Nieuwe commandant voor Zwitserse Wacht

Lichte, scherpe silhouet van de Lupa Capitolina, gebruikt als vervangfoto

De paus benoemde zopas de 36-jarige Daniel Anrig tot nieuwe commandant van de Zwitserse garde. Hij volgt op 1 december 2008 Eimar Theodor Mader op. Anrig was van 1992 tot 1994 lid van het korps. Later huwde hij met een theologe en studeerde recht en kerkelijk recht aan de universiteit van Freiburg. De voorbije jaren was hij politiecommandant in het Zwitserse kanton Glarus. Anrig is ervan overtuigd dat die ervaring hem nu goed van pas komt. Anrig houdt zich wel nog op de vlakte in verband met de spanningen tussen de pauselijke garde de Italiaanse politie over de bevoegdheden van de respectieve korpsen, al verklaart hij wel dat de veiligheid slechts te garanderen is door samenwerking.

De Zwitserse Wacht, die ook wel eens foutief het kleinste leger ter wereld wordt genoemd, wordt voor het eerst genoemd in een document uit 1505 waarin paus Julius II tweehonderd Zwitserse hellebaardiers vraagt om de pauselijke staat te dienen. Het korps, dat al snel uitgroeide tot de persoonlijke lijfwacht van de paus, werd in 1506 officieel opgericht. De Zwitserse Wacht is ondertussen al eeuwen lang verantwoordelijk voor de persoonlijke veiligheid van de paus. Paus Julius II achtte destijds gewone huurlingen niet betrouwbaar genoeg en wierf daarom in 1505 Zwitserse soldaten aan. Die hadden immers een goede reputatie.

Vandaag is er nog steeds een verdrag afgesloten met vier katholieke en Italiaanstalige Zwitserse kantons die het Vaticaan voor een duur van maximaal 5 jaar maximum 200 soldaten leveren. In principe gaat het om contracten van 2 jaar, maar die zijn verlengbaar. Alleen katholieke en welopgevoede Zwitsers komen in aanmerking, allemaal vrijgezellen tussen 19 en 30 jaar oud en minimaal 1,75 m groot. De wachters mogen geen baard dragen. Officieren daarentegen moeten juist wel gehuwd zijn. De gewone soldaten moeten een strikt celibatair leven leiden. Want ergens anders overnachten dan in de slaapzalen in het Vaticaan is ten strengste verboden. De gardisten die aan de voorwaarden voldoen, krijgen een loon van amper 1.000 euro. Hun motto is: “Acriter et fideliter” (dapper en trouw). Het Italiaans van de wachters is gebrekkig en hun accent uiteenlopend, wat verraadt dat het Zwitserse korps ook de verschillende talengroepen vertegenwoordigt.

Het eerste Zwitserse keurkorps van 150 man arriveerde op 22 januari 1506 in Rome. Hun functie is inmiddels uitgebreid tot ceremoniële diensten en toezicht. Ze regelen ook het verkeer en fungeren als officiële wachtposten bij de toegangen. Zij groeten plichtmatig. Voor kardinalen is er een speciale groet, de zogenaamde ‘Schultern’, waarbij de hellebaard omhoog wordt gegooid en weer opgevangen. Als de paus op reis gaat wordt hij begeleid door Zwitserse wachters in burger. Ze worden zoals gezegd niet overdreven betaald, maar bij hun terugkeer in Zwitserland vinden ze vanwege hun uitstekende reputatie onmiddellijk een interessante en vaak goed betaalde job. Hun Italiaans is gebrekkig en hun accent uiteenlopend, wat verraadt dat het Zwitserse korps ook de verschillende talengroepen vertegenwoordigt.

Bij de plundering van Rome (de Sacco di Roma) door keizer Karel V op 6 mei 1527, sneuvelden maar liefst 147 van de 150 wachters, die de vlucht van paus Clemens VII hadden gedekt. De geslaagde reddingsactie draaide uit op een ware zelfmoordmissie. Met hun rug tegen de muren van het Vaticaan vonden ze de dood. Voor de kazerne van de garde staat nog steeds een monument dat daaraan herinnert. Nieuwe wachters leggen daarom ook op 6 mei in de ochtend hun eed van trouw af. Zij leggen hun linkerhand op de vlag en heffen de rechterhand met drie gestrekte vingers (het teken van de Drievuldigheid). Momenteel telt het korps zo’n 110 leden. De beruchte hellebaard is 2 m lang en weegt 6 kg. De folkloristische uniformen met rood, geel en blauw (kleuren van de Medici-familie) zouden ontworpen zijn door Michelangelo maar dat is een fabeltje. Tussen de plooien van hun ouderwetse uniform dragen de gardisten wel een automatisch pistool, een instrument met meer effectieve stopkracht dan een middeleeuwse hellebaard. De wachters beschikken ook over een hypermoderne handcomputer, een geschenk van Motorola. De kleine draagbare computers zijn draadloos verbonden met de hoofdserver, waar ondermeer wordt gecontroleerd of de nummerplaten van de auto’s die het Vaticaan binnenrijden officieel geregistreerd zijn. De Zwitserse garde heeft een eigen vlag en een eigen parochiekerk binnen Vaticaanstad, gewijd aan Sint-Maarten.

In april 2003 haalde het korps het wereldnieuws toen voor de eerste keer sinds de oprichting een niet-blanke tot de Zwitserse garde toetrad. Deze primeur was bestemd voor de in India geboren Dhani Bachmann, die als kind door Zwitserse ouders werd geadopteerd en in Zwitserland opgroeide. Sinds 1999 moeten kandidaten een psychologische test ondergaan. De aanleiding daarvoor was het bloedbad dat de 23-jarige vice-korporaal Cédric Tornay een jaar eerder had aangericht. Hij schoot zijn pasbenoemde commandant Aloïs Estermann, diens vrouw en zichzelf dood. Tornay zou tot zijn daad zijn gekomen, omdat Estermann hem voor een onderscheiding en een promotie zou hebben gepasseerd. De traditionele eedaflegging werd toen twee dagen uitgesteld.

Het officiële verslag van het Vaticaan meldde dat Tornay de twee anderen had doodgeschoten met zijn dienstwapen in een “vlaag van waanzin”. Daarna pleegde hij zelfmoord. Maar later kwam aan het licht dat beide gardisten een relatie met elkaar hadden, tot Tornay zijn overste op een dag met een andere man betrapte. Toen Tornay na tal van pesterijen besloot om de Zwitserse Wacht te verlaten, weigerde Estermann hem de medaille uit te reiken waar hij recht op had. Toen sloegen bij Tornay de stoppen helemaal door. Estermann, die de paus lijfelijk had beschermd bij de aanslag van 1981, kreeg een praalbegrafenis in de Sint-Pietersbasiliek. Tornay kreeg een sobere dienst in een kerkje aan de rand van de stad.

De Zwitserse wacht is niet in staat de paus te beschermen, stelde de Britse journalist John Follain een paar jaar geleden in zijn boek ‘Stad vol Geheimen’. Follain geeft niet alleen zijn theorie over de mysterieuze moordpartij in het Vaticaan, maar stelt ook dat de veiligheid er zo lek is als een zeef. “De Zwitsers zijn niet getraind om met terroristen om te gaan”, schrijft Follain. En in het Apostolisch Paleis, waar de paus en zijn medewerkers werken en leven, worden vuurwapens op een andere verdieping, en achter slot en grendel, bewaard. Niet erg handig als de paus in levensgevaar is…

Of de Zwitserse Wacht machtig is? Toen ze de paus het leven redden, bij de plundering van Rome, was hun rol van levensbelang. Verhalen over machtsspelletjes zijn daarnaast bijna zo oud als het Vaticaan. Een moord, zoals die op Estermann, zijn vrouw en, wie weet volgens sommige complottheorieën, op Tornay, voedde de geruchtenmolen. Enkele ‘afvallige’ geestelijken beweerden in 1999 zelfs dat Estermann een vlieg werd in het verraderlijke web van Opus Dei-leden en vrijmetselaars in het Vaticaan. Ook de moord op bankier Roberto Calvi in 1982 – vermoedelijk door de maffia – bleef het Vaticaan achtervolgen. Calvi, die wegens zijn uitstekende banden met het Vaticaan de “bankier van God’ werd genoemd, eindigde onder een brug in Londen, opgehangen met een koord rond zijn nek. In het derde deel van The Godfather van Francis Ford Coppola, die zich gedeeltelijk in het Vaticaan afspeelt, wordt die scène getoond.

www.schweizergarde.org

www.vatican.va/roman_curia/swiss_guard/index.htm

Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 23 augustus 2008. Bekijk het origineel.