5 oktober 2023 —
Vertaalfeuilleton – Episode 8 – ‘Triomfbogen’
hier foto 1
Allereerst: het ware gepast een échte triomfboog op te richten voor iemand met een Romeins palmares als Eric Claes. Laat deze tekst een te bescheiden eerbetoon zijn aan een erudiete en genereuze gesprekspartner, die ik dankbaar ben voor zijn patronage van deze reeks. (De eerdere afleveringen vindt u hier.)
Ten tweede: ik heb Poggio in de afgelopen maanden schromelijk verwaarloosd. In juli nam ik wel vanuit Firenze trein en bus naar het plaatsje Terranuova. Daar werd Poggio in 1380 geboren, zodat het in de 19de eeuw herdoopt werd tot ‘Terranuova Bracciolini’. Sinds 1959 wordt de humanist er ook geëerd met een eerder duister standbeeld. Het is duidelijk gebaseerd op dat van ‘Giosuè’ in de Duomo van Firenze, waarvan het hoofd een portret zou zijn van Poggio. De Poggio uit 1959 kijkt nog een stuk zorgelijker, met diepgegroefde rimpels. De geschiedenis van beide standbeelden zou hier te ver leiden; ik kom er graag ooit op terug.
Vorig keer schreef ik immers: ‘Wellicht wordt de volgende episode strakker historisch, al zal het ook van Poggio afhangen.’ Strakker historisch wordt het zeker, en over minstens drie bogen valt weinig te discussiëren. Alleen: Poggio behandelt er acht, dus die vijf andere beloven weer een dolle rit. Andiamo!
Vertaling
V. Hoeveel triomfbogen zijn er precies geweest? Voor zover ik weet is dat aantal in de nevelen der tijd gehuld. Maar als we denken aan de veelheid aan keizers, en anderen voor wiens glorie ze opgericht werden, dan zou ik op een zeer hoog getal durven te mikken.
Staan nog recht, bijna ongeschonden, mét hun opschriften: die van Septimius Severus, van T. Vespasianus, en die van Constantijn. Een deel van die van Nerva Trajanus – een fraai bouwwerk – bevindt zich naast het Comitium; volgens de letters die daarop gegraveerd staan, was het een boog van Trajanus.
Aan de Via Flaminia zijn er nog twee; de ene heeft een grondig vernield opschrift, de andere een beschadigd. De eerste, in de buurt van de Lorenzo in Lucina, met nogal wat marmeren beeldhouwwerk, noemt men vandaag ook de Tripolisboog, vanwege een overwinning op drie steden: het verhaal gaat dat zoiets vroeger op een oud opschrift te lezen was. De naam van de andere is letterlijk en figuurlijk weggesleten. Er blijven nog een paar letters over, en enkele antieke marmeren panelen. Ik heb me er al dikwijls over verwonderd dat ze aan de waanzin van de vernielers ontsnapt zijn.
Er is er nog een andere, gewijd aan keizer Gallienus, zoals het opschrift bovenaan aangeeft, aan de Via Nomentana. Ik heb ook het opschrift gelezen van de boog die de heidenen op het Circus Maximus aan Titus Vespasianus hebben gewijd, nadat hij de joden had overwonnen en Jeruzalem vernield.
Duiding
Poggio start met de overbekende triomfboog van Septimius Severus. Lendering (Stad in marmer) weet: ‘De Senaat schonk Lucius Septimius Severus zijn gedenkteken nadat hij de oostgrens van het mediterrane imperium had verlegd van de Eufraat naar de Tigris.’ Dat gebeurde ca. 200 n.C.
foto 2
Het oorspronkelijke opschrift eerde niet alleen Septimius Severus, maar ook zijn zonen Caracalla en Geta. Nadat Caracalla zijn jongere broer Geta onzacht had uitgeschakeld, werd die ook uit de inscriptie ‘gecanceld’. Onder eerstejaarsleerlingen staat het monument ook bekend als de Smurfenboog, naar de Frygische mutsen van Parthische gevangenen.
De volgende is de boog van ‘T. Vespasianus’. Laat u niet misleiden: het gaat over de eveneens overbekende boog van Titus, zoon van Vespasianus. En opgelet: het gaat eigenlijk niet om de ‘triomfboog’, maar de ‘ereboog’.
Toen Vespasianus keizer was, ‘mocht’ zoon Titus diens campagne in Judea bekronen met de inname van Jeruzalem. In 71 werd daarvoor in Rome een triomftocht gehouden. Lendering: ‘De eigenlijke triomfboog stond […] in het Circus Maximus.’ Die boog komt verder nog aan bod. ‘Later werd op de Velia de ereboog opgericht die daar nu nog staat. Dat dit monument pas na de dood en vergoddelijking van de triomfator is opgericht, blijkt uit de inscriptie.’ De ereboog, die Poggio dus als tweede boog vermeldt, werd opgericht onder Domitianus, in de jaren 90.
De derde is de eveneens overbekende triomfboog van Constantijn die dateert uit het begin van de vierde eeuw. Het gebouw is een toonbeeld van weloverwogen recyclage: het bestaat uit delen van oudere monumenten voor Vespasianus, Trajanus, Hadrianus en Marcus Aurelius. Dat Constantijn had getriomfeerd over zijn Romeinse collega-keizer Maxentius, was geen bezwaar.
foto 3
Nummer vier is een boog van (Nerva) Trajanus, die Poggio situeert ‘naast het Comitium’. Noodzakelijke achtergrond: in het jaar 97 werd Marcus Ulpius Trajanus geadopteerd door keizer Nerva, en werd hij officieel ‘Imperator Caesar Nerva Trajanus’.
Volgens Boriaud valt de door Poggio genoemde boog niet te identificeren: ‘misschien de resten van de Boog van Trajanus aan het forum van deze keizer of eerder een gebouw van het Forum van Caesar, gerestaureerd door Trajanus’. Het Forum van Caesar ligt immers dichter bij de plaats van het Comitium.
D’Onofrio lijkt voor het eerste te opteren: ‘de toegangsboog tot het Forum van Trajanus (in de zone van de huidige Via dei Fori Imperiali), nog identificeerbaar, dankzij de inscripties, in de tijd van Poggio.’ Hoezo dan ‘naast het Comitium’? ‘De ligging van het Comitium’, meent D’Onofrio, ‘was blijkbaar niet duidelijk voor Poggio’. Ook Merisalo lijkt het te zoeken aan het Forum van Trajanus: ‘de ingang was aan de kant van het Forum van Augustus’. Ze vindt de situering ‘naast het Comitium’ ‘vreemd’.
Belangrijk is wellicht de volgende vraag: was er wel een ‘echte’ Boog van Trajanus? En zo ja: waar lag die? Men lijkt die ‘boog’ vaak gelijk te stellen met de ‘monumentale ingang’ van het Forum. Op de site van de Sovrintendenza Capitolina (2017) is duidelijk hoe zij de reconstructie zien. Lendering besloot in 2002: ‘De plaats van de triomfboog is nog altijd onbekend’, en dat lijkt nog steeds te kloppen. Overigens: ook de Tempel van Trajanus blijft een mysterie. Cf. ‘Il tempio che non c’è’, op de genoemde site van de Sovrintendenza.
Poggio vermeldt daarnaast twee triomfbogen aan de Via Flaminia, nu grosso modo de Via del Corso. Boog vijf stond volgens hem dicht bij de kerk van San Lorenzo in Lucina, en werd ‘Tripolisboog’ genoemd. Boriaud is laconiek: ‘Deze boog is niet gekend. Misschien een monumentale ingang van de Tempel van de Zon.’
Volgens D’Onofrio is het ‘de boog die de Via del Corso overspande, ter hoogte van de S. Lorenzo in Lucina, afgebroken door paus Alexander VII in 1662 […]. Hij werd ook Tropholi- en Tripoliboog genoemd. […] Hij werd ook Portugal-boog genoemd, nadat er in de tweede helft van de 15de eeuw een woning voor de Portugese ambassadeur op werd gebouwd’: ongelofelijk maar waar, en enkel in Rome.
foto 4
Nog volgens D’Onofrio ‘is het waarschijnlijk dat hij gewijd was aan Marcus Aurelius, zoals men kan afleiden uit de grote reliëfs die werden overgebracht naar de Capitolijnse collecties’. Langs de monumentale trap van de Musei Capitolini hangen effectief reliëfs van Marcus Aurelius die wel degelijk afkomstig zouden zijn van een triomfboog, maar níet van deze. De twee reliëfs die wel van deze boog afkomstig zijn, beelden keizer Hadrianus en zijn echtgenote Sabina af. Los daarvan lijkt het naïef om uit de panelen de ‘bestemmeling’ van de boog af te leiden: in triomfbogen werd materiaal van en voor illustere voorgangers verwerkt. Als ik op mijn huis een oude beeltenis van Poggio bevestig, maakt dat mijn woonst nog niet tot diens Villa Valdarnina. (Helaas.)
Terug naar de boog: Tropholi, Tripoli, Tripolis … Merisalo voegt er graag nog een benaming aan toe: ‘arcus ad tres Fasciclas’; ‘vanaf de 16de eeuw “Portugalboog”, afgebroken in 1666.’ 1662 of 1666: de boog is er dus niet meer.
En dan, nummer zes: de tweede boog aan de Via Flaminia / Via del Corso. Boriaud: ‘Het gaat over de boog die werd afgebroken door paus Alexander VII, gekend onder de naam ‘Boog van Portugal […]. De reliëfs afkomstig van dit monument bevinden zich in het Palazzo dei Conservatori.’ Wil de echte Portugalboog nu opstaan? Het lijkt erop dat Boriaud zich hier vergist.
Merisalo is voorzichtig: misschien de ‘Arcus Novi’, dichtbij Santa Maria in Via Lata, afgebroken in 1488.
D’Onofrio is stelliger: ‘Dit is de boog die de ‘Anonimo Magliabechiano’ (ca. 1415) ‘De Tosectis’ noemde: hij bevond zich langs de Corso (maar overbrugde die niet), tussen Via di Pietra en Via dei Montecatini, en was dus gericht naar een korte zijde van de grandioze tempel van Hadrianus (vandaag zetel van de Beurs)’. Tussen haakjes: de ‘Anonymus Magliabechianus’ maakte in de 15de eeuw een beschrijving van de monumenten van het antieke Rome. Voer voor een andere artikelenreeks? ;-).
Poggio’s zevende en voorlaatste boog is ‘gewijd aan keizer Gallienus zoals het opschrift bovenaan aangeeft, aan de Via Nomentana.’ Volgens Boriaud is deze boog van Gallienus ‘die in werkelijkheid niet aan de Via Nomentana ligt’ de ‘Porta Esquilina’ van de republikeinse muur, in 262 opnieuw gewijd aan Gallienus en zijn vrouw Salonina. ‘Het monument staat nog in de Via di San Vito.’ Spieken via Google Maps lijkt hem gelijk te geven, en ook Merisalo en D’Onofrio ‘de vermelding van de Via Nomentana is een opmerkelijke lapsus’ kunnen zich hierin vinden. Tussen Santa Maria Maggiore en Santa Croce hebben we voor onze Romereizigers een nieuwe halte!
foto 5
Op het einde vertelt Poggio dat hij het opschrift heeft gelezen van de boog ‘die de heidenen op het Circus Maximus aan Titus Vespasianus hebben gewijd, nadat hij de joden had overwonnen en Jeruzalem vernield’. De boog zelf was er ook in zijn tijd niet meer. Boriaud meldt dat de boog ‘zich opende in het midden van de gebogen zijde van het Circus Maximus’. De andere twee commentatoren gaan dieper in op de inscriptie. Volgens D’Onofrio heeft Poggio die gekopieerd uit ‘de codex van de Anonimo Einsiedlense’; volgens Merisalo gaat het om de ‘inscriptie in het Itinerarium Einsiedlense’.
Beiden hebben het over de Codex Einsidlensis 326, die wellicht sinds de 14de eeuw bewaard wordt in de Zwitserse benedictijnenbibliotheek van Einsiedeln. Eén deel van de codex, wellicht uit de 9de (!) eeuw, bevat een Romeinse opschriftencollectie (Sylloge) en zowaar een ‘Itinerarium’: elf trajecten door Rome, voor de toerist / pelgrim uit de vroege middeleeuwen. Het lijkt overbodig om het historische belang van dit enthousiasmerende boekwerk te benadrukken. Nog een serie? 😉
foto 6
In de buurt van waar de triomfboog stond, staat nu de Torre della Moletta. Over die boog valt meer te lezen in Tommaso Leoni’s recente artikel, maar ook in een polemisch stukje van de eerder graag geciteerde Jona Lendering. Dankzij hem kan ik volgende lente aan de leerlingen vertellen dat op de ereboog aan de Via Sacra een klein triomfboogje staat afgebeeld. En laat dat de laatste boog zijn waar Poggio het over had. Tot zover dus deze episode. Volgende keer laten we ons leiden door de aquaducten!
Bruno Vantomme

