongeveer 300 m bouwen om het vlot met de obelisk erop te kunnen verslepen. Op 10 september 1586 was het grote ogenblik aangebroken om de monoliet weer op zijn oorspronkelijke voetstuk rechtop te krijgen. Fontana had hiertoe een bouwsteiger in hout laten bouwen, voorzien van takels en touwen om dit gevaarlijke werk voor elkaar te krijgen; elke vergissing kon nu fataal zijn, zowel voor de arbeiders als voor de obelisk die dan op de grond zou storten en in stukken breken. Dat wilde men niet gedroomd hebben, want het was de enige obelisk in Rome die nog intact was. De steiger moet een hoogte van wel 50 m hebben gehad, omdat de obelisk met voetstuk en al reeds meer dan 40 m hoog zou zijn.

Alles moest in de grootste stilte gebeuren opdat de takelaars de signalen en bevelen van Fontana zouden kunnen horen; wie toch durfde te spreken stond de doodstraf te wachten. En nu wordt de historische werkelijkheid waarschijnlijk met een legende doorweven: de touwen zouden op het punt hebben gestaan het te begeven, waarop een matroos uit San Remo, Bresca genaamd, die een grote ervaring bezat met het touwwerk op zeilschepen, schreeuwde om de touwen nat te maken opdat ze opnieuw spankracht zouden krijgen. De operatie slaagde en in plaats van de doodstraf kreeg Bresca een rijkelijke beloning. De plechtige inwijding van de obelisk, die gepaard ging met de plaatsing van het vergulde bronzen kruis bovenop de top, vond plaats op 26 september.

image3

Alvorens een beschrijving te geven van het nieuw opgerichte monument is het nodig even te blijven stilstaan bij de juiste afmetingen ervan. De totale hoogte, gemeten vanaf het platvorm in travertijn, bedraagt 40,1 m, waarvan 3,71 m voor het onderste onderstel; 25,71 m voor de schacht tot en met het piramidion; en 4,02 m voor het trimonzio met ster en kruis. Het gewicht van de schacht bedraagt circa 330 ton, het onderstel weegt 175 ton. De schacht wordt volledig gedragen door de vier bronzen astragalen, die dus elk een druk van 83.000 kg te torsen hebben.

De vier Sixtijnse obelisken worden allemaal bovenaan bekroond door drie heuveltjes, het zogenaamde trimonzio, met daar bovenop een ster en nog eens een kruis. Ook een leeuw komt voor, hier op de vier hoeken van de basis van de obelisk waar ze de astragalen verborgen houden; bij andere exemplaren staan ze ook bovenaan. Het gaat om heraldische symbolen in het wapenschild van Sixtus V. De drie heuveltjes of het trimonzio zijn een rechtstreekse verwijzing naar de streek van zijn voorvaderen, Montalto, zoals ook zijn kardinaalsnaam luidde. De klimmende leeuw is afkomstig van het wapenschild van Sixtus V.

De obelisk staat niet exact georiënteerd volgens de vier kardinale punten van de windroos, maar wijkt er 9,5° van af. De oostwestelijke as maakt een hoek van 8° met de as van de basiliek. Men heeft er later wel voor gezorgd dat de top van het kruis op de koepel van de basiliek, die van Christus’ kruis op de voorgevel ervan én de top van het kruis op de obelisk op één rechte lijn liggen.

Op de obelisk bevinden zich geen hiëroglyfen. De enige inscriptie uit de Oudheid is de dedicatie aan Augustus en Tiberius onderaan, op de oostelijke en westelijke zijde, even boven het latere ornament in brons met de arenden en de guirlandes. De tekst is moeilijk leesbaar, blijkbaar omdat er pogingen zijn uitgevoerd om hem af te schuren. Hij luidt:

DIVO CAESARI DIVI IULII F. AUGUSTO

TI. CAESARI DIVI AUGUSTI F. AUGUSTO

SACRUM

Vertaling: Aan de vergoddelijkte Caesar Augustus, zoon van de vergoddelijkte Iulius, en aan Tiberius Caesar Augustus, zoon van de vergoddelijkte Augustus (is dit monument) toegewijd.

Alle overige inscripties dateren van 1586 en later.

Op de schacht bovenaan, onder het piramidion en op de zijde die naar het westen is gericht, dus naar de basiliek, staat:

SANCTISSIMAE CRUCI

SIXTUS V. PONT. MAX.

CONSECRAVIT

E PRIORE SEDE AVULSUM

ET CAES. AUG. AC TIB.

I.L. ABLATUM M.D.LXXXVI

Vertaling: Wat opgedragen was aan keizer Augustus en keizer Tiberius liet paus Sixtus V in 1586 van zijn oorspronkelijke plaats met ontzettend veel moeite verwijderen en wijdde hij toe aan het allerheiligste Kruis.

Op de bovenste granieten blok van het onderstel staat aan elke zijde een inscriptie.

Gericht naar het westen, de basiliek:

CHRISTUS VINCIT

CHRISTUS REGNAT

CHRISTUS IMPERAT

CHRISTUS

AB OMNE MALO

PLEBEM

SUAM DEFENDAT

Vertaling: Christus overwint, Christus bestuurt, Christus heerst, Christus verdedigt Zijn volk tegen alle onheil.

Gericht naar het noorden:

SIXTUS V. PONT. MAX.

OBELISCUM VATICANUM

DIS GENTIUM

IMPIO CULTU DICATUM

AD APOSTOLORUM LIMINA

OPEROSO LABORE

TRANSTULLIT

AN. M.D.LXXXVI. PONT. II

Vertaling: Paus Sixtus V liet in het jaar 1586, het tweede van zijn pontificaat, de Vaticaanse obelisk, opgericht in goddeloze verering voor de goden der heidenen, met zware inspanningen overbrengen naar de verblijfplaats der apostelen.

image4

Gericht naar het oosten:

ECCE CRUX DOMINI

FUGITE PARTES

ADVERSAE

VICIT LEO

DE TRIBU IUDA

Vertaling: Zie het kruis van de Heer, ontvlucht vijandige contreien, de leeuw uit de stam van Juda heeft overwonnen.

Gericht naar het noorden:

SIXTUS V. PONT. MAX.

CRUCI INVICTAE

OBELISCUM VATICANUM

AB IMPURA SUPERSTITIONE

EXPIATUM IUSTIUS

ED FELICIUS CONSECRAVIT

AN. M.D. LXXXVI. PONT. II

Vertaling: In het jaar 1586, het tweede van zijn pontificaat, heeft paus Sixtus V de Vaticaanse obelisk, na die te hebben gezuiverd van het onreine bijgeloof, op een gelukkigere en juistere manier opgedragen aan het onoverwinnelijke kruis.

Op het onderste granieten blok van het onderstel staat langs de noordelijke zijde:

DOMINICUS FONTANA EX PAGO MILI

AGRI NOVOCOMENSIS TANSTULIT

ET EREXIT

Vertaling: Domenico Fontana uit het land van Melide in de streek van Como heeft [deze obelisk] verplaatst en opgericht.

Over de latere geschiedenis van de obelisk valt niet veel meer te vertellen. Tijdens het pontificaat van Innocentius XIII (1721-1724) werd nog op de onderzijde van de schacht aan de vier zijden een arend in verguld brons geplaatst, gezeten in het midden van een guirlande. Op die manier wordt de versmalling wat verdoezeld, doch tegelijk ook de onderkant van de Latijnse inscriptie uit de Oudheid, op de plaats waar die het meest is uitgewist. Van veel oordeelkundigheid getuigt deze versiering dus niet, of toch niet de plaats die men ervoor heeft uitgekozen. We bevonden ons echter nog in een periode waarin de eerbied voor het oudheidkundige erfgoed ver te zoeken was; de eeuwige haat tegen alles wat niet-christelijk was, nam nog steeds de bovenhand.

De tekst van deze Nieuwsbrief is gebaseerd is op een veel grondigere studie van clublid Frans Veevaete.