Het Cimitero acattolico al Testaccio

1roma acattolico di roma cemetery01 (2025 11 21 13 43 38 utc)

9 november 2023 —

Als we in Rome waren, maakten we van die gelegenheid meestal gebruik om het Cimitero acattolico nog eens te bezoeken; we combineerden dat met onze wandeling over de Aventijn, waar Santa Sabina een obligate halte bood. Van de zuidelijke helling van de Aventijn daalden we af naar de Via Marmorata tot aan de Porta Ostiense (San Paolo) en de Piramide van Caius Cestius, om dan langs de Via Caio Cestio het Cimitero acattolico binnen te gaan.

Deze begraafplaats straalt een diepgaande rust uit; er heerst een opmerkelijke stilte te midden van een lawaaierige grootstad. De grafmonumenten getuigen er van een zeldzame ingetogenheid en de opschriften erop zijn veelal diepzinnige bespiegelingen over het aardse leven en datgene wat ons daarna te wachten staat. Na elke wandeling doorheen het kerkhof verlieten we het met een nooit eerder ervaren gevoel van stille berusting in het levenseinde.

Ofschoon het om een kleine begraafplaats gaat in vergelijking met bv. Père Lachaise in Parijs, het Schoonselhof in Hoboken-Antwerpen en de Campo Santo in Sint-Amandsberg-Gent, was de indruk die het Cimitero acattolico op ons naliet toch veel diepgaander en ontroerender.2 tombe di keats & severn foto giovanni dall'orto, 31 march 2008 (2025 11 21 13 43 38 utc)

In vorige eeuwen was de almacht van de paus en van de Kerk in het algemeen verreikend, en het hoeft dus ook niet te verwonderen dat het destijds verboden was niet-katholieken nog langer in gewijde grond te begraven. De term niet-katholiek was veelomvattend want ook de protestanten, de joden en de orthodoxen werden daarbij gerekend, naast acteurs, artiesten, prostituées en personen die zelfmoord hadden gepleegd. Hun lijken moesten worden begraven buiten de stadsmuren; en dat was bijvoorbeeld het gebied buiten de Porta del Popolo, de zone van Il Muro Torto, waar nu de Via del Muro Torto loopt.

In de 18de en 19de eeuw werd het gebied van het huidige Cimitero acattolico nog ‘i prati del popolo’ genoemd, waarop vee graasde. De Kerk begon toen in te zien dat men niet-katholieken, die toch voorname mensen konden zijn van een onberispelijk gedrag, de schande niet mocht aandoen hen te begraven naast prostituées en schurken, zodat het gebied rond de Piramide van Cestius geleidelijk in gebruik kwam als begraafplaats. Aanvankelijk waren het vooral Engelsen die er werden begraven, zoals een zekere William Arthur, volgeling van de verbannen koning James Stuart, maar ook William Ellis, de schatbewaarder van de toenmalige Britse vorst.

Ondanks de stilzwijgende instemming van de paus had het kerkhof nog steeds geen officiële erkenning, tot de regering in het begin van de 19de eeuw een toezichter aanstelde om deze zone met een inhumatiefunctie te controleren. In 1803 werd er één van de zonen van Wilhelm von Humboldt, Pruisisch minister bij de Heilige Stoel, begraven; de minister had er zelfs een heel terrein gereserveerd om hem en zijn familie daar bij te zetten. In 1824 werd het verboden nog te begraven in het oorspronkelijke gedeelte, dus de zone die aan de piramide grenst, en ging men meer en meer zuidwaarts daarvan de gronden gebruiken als begrafenisgebied; dit werd ook omringd door een muur.

3 angel of grief (2025 11 21 13 43 38 utc)

Er liggen meer dan 4.000 doden begraven op het Cimitero; alleen al de voornaamsten vormen een lijst van meer dan 100; hierna volgt een kleine selectie daaruit.

De bekendsten zijn John Keats en Percy Bysshe Shelley, de twee Engelse dichters die in het huis naast de Spaanse Trappen hebben verbleven. Keats stierf aan tuberculose op 23 februari 1821. Op de grafsteen komt zijn naam niet voor, maar die wordt wel vermeld op een marmeren gedenksteen die zijn vriend Joseph Severn wat verderop liet plaatsen. Ook Shelley was een Britse poëet; hij stierf door verdrinking voor de kust van Viareggio in Toscane en werd daar op het strand gecremeerd in het bijzin van Lord Byron. Beiden zouden een verhouding hebben gehad en velen denken dat het volgende gedicht, waarvan hier de eerste strofe, daaraan is gewijd:

So, we’ll go no more a roving,
So late into the night.
Though the heart be still as loving
And the moon be still as bright.

De bekende Duitse dichter Goethe heeft hier zijn zoon August laten begraven, de enige overlevende van zijn vijf kinderen. August is gestorven in Rome aan pokken in 1830, 41 jaar oud. Zijn grafsteen draagt een medaillon met zijn beeltenis, vervaardigd door Thorvaldsen.

Verder is er het aangrijpende beeld van The Angel of Grief van de Amerikaanse dichter en beeldhouwer William Wetmore Story (1813 – 1895), een man die talloze neoklassieke beelden maakte. Dit ontroerende beeld vervaardigde hij voor het graf van zijn overleden vrouw; kort nadien stierf hij ook zelf. Het is een engel die in diepe rouw gebogen zit, met het hoofd in een kussen gedrukt. Het is een schitterende weergave van de diepe droefheid die iemand kan treffen bij het afsterven van een geliefde.

4cimitero acattolico in rome, italy ... 07 (2025 11 21 13 43 38 utc)

Het monument voor Axel Munthe is een cenotaaf. Deze Zweedse neuropsychiater van Vlaamse afkomst bouwde op Capri de Villa San Michele en zijn as werd boven de zee uitgestrooid. Hij schreef onder meer “The Story of San Michele”, waarin hij het zowel over zijn neurologische opleiding in Parijs bij Charcot heeft als over de constructie van zijn villa op Capri.

Katholieken kunnen er enkel worden begraven indien zij partner, echtgenoot of kind waren van een persoon die er reeds is begraven. De laatste bekende persoonlijkheid die er werd begraven is Giorgio Napolitano, president van de Italiaanse republiek van 2006 tot 2015. Als communist en atheïst was het zijn wens om te worden begraven op het Cimitero acattolico. Hij werd er bijgezet op 26 september 2023.

Met dank aan clublid Frans Veevaete voor de aangeleverde tekst