18 januari 2024 —
Het voordeel van een S.P.Q.R.-boekenbeurs over Italië is dat je op pareltjes van boeken van andere clubleden valt. Voor een prikje – niet meer dan 1 euro – wisselde dit boek van eigenaar op 30 september 2023 in Leuven.
De Poorten van Rome (oorspronkelijke titel: The Gates of Rome, 2003) is het eerste boek in de vierdelige serie over de grootste Romein aller tijden, tenminste volgens de Engelse schrijver Conn Iggulden. De serie behoort tot de historische fictie en vertelt het levensverhaal van Julius Caesar; in dit deel komen zijn jeugdjaren tot de leeftijd van 18 jaar aan bod. En ik onderlijn het nogmaals: historische fictie is geen geschiedschrijving. Dat illustreren enkele voorbeelden uit dit boek:
Gaius wordt opgevoerd als een enig kind, hoewel geweten is dat hij twee zussen had.
Zijn jeugdvriend Marcus wordt opgevoerd als een leeftijdsgenoot maar is in feite zeker 15 jaar jonger, een generatie verschil in Romeinse tijden.
Marius was een oom langs vaderszijde en niet langs moederszijde.
De burgeroorlog tussen Marius en Sulla wordt nogal geweld aangedaan en gesimplificeerd.
Het eerste boek introduceert dus twee jonge Romeinen: Gaius (Gaius Julius Caesar), zoon van een senator en stammend uit een adellijke familie, en zijn vriend Marcus (Marcus Junius Brutus), de zoon van een hooggeplaatste courtisane Servilia Caepionis.

Er zijn maar weinig historische gegevens over de vroege jaren van Julius Caesar beschikbaar. Hij werd op 12 of 13 juli van het jaar 100 v.C. geboren in de volkse wijk Subura van Rome, niet echt een aantrekkelijke buurt voor iemand uit een patricische familie. Zijn vader had het tot praetor geschopt en in de familie treffen we zelfs enkele consuls aan, onder andere Gaius Marius.
Sommige van zijn vaardigheden kunnen worden afgeleid uit wat hij later bereikte en waarover wel geschiedschrijving bestaat. Zo heeft hij op 52-jarige leeftijd in Egypte zijn leven kunnen redden doordat hij kon zwemmen – een vaardigheid die lang niet alle Romeinen onder de knie hadden. De biograaf Suetonius vermeldt dat hij zeer behendig was met het zwaard, dat hij een gedreven paardenliefhebber was, dat hij een geweldig uithoudingsvermogen had, liever marcheerde dan reed en onder alle weersomstandigheden blootshoofds ging.
De figuur Renius is verzonnen, maar het was gebruikelijk dat voor de opleiding van jongeren uit de Romeinse adel de diensten van specialisten op verschillende gebieden werden ingehuurd, zowel vrije mensen als slaven. Zo weten we dat een leraar uit Alexandrië Caesar retorica leerde, en Cicero geeft, zij het met enige moeite, toe dat Caesar een vlot spreker was die mensen kon raken wanneer dat nodig was. We weten ook dat Julius als vijftienjarige zijn vader verloor, en dat hij het jaar nadien zijn eerste huwelijk sloot met Cornelia, een dochter van Cinna.
Het verhaal dat generaal Marius de hoede over Gaius overnam na de dood van zijn vader, blijkt wel te kloppen. Marius is tot zevenmaal consul geweest, en blijkbaar lapte deze figuur zowat alle regels en wetten aan zijn laars. Vóór zijn tijd moesten alle Romeinse burgers legerdienst verrichten, maar Marius schafte die wet af en vormde de legioenen om tot een beroepsleger waarbij de beroepssoldaten tekenden voor een carrière van 25 jaar om daarna met pensioen te gaan. Als pensioen ontvingen ze dan een stuk land en een bedrag aan geld dat voor een groot deel op hun soldij was ingehouden. Maar vergeet niet dat je in die tijd al een verdomd goede legionair moest zijn om nog de pensioenleeftijd te bereiken.

De burgeroorlog tussen Marius en Sulla vormt het belangrijkste deel van dit boek, en schetst hoe de hartsgrondige haat tussen deze twee consuls groeide. Met de burgeroorlog neemt de auteur het niet te nauw en daar maakt hij historische bochten. In 82 v.C. staat Sulla in Rome, eist hij de titel van dictator op en komt hij zo in contact met Julius Caesar die als een volgeling van Marius werd aangezien. Hoewel Caesar halsstarrig weigerde van Cornelia te scheiden, liet Sulla hem niet doden en vertrok Caesar in ballingschap.
De periode van de dictatuur van Sulla was een wrede tijd, nog veel erger dan de staat van beleg in een modern land. Het was ook een voorteken dat de republiek zich nooit zou herstellen tegenover ambitieuze mannen. De geschiedschrijving van Plutarchus en Suetonius is verbijsterend om te lezen en bij het lezen ervan rijst de vraag hoe Julius Caesar het voor elkaar kreeg om zo hoog op te klimmen in het Romeinse establishment ondanks het feit dat hij tijdens de burgeroorlog aan de verliezende kant had gestaan.
Met dank aan clublid Leo De Brabandere voor deze bijdrage.

